Zo is mijn liefde voor woorden begonnen

Woordhoek

In mijn puberjaren voerden mijn vader en ik soms heftige discussies. Daarbij vielen woorden als objectief, subjectief en – we hebben het over de jaren zeventig – pacifisme.

Met regelmaat onderbrak mijn vader zo’n discussie met de opmerking: zoek dat maar eens op in de Dikke Van Dale. Hij vond dat we eerst overeenstemming moesten bereiken over de precieze betekenis van een omstreden begrip.

Ik herinner me momenten van triomf: kijk dan, zie je wel, dit is precies wat ik bedoel! Maar ook van ontgoocheling: een ingewikkelde of nietszeggende definitie die de boel vertroebelde.

Terugkijkend denk ik: zo is mijn liefde voor woorden begonnen.

Na verloop van tijd greep ik ook buiten discussies steeds vaker naar de Van Dale, want het stoorde me dat ik in de krant voortdurend woorden las die ik niet kende. Bijna dagelijks schreef ik die in een schriftje.

Vervolgens stak ik een pen en notitieboekje bij me. Onderweg noteerde ik daarin niet alleen ‘moeilijke’ woorden, maar álle woorden en uitdrukkingen die me interesseerden. Synoniemen voor de geslachtsdelen en het liefdesspel bijvoorbeeld, of plat-Rotterdamse uitdrukkingen, want in die stad ging ik naar de middelbare school.

De lexicograaf in mij was wakker geworden, hoewel ik dat begrip toen stellig niet kende.

In deze rubriek ging het de afgelopen twintig jaar vaak over de geschiedenis van woorden en uitdrukkingen. Dat komt omdat ik geloof dat je het heden niet goed kunt begrijpen zonder kennis van het verleden. Zo vind ik het troostend om te lezen hoe Nederlanders eerder hebben gereageerd op pandemieën. Nieuwe omstandigheden leiden bijna altijd tot nieuwe woorden, betekenissen of uitdrukkingen. Door de geschiedenis daarvan in kaart te brengen krijg je sleutels in handen om te nuanceren en te relativeren – althans: zo ervaar ik dat.

We zijn verwend met een rijk instrumentarium om de geschiedenis van onze taal te bestuderen. Vorige week noemde ik hier een aantal historische tekstbestanden waarin lezers zelf onderzoek kunnen doen. Daarnaast zijn er allerlei naslagwerken gratis online te raadplegen. Ik noem er hier een paar.

Ik krijg altijd veel vragen over de herkomst van woorden. In de Etymologiebank, een project van Nicoline van der Sijs, vind je de herkomst van ruim honderdduizend woorden. Een goed hedendaags naslagwerk in opbouw is het Algemeen Nederlands Woordenboek. Voor het Oudnederlands, Vroeg-Middelnederlands, Middelnederlands, het Fries en het Nederlands tot circa 1970, zijn woordenboeken tegelijk of los van elkaar te doorzoeken in een databank van het Instituut voor de Nederlandse Taal. Daar vind je ook de Woordenbank van de Nederlandse Dialecten en de Database van de Zuidelijk-Nederlandse Dialecten.

En dan beginnen we pas! Bij het Meertens Instituut kun je zoeken in onder meer databanken voor uitleenwoorden (Nederlandse woorden die door andere talen zijn overgenomen, woorden als besmettelijk, buiktyfus, griep, tuberculose, tering en pest), familienamen, voornamen, volksverhalen, dialectkaarten en liederen. Zijn er in ons taalgebied liederen gemaakt over bijvoorbeeld de cholera? Ja, dit lied bijvoorbeeld, uit 1848, met de ontkennende titel ‘De cholera regeert niet!’, maar met als eerste zin: „Wat ramp! Reeds tot aan de Amstelboorden/ Drong ’t Aziatisch monster door.”

Allemaal bronnen om eindeloos in te grasduinen.

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.