In beeld

Dieren waar je het afgelopen jaar niet omheen kon

De vleermuis, het schubdier en de nerts haalden in 2020 de voorpagina's vanwege de uitbraak van het nieuwe coronavirus. Maar ándere bijzondere dieren kregen een eervol plekje op de achterpagina van de wetenschapsbijlage, in de rubriek Oh Dier. Van een piepkleine vogelspin tot leguanen die uit bomen vallen: NRC zet ze op een rij.
Begin mei maakte een zeeprik zijn opwachting in het ondiepe water van de Biesbosch, in de Oude Dooijemanswaard. Daar ontdekte boswachter Thomas van Es het 80 centimeter lange dier. De zeeprik wordt ook wel lamprei genoemd en is een zogeheten kaakloze vis, een ‘rondbek’ met een zuigmond om vissenbloed op te zuigen. De soort was een zeldzame verschijning in het gebied: de kleinere rivierprik laat zich er nog weleens zien, maar zeeprikken hebben eigenlijk dieper water nodig. Zoals de naam al verraadt leven ze normaliter in zee, maar in de paaitijd trekken ze landinwaarts, via de rivieren. Van Es heeft de zeeprik daarom overgeheveld naar een kreekje van waaruit het dier makkelijk de Maas kon bereiken.
Foto Getty Images
Ach woestijnregenkikker, wat heb je veel bijzondere kanten! Neem het feit dat je van ei direct in een volwassen kikker verandert – het kikkervisstadium sla je over. Of dat je niet kunt springen: je poten zijn te kort. En dus wandel je over dat smalle strookje niemandsland waar je woont, de zandduinen op de grens tussen Namibië en Zuid-Afrika. Daar regent het vrijwel nooit, dus gelukkig heb je nauwelijks water nodig om te overleven: via je transparante buik neem je vocht op uit het zand. Hoe droger het is, hoe dieper je graaft. En áls je al bovengronds rondwandelt, is je huid vaak gecamoufleerd door zandkorrels. Maar het allermooist is je stem. Dat hoge piepgeluid waarmee je vijanden op afstand houdt. Hopelijk houd je de diamantmijnbouwers die je territorium willen vernietigen er ook mee uit de buurt.
Foto Wikimedia
Vrouwtjes van het kleine boombewonende vogelspinnetje Typhochlaena curumin werden al in 1999 ontdekt. De Braziliaanse bioloog Rogério Bertani beschreef de soort voor het eerst in 2012. In het jaar daarop vond hij eindelijk het eerste mannetje van de soort. De beschrijving daarvan is dit jaar verschenen in het taxonomische blad Zookeys. In het artikel schrijft Bertani hoe bezorgd hij is over de illegale handel in vogelspinnen. Liefhebbers in Europa en de VS hebben veel geld over voor bijzondere exemplaren die vaak in het wild gevangen worden. Dat is ook een bedreiging voor deze uiterst zeldzame mini-tarantula, die toch al in het gedrang kwam door ontbossing. Op de kaart tekent Bertani de vindplaats van T. curumin met een grote ovaal; expres vaag om niemand op het spoor te brengen.
Foto Rogério Bertani
Gergely Balázs, een Hongaarse bioloog, wilde weleens weten hoe groot het leefgebied is van de grottenolm. Dat is een salamandersoort die tientallen miljoenen jaren geleden koos voor de rust van het onderaardse leven en zich sindsdien verregaand heeft aangepast aan dat leven. Grottenolmen zijn goede zwemmers, maar hun gedrag is bijna uitsluitend bestudeerd in aquaria. Balázs voorzag vijftien olmen in de Vruljak-1-grot in Bosnië en Herzegovina van merktekens. Gedurende acht jaar bezocht hij de grot regelmatig en noteerde waar de gemerkte dieren zaten. Ze bleken zeer honkvast, schrijft hij in het Journal of Zoology. Slechts drie keer was een olm twintig meter verderop gaan zitten, de rest bleef dichter bij huis. Er was er zelfs één die 2.569 dagen geen vin verroerde.
Foto Getty Images
Een ornithologische whodunit: in de zomer van 2019 wordt in de VS, in de staat Maine, een dode Amerikaanse zeearend gevonden. Drijvend, zijn vleugels gespreid. Dood. Aanvankelijk dachten biologen dat de vogel neergeschoten was, of vergiftigd door loden gewichtjes – achtergelaten door onzorgvuldige vissers. Maar autopsie heeft in de zomer van 2020 uitgewezen dat de roofvogel is gestorven door een steekwond in de hartstreek. Het moordwapen: de scherpe snavel van een ijsduiker. In de buurt van de dode zeearend werd een dood ijsduikerkuiken gevonden. Vermoed wordt dat de ouder de aanvaller verwondde door onder water te duiken en als een torpedo omhoog te schieten. Op die manier vallen mannelijke ijsduikers elkaar soms ook aan in de paartijd.
