Interview

‘Als het om racisme gaat, zeggen mensen altijd meteen: ingewikkeld’

Mitchell Esajas en Jessica de Abreu Voor antiracismeactivisten Mitchell Esajas en Jessica de Abreu was 2020 een jaar met twee gezichten. De Black Lives Matter-demonstraties in de zomer waren een triomf, „maar de weerstand is alleen maar groter geworden”.

Mitchell Esajas schudt zijn hoofd als hij naar de verminkte wandschildering kijkt. Het is bijna een maand geleden gebeurd, maar de bekladding van zijn kantoor vindt hij nog steeds schokkend. „Er gaat een signaal van uit: we weten je te vinden.”

We staan voor het Hugo Olijfveldhuis in Amsterdam-Oost. Op zolder zitten The Black Archives, het archief over het koloniaal verleden, slavernij, racisme en zwarte emancipatie, waarover Esajas de leiding heeft, samen met zijn levenspartner Jessica de Abreu. Op de muurschildering naast de ingang zijn vijf Surinaamse activisten afgebeeld, onder wie Anton de Kom en Perez Jong Loy. In de nacht van 3 december werden hun gezichten beklad met witte verf. Er werden stickers geplakt met de tekst ‘Roetveegpiet is genocide’. De schilderingen zijn onherstelbaar beschadigd.

De bekladding was een passend slotakkoord van een jaar dat voor Esajas en De Abreu twee gezichten had. In de zomer waren ze mede-organisator van de grote Black Lives Matter-demonstraties tegen racisme en anti-zwart politiegeweld.

Die maakten veel los. Een delegatie van BLM-activisten sprak op het Catshuis met premier Rutte en minister Koolmees (Integratie, D66). De Eerste Kamer besloot tot een diepgravend onderzoek naar discriminatie. Voor het eerst staat ‘institutioneel racisme’ op de politieke agenda.

Het was ook het jaar dat Anton de Kom, hun grote held, een plek kreeg in de Canon van Nederland. Zijn boek Wij slaven van Suriname (1934) belandde tachtig jaar na dato voor het eerst op de bestsellerlijsten.

Maar 2020 was ook het jaar van de bekladding van De Koms portret, van – opnieuw – bedreigingen en geweld bij anti-Zwarte Piet-demonstraties. „In november zagen we alweer dat er niet zo veel is veranderd”, zegt Esajas. „De weerstand is alleen maar groter geworden”,

Voor Jessica de Abreu was 2020 helemáál een jaar met een bitterzoete bijsmaak. Het „magische moment” op de Dam in Amsterdam ging aan haar voorbij. Ze zat thuis om te herstellen van een burn-out.

Lees ook over Black Lives Matter: Dit kleine clubje kreeg institutioneel racisme op de politieke agenda

Vier studies, drie masters

Esajas (32) en De Abreu (31) kennen elkaar van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Ze zijn allebei geboren en getogen Amsterdammers. Hij groeide op in Slotervaart, zij in de Bijlmer. De moeder van De Abreu nam eind jaren zeventig deel aan de legendarische kraak van Bijlmerflat Gliphoeve. Ze woont er nog steeds.

Haar moeder is 73, en „van een andere generatie, die liever niet praat over racisme”, zegt De Abreu. „Toen ik betrokken raakte bij het anti-Zwarte Piet-protest, zei ze: even dimmen, want anders is het straks moeilijk de sociale ladder te beklimmen.” Naarmate de acties tegen Zwarte Piet succesvoller werden, nam haar angst af. „Ze maakt zich nu geen zorgen meer als ik word gearresteerd.”

Esajas kreeg vanuit huis uit een sterk zwart bewustzijn mee. „Al op jonge leeftijd vierden we geen Sinterklaas meer. Mijn moeder heeft me bijgebracht dat het belangrijk is je geschiedenis te kennen en je eigen cultuur te waarderen.” Wat hem óók aan het denken zette: op het vwo en later in de collegebanken was hij vaak de enige zwarte jongen. „En we leerden weinig tot niets over Suriname, het koloniale verleden, de slavernij.”

