Analyse

De EU is groter en machtiger dan het VK – maar heeft zij ook ‘gewonnen’ in dit akkoord?

Winst-en-verliesrekening Na het akkoord tussen EU en VK proberen beide partijen hun successen te benadrukken.

Voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen en EU-hoofdonderhandelaar Michel Barnier geven donderdagmiddag een toelichting op het bereikte akkoord met het Verenigd Koninkrijk.
Voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen en EU-hoofdonderhandelaar Michel Barnier geven donderdagmiddag een toelichting op het bereikte akkoord met het Verenigd Koninkrijk. Foto Francisco Seco/EPA

Als twee partijen na negen maanden armpje drukken van tafel opstaan, is de logische vraag: wiens hand eindigde bovenop? Niet gek dus dat het donderdag, nadat de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk het op de valreep eens werden over een handelsakkoord, al snel ging over winnaars en verliezers.

Zie ook het overzicht van de belangrijkste afspraken tussen de EU en het VK

Beide partijen droegen daar zelf driftig aan bij. Nog voor het akkoord donderdagmiddag volledig was afgerond, ging in Britse Conservatieve kringen al een uitgebreid schema rond met alle punten waarop het VK ‘gewonnen’ zou hebben. Er werd zelfs een percentage aan gekoppeld: 43 procent Britse winst, tegenover 17 procent Europese.

Iets minder triomfantelijk was de ‘checklist’ die de Europese Commissie donderdag presenteerde, met daarop alle voordelen van het EU-lidmaatschap, afgezet tegen de voorwaarden die de Britten nu krijgen. De boodschap was niettemin duidelijk: binnen is het beter.

Ook tijdens de persconferenties werd victorie gekraaid, zowel in Londen als in Brussel. „We hebben de macht over ons lot terug genomen”, aldus de Britse premier Boris Johnson. In Brussel benadrukte de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, bovenal hoe „eerlijk” het akkoord is, en hoezeer de Europese interne markt erdoor beschermd wordt. Tegelijk waren haar woorden een duidelijke reactie op de stoere Britse taal. Soevereiniteit, aldus Von der Leyen, betekent in de huidige tijd „onze krachten bundelen en samen het woord voeren in een wereld van grootmachten.” En, in een haast achteloze toevoeging: „Wij zijn een van de giganten.”

Zelfvertrouwen uitstralen

Het tekent het zelfvertrouwen waarmee de EU de onderhandelingen met het VK inging. Hoe graag de Britten het ook anders zouden zien, gesprekken tussen gelijken waren het nooit. De bevolking van de EU telt rond de 447 miljoen, tegenover 67 miljoen Britten. Belangrijker nog is dat de export naar Europa voor het VK vele malen belangrijker is dan andersom, en de schade van een No Deal daarom veel groter.

Lees ook: Na het spinnen van het akkoord wacht Boris Johnson het waarmaken van zijn beloftes

Anders waren ook de beloften waarmee men aan de gesprekken begon. Voor de EU waren ze een noodzakelijk kwaad, om de schade voor de eigen markt zoveel mogelijk te beperken. In Londen werd gepocht over het ‘Brexit-dividend’ dat aan het eind zou kunnen worden geïnd.

Dat alles maakt het lastig een simpele winst-en-verliesrekening op te stellen. Ja: de EU was de bovenliggende partij, maar dat betekent niet dat ze daarmee nu ook ‘gewonnen’ heeft. Allereerst omdat de scheiding – hoezeer ook een cliché – voor beide partijen vooral verlies betekent. Verlies van economische groei, verlies van reisvrijheden, verlies van de bestaande ‘frictievrije handel’. Donderdag werd bovendien duidelijk dat bepaalde onderdelen definitief niet in de afspraken zitten: zo verdwijnt het VK uit het studentenuitwisselingsprogramma Erasmus.