Foto Getty Images
Rupsen van de monarchvlinder zien er lief en grappig uit in hun gestreepte pyjamapakje, maar onderling kunnen ze behoorlijk ruw zijn. Vooral als er te weinig te eten is. Dan geven ze elkaar kopstoten. Neurobioloog Alex Keene van de Florida Atlantic University zag dit opmerkelijke gedrag voor het eerst in zijn tuin. Hij besloot het verder te onderzoeken in de gecontroleerde omstandigheden van het laboratorium. De resultaten verschenen in iScience. De rupsen bleken het vaakst agressief vlak voor het verpoppen. Ze kunnen zijdeplanten, hun favoriete waardplant, helemaal kaalvreten, dus zijn gewend aan het principe „op is op”. De agressieveling is in het voordeel zo bleek, die bleef bij de worsteling meestal zitten op het blad terwijl het slachtoffer er vaker vanaf viel.
Foto Alamy Stock Photo
Ze kunnen maanden toe zonder te drinken: woestijnkangoeroes krijgen al voldoende vocht binnen via de plantenzaden die ze eten. Water uit de uitgeademde lucht kan in hun extra lange neusholte weer worden teruggewonnen, waardoor ze minder water verliezen. Bovendien plassen ze nauwelijks: heel af en toe persen ze er een druppeltje hypergeconcentreerde urine uit. Maar hoe indrukwekkend de vochthuishouding van deze woestijnbewoners ook is, hun échte skills komen naar boven wanneer ze een belager treffen. ’s Nachts verlaten ze hun holen om op voedseljacht te gaan, en dan kan er soms een slang op de loer liggen. Arme slang, want in zo’n geval laat de ninja-rat zien hoe hij aan zijn bijnaam komt: kijk op www.ninjarat.org voor filmpjes.
Foto Yasser Badr/Beenthere
De microscopisch kleine beerdiertjes zijn sowieso al beroemd vanwege hun vermogen om te overleven in extreme milieus (zelfs in de ruimte). Nu blijkt een bepaald geslacht binnen die familie, Paramacrobiotus, door een natuurlijk ‘schild’ van fluorescentie uitzonderlijk goed tegen schadelijke uv-straling te kunnen. Een ander beerdiertjesgeslacht, Hypsibius, kent die uv-resistentie niet. Maar opvallend genoeg, zo beschrijven Indiase onderzoekers in Biology Letters, raken deze diertjes ook beschermd als ze ingesmeerd worden met een extract van hun gemalen collega’s.
Foto Wim van Egmond/Science Photo Library
‘Chickens of the trees’ worden ze in Florida ook wel genoemd: de groene leguanen die in het zuiden van de staat leven. Zo’n vijftig jaar geleden kwamen de eerste exemplaren (geliefd als exotisch huisdier) er in het wild terecht, en sindsdien zijn ze uitgegroeid tot bescheiden plaag. Eind januari 2020 regende het zelfs letterlijk leguanen in Florida: de temperaturen daalden er tot rond een nulpunt (uiterst zeldzaam in de Sunshine State) en daardoor raakten de koudbloedige leguanen door de kou verlamd. Niet handig voor dieren die zich graag ophouden in bomen. Zodoende kwam de National Weather Service voor Miami met de waarschuwing: pas op voor vallende leguanen. En inderdaad: op Twitter verschenen foto’s van tijdelijk verlamde leguanen op straat.
Foto Cristobal Herrera / Sun Sentinel / TNS / ABACAPRESS.COM / Reuters
De ‘mad hatterpillar’ wordt hij wel genoemd: de rups van de nachtvlinder Uraba lugens, die voorkomt in Australië en Nieuw-Zeeland. De verwijzing naar de gekke hoedenmaker uit Alice in Wonderland dankt de rups aan zijn hoofdtooi. Tijdens het groeien verwisselt hij diverse keren zijn exoskelet – dus zijn uitwendige skelet – voor een ruimere variant. En elke keer zet hij zijn oude, kleinere kop boven op zijn nieuwe. Het resultaat: tot wel tien ‘hoedjes’ boven op elkaar. De minihoofddeksels die ontstaan tijdens zijn allereerste groeistuipen stapelt hij nog niet op. Pas vanaf skelet nummer vier blijven ze bewaard. Vrouwelijke rupsen hebben meer hoedjes dan mannelijke, en ook bij lagere temperaturen is de stapel groter. De hoedencollectie is niet bedoeld voor de sier, maar om vijanden te verjagen: door de hoofden heftig heen en weer te zwaaien houdt de rups springspinnen en andere roofdieren met wat geluk op afstand. De rupsen zijn berucht vanwege hun vraatgedrag: ze kunnen eucalyptusbladeren tot op de nerf kaalvreten, en zijn in het verleden meermaals uitgegroeid tot plaag.
Foto Auscape/Universal Images Group via Getty Images
Nee dit is geen stronkje bloemkool, geen mislukte kerstversiering, maar een dier! Het is een parasiet die leeft in de lichaamsholte van zeesterren. En je zou het niet onmiddellijk zeggen maar dit vreemde wezen is een kreeftachtige. Wat we zien is het vrouwtje van Dendrogaster tobasuii, zoals Japanse onderzoekers de nieuwe soort noemden. De vertakkingen zitten bomvol met ovaalronde eitjes. En de piepkleine mannetjes houden zich op in de dikste takken. De nieuwe soort werd aangetroffen in zeesterren die werden opgevist van 300 meter diepte. De vrij talrijke Mediaster brachiatus had heel soms zo’n parasiet, maar bij de veel zeldzamere Mediaster arcuatus was het bij een op drie zeesterren raak. Soms zaten ze zelfs met twee tegelijk in één zo’n zeester.
Foto Toba Aquarium