Foto Merlin Daleman

Interview

Dafne Schippers: ‘Ik ben pas 28 en heb nu al een rugzak vol’

Atletiek Ook voor Dafne Schippers was 2020, dat in het teken stond van de Olympische Spelen van Tokio, een onwezenlijk jaar.

Aan de rand van het bos staan Dafne Schippers (28) en Mexx, haar hond. Hij is aangelijnd, maar weldra mag hij los. Het beest is jong, enthousiast, nat en in zijn element. Het miezert, maar erger hadden ze niet voorspeld. Daarom draagt zij alleen een baseball-jackie en zwarte skinny jeans, met eronder leren laarsjes. Regen deert haar niet, tenzij het gaat plenzen. We varen op haar richtingsgevoel, steeds dieper het bos in. Het ligt er mysterieus bij – asgrauw, mistig, en de bladeren lijken wel als enige aan het sepia-effect te zijn ontsnapt. Ze begint te vertellen hoe 2020 voor haar was, zonder op of om te kijken. Staccato zijn haar teksten zolang het over haar sport gaat.

Het is het jaar van de Olympische Spelen in Tokio en er is geen tijd te verliezen. Ze zet alles op alles om op haar best te zijn. In de wintermaanden moet het gebeuren. Dan legt ze met de zwaarste trainingen de basis voor de zomer. Sessies op de atletiekbaan, waarna het haar duizelt en ze even in het materiaalhok moet gaan liggen.

Twee kussens onder haar rug en de ogen dicht. Een flesje water in de buurt. Herstellen. En straks nog een keer. Man, wat een pijn, maar man, wat lekker. Fysiek doet het zeer, mentaal geeft het rust. De voldoening na een goede training is onbetaalbaar, verslavend bijna. Weer een stap dichter bij Tokio. Haar lies trekt nog wat, maar in deze fase heeft iedereen pijntjes. Dat is normaal, hoort bij de balanceer-act van de topatleet.

Twee moeilijke seizoenen

Na twee moeilijke seizoenen voelt ze de ontspanning terug in haar bewegingen. Er zit weer lengte in haar passen, ze beweegt lichtvoetiger dan voorheen. Ze kan weer doortrekken zonder in de kramp te schieten en ze zal laten zien dat ze het nog in zich heeft. Niet aan de buitenwereld, die interesseert haar niet. Maar aan zichzelf.

Over een paar weken vertrekt ze naar Florida. Trainen onder de zon, dat is belangrijk voor een sprinter. Daar zet ze de puntjes op de i. Ze kijkt er elk jaar naar uit. Maar dan begint het coronavirus om zich heen te grijpen en gooit president Donald Trump de Amerikaanse grenzen dicht. Eerst is ze geneigd te denken dat het overdreven is. Moet dat nou, is het echt nodig? Jammer, vervelend, maar goed, ze is niet iemand die lang bij de pakken neer gaat zitten. Knop om, en er het beste van maken.

Lastiger is wat er een week later gebeurt, als het virus ook Nederland is binnengedrongen. Alle topsportlocaties gaan zes weken dicht, ook Papendal. Er gaat een slot om de atletiekbaan.

Ze is veroordeeld tot haar garage. Een van haar sponsoren levert een gewichtsinstallatie zodat ze in elk geval op krachten kan blijven. En ook haar sprinttrainingen gaan door, in het bos. Met spikes aan door een lange laan van bomen. Verre van ideaal, om het zachtjes uit te drukken. Gevaarlijk zelfs, want ze loopt er tussen de mensen en bovendien kan ze zich lelijk verstappen in kuilen en struikelen over stronken. Maar over een paar maanden zijn de Spelen al. Dat doel heeft ze in het vizier. Ze kan nu niet opgeven. Dan kan ze net zo goed thuisblijven.