Verder dan ‘normale’ handelsverdragen

Wat de EU en het VK overeenkwamen is niettemin een omvangrijk akkoord, waarin niet alleen over handel, maar ook over onder meer luchtvaart, veiligheid en energie afspraken zijn gemaakt. Johnson haalde het donderdag binnen als een ‘Canada-achtig’ verdrag, verwijzend naar het CETA-verdrag dat de EU vier jaar geleden met dat land overeenkwam (en dat overigens nog altijd niet volledig geratificeerd is). Die vergelijking gaat maar matig op. De afspraken in dit akkoord binden het VK op veel verder gaande manier aan de Europese regelgeving. De EU hamerde immers steeds op een ‘gelijk speelveld’: afspraken die oneerlijke concurrentie vanuit een gedereguleerde buurstaat moeten voorkomen.

Die afspraken zijn er gekomen, hoewel in een andere vorm dan Brussel aanvankelijk voor zich zag. Het VK en de EU spreken af niet onder de bestaande arbeids- en milieuregels te zakken. Maar aanvankelijk eiste de EU dat wanneer zij bepaalde regels zou aanscherpen, het VK dat automatisch ook zou moeten doen. Die ‘automatische’ verplichting komt er niet. Wel is afgesproken dat als de verschillen in regelgeving tussen de twee partijen te groot worden, een van de partijen aan de bel kan trekken. Lukt het niet er op dat moment onderling uit te komen, dan mag een partij zelf besluiten sancties te treffen. Een onafhankelijke arbitragecommissie zal dit vervolgens beoordelen.

Het betekent dat de Britten in principe vrij zijn nieuwe EU-regelgeving niet meer te volgen, maar dat ze daar wel de gevolgen van zullen ondervinden. Andersom geldt hetzelfde: Boris Johnson wees er in zijn toespraak op dat als het VK hogere eisen voor dierenwelzijn aan varkensboeren zou gaan stellen, het Europese bacon met heffingen zou kunnen raken.

Lees ook de analyse Dit is de snoeiharde Brexit die Boris Johnson voor ogen had

Het zijn afspraken die verder gaan dan in een ‘normaal’ handelsverdrag, en die juist daarom zoveel weerstand opriepen bij het VK. Maar voor de EU zijn ze een voorbeeld van het soort bindende afspraken over hoge milieu- en arbeidsnormen die ze ook in andere akkoorden wil opnemen. „In het hart van dit akkoord staan de nieuwe regels van het economische spel”, aldus EU-hoofdonderhandelaar Michel Barnier donderdag. „Die zullen voor de EU het begin van een nieuwe generatie handelsverdragen markeren.”

Toch is het eindresultaat wel degelijk een compromis. Belangrijk voor de Britten is dat, anders dan de EU wilde, het Europees Hof van Justitie geen rol heeft bij de handhaving van de afspraken. In plaats daarvan komt er een onafhankelijke arbitrage-tribunaal. Bovendien hoeven de Britten zich niet aan de Europese regels rondom staatssteun te houden, maar zal een nieuwe, Britse autoriteit hiervoor regels opstellen – die moeten voldoen aan opgestelde voorwaarden.

EU levert in op visserij

De belangrijkste Europese concessies zitten zoals verwacht op de visvangst. Europese vissers houden de komende vijfeneenhalf jaar toegang tot de Britse wateren, maar mogen daar 25 procent minder vangen. Daarna volgen nieuwe onderhandelingen. Mochten toegang of quota daarna te zeer afgeknepen worden, dan had de EU graag snel andere Britse producten met sancties willen kunnen raken. Maar dat wordt in het akkoord lastig gemaakt.

Vis is allerminst het enige dossier waarover het laatste woord nog lang niet is gezegd. Juist de ingewikkelde constructies die bedacht zijn om een compromis mogelijk te maken, leiden ertoe dat de EU en het VK ook de komende jaren tot elkaar veroordeeld blijven.

„Dit akkoord, aldus Von der Leyen, „stelt ons in staat Brexit eindelijk achter ons te laten.” Niemand in Brussel of Londen gelooft dat dat werkelijk zo is.