De bekladding van het pand van The Black Archives, „een soort grafschennis”.

Foto Remko de Waal/ANP

De Abreu kreeg op school te maken met iets dat veel zwarte leerlingen in de Bijlmer treft: onderadvisering. „Op de basisschool had ik de op een-na-hoogste Cito-score van de klas, maar ik kreeg toch een havo/vwo-advies. Als mijn moeder niet steeds gezegd had: ze kan het gewoon, dan had ik nooit een vwo-diploma gehaald. Uiteindelijk heb ik vier studies gedaan en drie masters gehaald.”

Esajas, grinnikend: „Ik heb maar twee masters gehaald.”

De Abreu: „Maar dat heeft me wel geïnspireerd. Mitchell was de eerste zwarte persoon ooit die ik ontmoette die twee studies deed. Dat wil ik ook, dacht ik.”

Lees ook dit stuk uit 2016 over The Black Archives

Ondanks vier studies lukte het De Abreu niet om een baan te vinden. „Ik heb wel veertig keer gesolliciteerd. Wij zijn natuurlijk niet van de generatie die de economie mee heeft. Maar met een andere huidskleur heb je gewoon een achterstand op de arbeidsmarkt, dat blijkt uit alle cijfers.” Uiteindelijk zette ze samen met Esajas en anderen The Black Archives op, vier jaar geleden. „Zo heb ik mijn eigen baan gecreëerd.”

Tegen die tijd waren ze betrokken geraakt bij het anti-Zwarte Piet-protest. Esajas was in 2014 een van de oprichters van Kick Out Zwarte Piet (KOZP). De jaarlijkse demonstraties krijgen veel aandacht, maar „ze zijn niet heel aantrekkelijk om aan mee te doen”, zegt hij. „Ieder jaar wordt ons demonstratierecht ingedamd, ofwel door de politie, ofwel door gewelddadige hooligans. Vorig jaar waren we al blij dat er zo’n duizend man bij de protesten waren.”

‘Ik dacht: dit gaat echt fout’

Dat was afgelopen zomer wel anders. Na de moord op George Floyd in Minneapolis stroomden de parken en pleinen in Nederland vol met mensen van alle leeftijden, achtergronden en kleuren. Vijftigduizend waren het er in totaal, schat Esajas – een record als het over dit onderwerp gaat. Ze waren er zelf ook door overdonderd.

De demonstratie op de Dam, op 1 juni, was één dag van tevoren aangekondigd door KOZP, de organisatie waarbij ze allebei betrokken zijn. De politie schatte het aantal demonstranten naderhand op veertienduizend.

Hoe het zo’n vlucht kon nemen? Een „perfect storm”, vermoedt Esajas. Het was de eerste dag dat de ‘intelligente’ lockdown versoepeld werd. Het weer was prachtig. Influencers en voetballers deelden de demonstratie op Instagram. En de beelden van de moord op George Floyd, die viral gingen, waren echt heel, heel naar. „Ik heb de beelden in eerste instantie bewust niet bekeken”, zegt Esajas.

De Abreu: „Ik heb ze nog steeds niet gezien. Om mijn mentale gezondheid te beschermen.”

De Abreu zit nog steeds thuis. Wat voor haar vaststaat: haar ervaringen met racisme hebben bijgedragen aan haar burn-out. Bijvoorbeeld het geweld tijdens de KOZP-demonstraties.

Het breekpunt was een vergadering van KOZP in Den Haag, in november 2019. De Abreu stond buiten op wacht, met een paar andere activisten, want ze hadden signalen gekregen dat er hooligans zouden zijn. „Eerst kwam er een man, die wilde naar binnen. Kan niet, zeiden we, je moet van tevoren aangemeld zijn.”