Papendal te snel dicht

Naar haar smaak hebben ze Papendal te snel dichtgegooid, zonder er even goed over na te denken. Kijk, ze snapt dat iedereen thuis moet blijven en dat iedereen baalt. Een restauranthouder heeft ook ineens geen inkomen meer. Maar bij haar komen de Olympische Spelen in gevaar, die droom ziet ze al bijna vervliegen. Als er nou even over was nagedacht, had men ingezien dat trainen op een baan of in het bos geen verschil maakt. Ze had gewoon door kunnen sprinten, zoals haar concurrenten in de VS of op Jamaica, die foto’s posten van hun trainingen in de zon. Daar wordt ze hartstikke onrustig van. Zij komt niet verder dan wat aanmodderen in het bos en loopt achterstand op. En toch baalt ze in eerste instantie, als ze hoort dat de Spelen met een jaar worden uitgesteld.

Er gaat van alles door haar hoofd die dag. Het is een heel gek besef dat haar grote doel ineens wegvalt, haar levenswerk. Tegelijkertijd vindt ze het wel zo eerlijk voor de mensen die zich niet goed hebben kunnen voorbereiden. Maar ineens zit ze middenin het jaar met een lege agenda. En nu? Gaat ze nog vol trainen, kan ze überhaupt nog iets doen dit jaar?

Ze besluit tijdelijk een stapje terug te doen, de trainingen wat af te schalen. Ze moet dit even op haar laten inwerken. Wat gebeurt er nou eigenlijk allemaal? Ze is iemand die structuur nodig heeft, dus ze wil ook snel weer plannen maken. In grote lijnen dan, met potlood. Ze schetst, meer kan ze niet doen.

En dan raken haar ouders ook nog met het coronavirus besmet. Haar vader is 61, haar moeder 58. Uit hun appjes kan ze opmaken hoe het met hen gaat. Gelukkig hebben ze elkaar. Ze ontwikkelen slechts milde klachten, maar toch maakt ze zich zorgen. Ze kan er niet heen. Haar wereld wordt almaar kleiner. Af en toe komt haar broer langs, tevens haar manager. Nu, negen maanden later, zegt ze hardop lachend: „Ik was blij dat ik de hond had.” Om er gauw aan toe te voegen: „Nee hoor!”

Je lacht erom, maar het klopt wel.

„Ja, het is eigenlijk wel echt zo. Daardoor moest ik naar buiten, ging ik naar buiten. Met hem kon ik nog wat dingen doen en had ik toch wat gezelligheid in huis.”

Hem is Mexx, een tweejarige Australian shepherd, zo’n middelgrote hond met bonte kleuren en soms helblauwe ogen – niet die van Mexx, die zijn bruin. Het is een populair ras, vanwege zijn fraaie uiterlijk, maar niet makkelijk om groot te brengen. Op internet staat: beschermend, aanhankelijk, uitdagend. Mexx krijgt nu en dan een koekje, onderhands vanuit de jaszak, tijdens een wandeling in de miezerregen door de Bilderbergbossen in Oosterbeek. Als er een hardloper voorbijkomt, wil Mexx mee. „Dit is de enige plek waar wij vaak samen komen. Op woensdag doe ik een herstelloopje met hem. Kom maar Mexx. Nee, we gaan niet lopen vandaag. Nee, Mexx. NEE! Pas d’r op hè.”

Hij is goed afgericht.

„Ja, dat moet wel. Je moet superconsequent zijn. Mexxie, kijk eens. Goed zo!”

Dus je hebt puppytraining met hem gedaan?

„Ja, maar ik heb er ook veel kennis over. Je moet je goed inlezen. Het is een hobby van me. Consequent moet je zijn. Dat werkt heel goed.”

Want het is een aanhankelijk ras.

„Enorm ja.”

En als je het niet serieus neemt, ben je de klos. Dan kan hij ook gaan bijten en zo.

„Klopt. Het is echt een alles-of-niks-ras. Als je iets niet goed doet, krijg je het keer honderd terug.”

