Opinie

Herstel van vertrouwen is voor de burger het belangrijkst

Toeslagenaffaire

Commentaar

Het rampjaar 2020 eindigt voor in elk geval één groep burgers gelukkig beter dan het begon. Eindelijk krijgen de ouders die de afgelopen jaren slachtoffer werden van de meedogenloze fraudebestrijding door de Belastingdienst de terechte compensatie waar ze al zo lang op wachten.

Ongekend onrecht heette niet voor niets het rapport van de parlementaire ondervragingscommissie die de hoofdrolspelers in de Toeslagenaffaire de afgelopen maanden hoorde en er vorige week donderdag een snoeihard rapport over uitbracht. Met als conclusie: niet alleen de Belastingdienst faalde, nee, hier was sprake van een „optelsom van onvermogen” bij de héle overheid, inclusief de rechtspraak.

De compensatieregeling werd dinsdag door het kabinet vastgesteld tijdens een beraad op het Catshuis dat nog geen halve dag duurde. Dat ging ineens verrassend snel, want het afgelopen jaar zat er weinig schot in de afronding van dit drama. In januari hadden nog maar 280 gezinnen een compensatie ontvangen en de teller van het aantal mogelijk gedupeerden liep steeds hoger op. Die tikt nu de 26.000 aan.

Nadat er twee staatssecretarissen over de Toeslagenaffaire waren gestruikeld werd bij Financiën een extra staatssecretaris aangesteld, speciaal voor de toeslagen. Maar ook Alexandra van Huffelen (D66) slaagde er niet in de zaak te versnellen. Een in maart uitgebracht advies van de commissie-Donner over een generieke regeling vond zij te karig, maar om ruimhartiger te compenseren moest er toch weer op ‘dossierniveau’ gekeken worden. Wat de zaak nog ingewikkelder maakte was dat er vijf categorieën gedupeerden onderscheiden werden, er moest dus een ‘Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen’ worden ingericht en er was ook nog een wetswijziging nodig om compensatie mogelijk te maken. Zo kwam het dat er ondanks de extra staatssecretaris tot nu toe nog maar 862 voorlopige betalingen zijn gedaan.

Deze trage gang van zaken stond in schril contrast met de snelheid waarmee er wel miljardenregelingen konden worden opgetuigd om bedrijven en werkenden te steunen in de coronacrisis. Het rapport van de parlementaire commissie fungeerde als wake-up call. „Laten we handelen”, zei voorzitter Chris van Dam (CDA), en daar heeft het kabinet gehoor aan gegeven. Het is een mooi gebaar dat er, naast de compensatie, extra hulp komt voor ouders die hun baan of huis zijn kwijtgeraakt en dat het kabinet kinderen die opgroeiden in de door schulden verwoeste gezinnen een „zetje” wil geven.

Het leed dat de overheid veroorzaakte kan nooit meer teruggedraaid worden; de 30.000 euro die de gedupeerde ouders krijgen is een schrale troost. Te hopen valt dat ze op dit geld niet weer vier maanden hoeven wachten - het kabinet noemde 1 mei als deadline voor de uitbetaling, een kanttekening die afdoet aan de feestvreugde.

De Belastingdienst heeft in elk geval 9.700 van de mogelijk 26.000 slachtoffers in beeld. Als hun claims niet hoger zijn en er dus niks onderzocht hoeft te worden, moet het toch mogelijk zijn het geld sneller uit te keren. Dat er ouders zullen zijn die zo meer geld krijgen dan de geleden schade zal men voor lief moeten nemen.

De keuze om nu in allerijl een generieke regeling op te tuigen, heeft wel een keerzijde: voor ouders die meer schade leden dan 30.000 euro is de zaak ook na de compensatie nog niet afgehandeld. Dat kan een gevoel van onrechtvaardigheid oproepen, omdat zij moeten doorvechten terwijl anderen een ‘cadeau’ in de schoot kregen geworpen.

Lees ook: De vraag is nu: moeten er in Den Haag koppen rollen?

Door sommigen werd verwacht of zelfs gehoopt dat het kabinet dinsdag ook meteen politieke consequenties zou trekken. Er werd gespeculeerd over het aftreden van minister Erik Wiebes (Economische Zaken, VVD), in het vorige kabinet verantwoordelijk voor de toeslagen, of mogelijk het hele kabinet. Zover kwam het niet. Of dat op 3 januari, als het kabinet verder praat, wel gaat gebeuren, is moeilijk te voorspellen. Er zijn bewindspersonen en kabinetten over minder gevallen. Maar de coronacrisis woekert voort: het land is in lockdown en de zorg staat onder druk. Dat vraagt om een kabinet met voldoende mandaat om zonodig harde ingrepen te doen.

Het is ook de vraag of de gedupeerde ouders behoefte hebben aan een politiek zoenoffer. Toen staatssecretaris Menno Snel (D66) een jaar geleden aftrad in deze affaire zagen zij dat vooral als een Haags trucje om verantwoordelijkheid te ontlopen. Iets anders lijkt van groter belang. Het wantrouwen van de overheid tegenover de burger heeft het vertrouwen van de burger in de overheid geschaad. Het is een probleem waar de Nationale Ombudsman al jaren aandacht voor vraagt. Politici maar ook andere ambtsdragers moeten bij zichzelf te rade gaan hoe zij het vertrouwen kunnen herstellen.