Toen ging het snel. Binnen een paar minuten werden ze belaagd door „twintig, dertig man”. Ze schreeuwden, trapten een hek door, gooiden met vuurwerk. „Ik rende naar binnen, zag lichtflitsen. De ramen werden stukgeslagen. Ik dacht: dit gaat fout, echt fout.”

De KOZP’ers werden op het nippertje ontzet door de politie, maar „het was echt heel gewelddadig en beangstigend”, zegt Esajas. „In het politiedossier zegt een agent: als die mannen binnen waren gekomen, was het heel slecht afgelopen.”

De Abreu: „De dag na de aanslag kreeg ik angstaanvallen. Toen wisten we: er is echt iets mis.”

‘Op heilige grond’

Op de demonstraties in juni zijn ze „heel trots”, zegt De Abreu. Maar een ‘kantelpunt’, zoals veel mensen het noemden? Esajas fronst zijn wenkbrauwen. „In de zomer ging iedereen mee in de energie van die protesten – je kunt het wellicht een hype noemen. Maar die demonstraties waren relatief veilig, niet zo confronterend voor de Nederlandse samenleving. Ze gingen meer over de VS.”

„Maar Zwarte Piet is iets heel Nederlands. Tijdens de sinterklaasintocht begeef je je op heilige grond, je verstoort iets. Dus dát is voor mij de graadmeter voor vooruitgang: in hoeverre kunnen vreedzame anti-Zwarte Piet-betogers in november en december gebruik maken van hun demonstratierecht en vrijheid van meningsuiting?”

Helaas, zegt Esajas, is Nederland ook dit jaar „niet geslaagd voor die test.” Hij ziet „lichtpuntjes”, jazeker. Steeds meer gemeenten schaffen Zwarte Piet af. Een steeds grotere groep Nederlanders vindt dat de traditie moet veranderen. „Maar mede daardoor wordt de weerstand groter. Zeker in het zuiden van het land.”

In november ging het opnieuw mis. In Maastricht werd een handjevol demonstranten belaagd door honderden hooligans. „In Eindhoven wilde de burgemeester ons letterlijk in een kooi laten demonstreren, tegenover Pegida. Daar hebben we voor bedankt.”

De burgemeester van Eindhoven zei: demonstratierecht is voor iedereen gelijk.

Esajas: „Maar het zíjn geen gelijke groepen. De ene groep staat voor een gelijkwaardige samenleving, de andere groep voor het deporteren van moslims.”

De Abreu: „Iedereen is bang voor die kleine, gewelddadige groep. Maar niemand durft dat te benoemen, zelfs premier Rutte niet. Ze zijn bang om weggezet te worden als politiek correct.”

Jullie zeggen eigenlijk: Pegida, dat zijn geen demonstranten maar relschoppers?

De Abreu: „Nederland is niet goed in het scheiden van ideologieën. Ze worden als gelijkwaardig gezien. Als we ideologieën beter uit elkaar konden halen, hadden we misschien zelfs de Tweede Wereldoorlog kunnen voorkomen.”

De bekladding van The Black Archives was „een stap verder”, zegt Esajas. Aan bedreigingen zijn ze inmiddels gewend, zeker in deze tijd van het jaar. Doodsbedreigingen ontvangen ze ook wel eens, meestal online „Maar die bekladding was een goed voorbereide actie. Je koopt verf. Je laat stickers printen. Je weet dat er muurschilderingen zijn, dus je hebt onderzoek gedaan op internet.”

De Abreu: „Online bedreigingen kunnen behoorlijk traumatisch zijn. Maar dat iemand naar jouw adres komt, maakt die online bedreigingen veel realistischer.”

Esajas: „Die aanval in Den Haag heeft ons geleerd dat we dat niet moeten onderschatten.”

Er is niemand gearresteerd en dat nemen ze de autoriteiten kwalijk. „Op basis van onze camerabeelden en eigen onderzoek hebben we kunnen vaststellen wie de dader is”, zegt Esajas. „Die informatie hebben we aan de politie overhandigd, maar hij is nog steeds op vrije voeten. Als het de muurschildering van Anne Frank op de Wibautstraat was geweest, vraag ik me af of het ook zo was gegaan.”