En waarom heb je dit ras gekozen? Omdat je hem optisch mooi vindt, of omdat hij qua karakter bij je past?

„Ik denk qua karakter. Ik houd ervan om ook hierin een uitdaging te hebben. En ik vind het superleuk dat hij zo aanhankelijk is. Als ik thuiskom, springt hij gelijk op schoot.”

Dan is het huis niet leeg.

„Nee. En ze zijn ook erg gefixeerd op mensen. Dat vind ik ook erg leuk. En dat zoek je dan ook wel in een hond.”

Je zei daarnet zo mooi: Mexx heeft me door dit jaar heen gesleept.

„Het was soms leeg. Je hebt niet zo veel. In het begin vermaak je je nog wel, maar op een gegeven moment denk je: oké, wat ga ik nu eens doen?”

Ben je eenzaam geweest de afgelopen tijd?

„Tuurlijk, maar dat is denk ik iedere topsporter wel.”

Hoort eenzaamheid bij topsport, of meer specifiek bij jouw leven?

„Nou, dat weet ik niet. Misschien allebei een beetje. Maar ik denk wel dat ik mijn leven nu behoorlijk op orde heb. Met een leuk huis, een hond, familie die superstabiel is. Het is ook een beetje hoe je het zelf gaat invullen. En natuurlijk heb ik er wel eens moeite mee gehad. Een baan, een huis, de hond uitlaten. Dat was mijn leven alleen maar.”

En toen kon je in maart, april ook nog eens je werk niet doen.

„Dan gaat het een paar weken goed, maar af en toe heb ik ook wel dat ik denk: nou, gezellig dit.”

En wat doe je dan? Want vrienden mochten niet komen, je ouders kon je niet zien.

„Jezelf toch maar proberen te vermaken. Wat ik nog wel eens deed was afspreken met mensen uit de buurt om de hond uit te laten. Het was op z’n minst gezelliger om samen te lopen.”

En gaat het dan niet voortdurend over je sport?

„Nee, helemaal niet. Maar daar kies ik ze ook op uit.”

Dafne Schippers: „Wat ik nog wel eens deed was afspreken met mensen uit de buurt om de hond uit te laten. Het was op z’n minst gezelliger om samen te lopen.” Foto Merlin Daleman

Een paar dagen geleden, op 16 december, postte je iets treurigs. Twee jaar geleden overleed op die dag je vorige hond, Sammie, ook een Australian shepherd. Het blijft een pittige dag, schreef je.

„Ja, want zo’n beest is belangrijk voor je. Je bent er 24 uur per dag mee samen, of nou ja, bijna. Hij slaapt niet bij me in bed. Maar het is degene die je het meest ziet in je leven. Waar je dingen mee meemaakt, mee doet. En als dat dan ineens zo bam, uit je leven wordt gegrepen. Dan is dat gewoon heel heftig.”

Wat gebeurde er destijds?

„Ik was haar aan het uitlaten, even verderop. In een gebied waar honden los mogen lopen. We liepen een stukje het bos in en ik had hem niet aangelijnd. Dat kon gewoon met haar. Je hebt het spoor wel in de buurt, maar dat is hooggelegen. Dus de kans dat ze daarop komt, is niet zo groot. Ineens rook ze iets. Dan gaan ze echt in jachtstand; neus omhoog, oren dicht. Dan horen en zien ze niks meer. Ze nam een aanloop en dook zo het spoor op. Toen dacht ik: oké, niks aan de hand. Zoveel treinen rijden daar niet. Maar op dat moment hoorde ik toch een trein aankomen. Het is een dubbelspoor en ze hoefde niet per se op dat ene spoor te staan. Maar dat was dus wel zo.”

Remde die trein niet?

„Jawel, volledig, maar voordat-ie stilstaat… Op het allerlaatste stuk is ze nog net geraakt.”