Manifest met concrete voorstellen

Eigenlijk was Esajas van plan het dit jaar wat rustiger aan te gaan doen, „vanwege Jessy.” Daar kwam niet zo veel van terecht. „Ik heb toch weer veel tijd moeten steken in sociale media, persberichten, op de achtergrond helpen bij demonstraties. Racisme kost tijd.”

In januari verschijnt, zo hopen ze, het ‘Manifest voor Zwarte Emancipatie’, waar de Nederlandse BLM-beweging sinds de zomer aan werkt. Een document met concrete voorstellen om ‘institutioneel racisme’ aan te pakken. Zoals een „externe waakhond” tegen racisme in het onderwijs. Een ander punt is dat de ‘nationaal coördinator discriminatie en racisme’, die het kabinet onlangs aankondigde, iemand moet zijn „met enige praktijkervaring”, afkomstig uit de gemeenschappen die met racisme te maken hebben. „En dus niet, met alle respect, een blonde vrouw.”

Zegt dat manifest dat straatnamen en standbeelden van dubieuze historische figuren moeten verdwijnen?

Esajas: „Jazeker.”

Veel mensen zeggen: als je een straatnaam of een standbeeld verwijdert, kun je niet meer met elkaar praten over wat deze mensen op hun kerfstok hebben.

Esajas: „Dat vind ik onzin. Er staat toch ook nergens een standbeeld van Hitler?

Toch weet iedereen heel goed wie Hitler was. Je hebt geen standbeelden nodig om mensen te onderwijzen over de geschiedenis. Als je het maar goed in de schoolboeken zet.”

Jullie bepleiten al langer dat er excuses komen voor de slavernij.

Esajas: „ De Staat der Nederlanden is direct betrokken geweest bij het scheppen van de voorwaarden voor de transatlantische slavenhandel en slavernij. Dan heb je ook de verantwoordelijkheid dat recht te zetten, excuses te maken en herstelbetalingen te doen. Net zoals dat bij andere groepen is gedaan.”

Lees ook: Herstelbetalingen vanwege racisme zijn bittere noodzaak (opinie)

Voorzichtige schattingen van die herstelbetalingen lopen al in de tientallen miljarden.

Esajas: „Je kunt excuses en herstel op allerlei manieren doen. Het aanpassen van onderwijscurricula, het afschaffen van Zwarte Piet, racisme op de arbeidsmarkt aanpakken – dat is allemaal een vorm van herstel. Je moet breder kijken dan alleen de cijfertjes. Misschien moeten mensen die de mentale gevolgen ondervinden van racisme, extra zorg krijgen. Bijvoorbeeld een zwarte student die naar de psycholoog moet en studievertraging oploopt.”

Hoe stel je precies vast dat iemand studievertraging heeft opgelopen door racisme?

Esajas: „Als het over racisme gaat, is het altijd meteen moeilijk. We kunnen een coronavaccin ontwikkelen en mensen de ruimte insturen. Maar als het over racisme gaat, zeggen mensen altijd meteen: ingewikkeld, ingewikkeld. Dat komt omdat ze het er niet over willen hebben.”

De Abreu: „We komen in Nederland al veertig jaar niet verder dan de vraag: bestaat racisme nou wel of niet? We blijven wereldwijd gezien heel ver achter, vooral in vergelijking met de Verenigde Staten.”

Beneden, bij het uitgeleide doen, schudt Esajas opnieuw zijn hoofd als hij de bekladde muurschildering ziet. Het gezicht van Anton de Kom wit maken, „dat is toch een soort grafschennis.”

Ze hebben een plan gemaakt met de kunstenaars: in januari gaan ze de gezichten opnieuw schilderen. En in het voorjaar gaan ze de schildering groter maken – zo groot dat hij de hele gevel bedekt. „We komen terug, bigger and better.