En toen, wat heb je gedaan?

„Ik ben ernaartoe gelopen, maar toen werd ik al door de conducteur tegengehouden. Het eerste wat ik vroeg was: ‘Is ze dood?’ Hij zei ‘ja’. En dan moet je weg, want dan wordt het spoor een soort politiezone. Toen ze eraf werd gehaald mocht ik er niet bij komen. Gelukkig, en gek genoeg, waren mijn ouders er. We zouden gaan wandelen met elkaar. En dan loop je ineens met een riem naar huis, zonder de hond eraan. Dat is echt onwerkelijk. Met geen woorden te beschrijven. Het heeft ook lang geduurd.”

Je keert nog elk jaar terug naar die datum.

„Ja, en het gekke is dat hij [ze wijst naar Mexx] een dag na het ongeluk geboren is. Onwerkelijk.”

Dus je viert zijn verjaardag een dag na de dood van je andere hond?

„Ja.”

Ben je er nog verdrietig om?

„Vooral op zo’n dag. Dan mis je haar weer.” Ondertussen waadt Mexx tot zijn middel door een plas. „Ga je even schudden, Mexx? Doe maar!”

Je zegt: het verdriet heeft nog lang geduurd. Had het impact op je trainingen?

„Nou, het stomme is: als ik op een baan sta, dan vergeet ik de rest van de wereld. En dat is eigenlijk heel fijn.”

Op het moment dat je het hek doorkomt, en je het tartan aanraakt.

„Ja, dan is het klaar. Wat er ook gebeurt, wat ik thuis ook meemaak. Dat kan ik vergeten. Of daar juist omzetten in energie. Om nog harder aan iets te werken. Dat is soms heel fijn. Dat je even kan stoppen met nadenken. Geen gedoe en gezeur aan je hoofd. Focussen op wat je moet doen.”

Is het verlies van Sammie het moeilijkste wat je hebt doorgemaakt?

„Ja, dat denk ik wel.”

En dat heb je alleen verwerkt? Het is niet dat je er hulp bij nodig had?

„Nee.”

Je hebt natuurlijk ook al meer dingen meegemaakt dan de meeste mensen van jouw leeftijd.

„Nou ja, dat merk ik wel af en toe. Ik ben pas 28 maar ik heb al een rugzak vol. Door topsport.”

Je leeft in een andere intensiteit.

„Ja, mijn leven gaat gewoon in een sneltreinvaart.”

Zullen we daar een andere metafoor voor gebruiken? Rollercoaster?

Ze lacht. „Ja, dat is wel ongeveer hetzelfde.”

Dafne Schippers wordt in één klap wereldberoemd als ze op de wereldkampioenschappen atletiek in Beijing, in 2015, wereldkampioen wordt op de 200 meter sprint. Haar tijd van 21,63 seconden is nog altijd de derde tijd ooit gelopen. Als ze het over die race heeft, voelt ze de sensatie. Ze spreidt haar vingers en beweegt haar armen langs haar lichaam. „Alles klopte.”

Sindsdien is ze een bekende Nederlander en dat viel haar in het begin zwaar. „Vanaf dat moment word je geleefd”, zegt ze. „Ik ben eigenlijk iemand die veel liever op de achtergrond blijft. En ineens word je dan volledig op de voorgrond gegooid. Iedereen op straat herkent je, wil een handtekening, foto’s. Iedereen vindt wat van je. Dat zijn veel prikkels.”

Ook wel leuk toch?

„Ik zeg niet gelijk ‘leuk’. Het is ook best pittig. De emmer zit snel vol. Dat je denkt: ik heb het overzicht niet meer.”

Misschien heb je dan het verkeerde vak gekozen.

„Maar ik ben niet met mijn sport begonnen om een bekende Nederlander te worden. En ook niet van: ik ga over tien jaar olympisch goud winnen.

„Ik ging sporten omdat ik het leuk vond. En het werkt motiverend als het goed gaat. Maar ik koos niet voor de wereld ernaast. Hoewel het er wel bij hoort.”

Wat betekent geleefd worden, het overzicht kwijtraken, een emmer die volloopt?

„Het voelt een beetje alsof je continu overprikkeld bent.”

Ben je gevoelig voor prikkels? Voor stemming?

„Ja, allebei wel. Daarom is die baan zo fijn voor mij.”

En loopt je emmertje nu nog wel eens over?

„Dat gebeurt bij iedereen. Maar minder snel en minder heftig dan voorheen. Ik heb een modus gevonden. Inmiddels kan ik wel meer genieten van de aandacht.”

Op de Spelen van Rio pakt ze met een liesblessure zilver op de 200 meter. Daarna stapt ze over naar de Amerikaanse trainer Rana Reider, een sprintcoach met een grote staat van dienst. Schippers wordt duidelijk een stuk gespierder, maar is de souplesse die ze onder meerkampcoach Bart Bennema had kwijt. Het tweede gedeelte van haar 200 meter gaat stroever. Ze raakt haar befaamde ‘turbo’ kwijt, de versnelling waarmee ze haar concurrenten op de streep aftroefde. Ze stagneert, blijft verwijderd van haar toptijden.

Heb je ooit spijt gehad van die overstap?

„Nee, want op dat moment was het gewoon op met Bart. We werkten al acht jaar samen en we hadden allebei zoiets van: dit gaat me niet verder brengen.”

Juist op het moment dat je op zo’n high zat.

„Ja, maar Bart was op dat moment meerkampcoach. Dan is het logisch om te zeggen: we gaan nu toch naar een specifieke sprintcoach toe. En dan denk je: nou, hij gaat me brengen. Maar je hebt meestal twee jaar de tijd nodig om te wennen aan een nieuwe coach. Een nieuw trainingsproces, zienswijze. Ik werd gewoon nog wereldkampioen hè. Je gooit na één jaar dan niet de handdoek in de ring. Maar nee, het leverde niet waar we op hoopten.”

Eind 2018 keert ze terug bij Bennema. Beiden zijn, volgens haar, in de tussentijd gegroeid. Bennema als trainer van sprinters – zonder haar betekende zonder druk – en zij bij Reider. Het voordeel van de terugkeer is dat ze niet weer aan een nieuwe aanpak hoeft te wennen. Ze vindt het prettig dat ze niet in een model wordt gestopt, maar dat ze traint op basis van wat ze van nature goed kan; ontspannen lopen. Ondanks de liesblessure die haar bij de WK van 2019 in Doha aan de kant hield, heeft ze het idee dat ze weer terug kan keren naar haar niveau van 2015.

Na Doha slaat Schippers het indoorseizoen over, niet wetend dat ze daardoor bijna een jaar langs de kant zal staan. Ze ontkomt niet aan zelfreflectie, in de eerste maanden van 2020. Het gaat vanzelf als ze in haar kloffie op de bank zit. „Ik heb goed kunnen nadenken over wat ik nog wil.”

Daar had je in een normaal jaar geen tijd voor gehad.

„Nee, want je gaat altijd maar in een ritme door. En dat wil niet zeggen dat het per se altijd maar goed is. En dan ineens heb je de tijd om wel tot rust te komen.”

Had je dat nodig?

„Ik zie het meer als een toevalstreffer. Het overkomt je een beetje.”

En wat zijn je conclusies?

„Dat weet ik nog niet. Ik heb er nog geen antwoord op.”

Echt niet?

„Nou ja, mijn antwoord is voornamelijk: zolang ik dit nog leuk vind, ga ik door. Anders kan je dit werk ook niet doen. Maar er zijn ook atleten die het voor het geld doen. Dat kan ik niet.”

En als je lichaam blijft tegensputteren?

„Dat kan je dus inderdaad het plezier ontnemen. Daar ben ik nu wel een paar keer tegenaan gelopen. Dat het lijf niet wil. Uiteindelijk is het nog wel steeds goed genoeg gekomen. Dat ik de juiste prikkel weer vond. Maar stel nou dat ik twee jaar alleen maar last heb. Dan houdt het op wel op. Al heb ik nu nog geen einddatum.”

Heb je zo’n periode met jezelf afgesproken?

„Ja, want als ik steeds alleen maar pijn heb, is mijn plezier weg.”

In augustus loopt ze achter elkaar in Hongarije, Polen, en in Wageningen. Bij de NK in augustus moet ze vanwege haar rug de finale laten schieten. Na de race in Hongarije moet ze drie dagen plat. Ze kan niet eens lopen.

Veel atleten die net als jij gesponsord worden door Nike klagen dat ze dit jaar gekort zijn op hun salaris. Als ze niet minimaal tien wedstrijden hebben gelopen, of niet in de toptien van de wereldranglijst staan, gaat er tot 50 procent van hun salaris af. Heb je met pijn in je rug gelopen terwijl dat eigenlijk niet verantwoord was? Omdat het moest?

„Je moet nooit. Zo moet je het niet zien. Maar ik heb ook mijn inkomen nodig. Nike betaalt mij voor zichtbaarheid met hun kleding en schoenen. Daarin hebben ze gewoon een voorwaarde. Het staat me vrij om niet te lopen …”

… maar dan word je gekort. Zo simpel is het.

„Ja, dat is de keuze die ik dan maak.”

En dat vind je ook redelijk?

„Ja. Zo staat het toch ook in jouw contract? Acht mensen interviewen betekent acht mensen interviewen. Als jouw werkgever zegt dat je moet, dan ga je. Er worden dingen van je gevraagd. Dat hoort erbij.”

Het heeft tot gekke taferelen geleid. Amerikaanse sprinters die joggend wedstrijden liepen om aan die tien te komen in een jaar waar dat aantal lastig te halen viel.

„Ja, dat is zo, maar Nike draait ook verlies en moet zichtbaar zijn.”

Maar jij hebt je daardoor niet in een positie gedwongen gevoeld waarin je risico nam met je rug?

„Risico loop je altijd. Maar dat was niet per se groter dan anders.”

Hoe is het nu met je rug?

„We proberen het in balans te krijgen door de krachttraining rustig op te bouwen. Het gaat in kleine stapjes. Daarom ben ik blij dat ik extra tijd heb om daaraan te werken. Ik sla het indoorseizoen daarom weer over. Nu ik wat ouder word, moet ik verstandiger gaan kiezen.”

Wanneer loop je weer?

„Weten we nog niet door corona.”

We zijn terug bij start, de Bilderberglaan in Oosterbeek. Het hoost en Schippers is doorweekt. Ze opent de kofferbak van haar SUV zodat Mexx erin kan springen. Thuis zal ze hem met een soort föhn droog blazen. Te vaak wassen is niet goed voor de vetlaag onder zijn vacht. Met een druk op de knop sluit de deur en verdwijnt de hond.

Heb je wel het idee dat de Spelen door zullen gaan?

„Ik blijf het heel hard roepen, maar ik vind het een hele moeilijke.”

Kan je het je voorstellen?

„Mwah. Lastig, nu met die mutatie. Wat gaat dat betekenen?”

En als de Spelen ook volgend jaar niet doorgaan?

„Dat zou ontzettend raar zijn. Soms realiseer ik me dat we geschiedenis aan het schrijven zijn. Dat ik over vijftig jaar zal vertellen dat we in 2020 met een pandemie zaten en dat de Spelen niet doorgingen. Een raar idee.”

Misschien train je wel voor iets dat niet doorgaat.

„Ja, maar dat houdt me ook op de been. Doen alsof is de enige manier waarop je het kunt volhouden.”