Drager Steven van Marle trekt zijn kostuum aan voor een begrafenis. Zijn collega’s warmen zich aan een kop koffie, terwijl de burgemeester en de Gelderse commissaris van de koning de rouwzaal inspecteren. Zeker 88 Heerdenaren overleden dit voorjaar aan corona.

Foto Merlin Daleman

Reportage

Heerde, blief maar fijn bie ’t olde

Veluwe Bijna nergens in Nederland sloeg het virus dit jaar zo genadeloos toe als in Heerde, voorheen een rustiek kerkdorp op de Veluwe. Ook de burgemeester werd er ernstig ziek. „Ik ga niet óók dood, dacht ik. Dat kan God niet maken, zeg maar.”

Jakob Doornewaard trekt de pijp van zijn spijkerbroek iets op en voelt aan zijn onderbeen. „Helemaal koud”, zegt hij op fluistertoon. Hij zit op de bank en wrijft zachtjes over zijn witte huid. De beharing is helemaal weg sinds hij in maart dit jaar ziek werd. Ook zijn reuk is nog altijd niet terug.


Achter Jakob (63), op een eikenhouten meubel, pronkt een groot uitgevallen ansichtkaart. „Wees niet bang!”, staat erop. „Jezus is het licht van de wereld.” Zijn vrouw Dicky (60), in het dagelijks leven tandartsassistente: „Daar geloven wij in. Al is het soms moeilijk, na alles wat er is gebeurd.”

Ze staat op en komt terug met een kleurenfoto van hun 40-jarig huwelijksfeest, eind 2019. De man op de jubileumplaat lijkt in weinig meer op haar echtgenoot in de hoek van de bank. Op de foto: een man met een rode blos op zijn wangen en een volle snor, die lachend in de camera kijkt. Ze kijkt naar de foto en dan naar hem. Hij zegt niets, knikt slechts zachtjes. Alsof hij wil zeggen: zo snel is het gegaan. Zijn gelaat is ingevallen en grauw, tegen het gele aan. In zijn ooghoek strandt een traan.

„In een paar dagen tijd is ons leven compleet veranderd”, zegt Dicky als ze vijf minuten later terug is uit de keuken met koffie en voor iedereen een mergpijp op een schoteltje. Hij hoopt in de toekomst zijn werk als bode bij de gemeente Heerde en het belendende Oldebroek weer te kunnen doen als vroeger. „Nu kan het sowieso niet,” zegt hij. De kracht en de energie ontbreken simpelweg. Bovendien: „Thuiswerken als bode, dat bestaat niet.”

Op weinig plekken in het land sloeg het virus zo genadeloos toe als in het Gelderse Heerde, schilderachtig mooi gelegen in het groen nabij de IJssel in de noordpunt van de Veluwe. Met naar schatting 88 doden als gevolg van het virus kent iedereen in het dorp (circa 18.500 inwoners) wel iemand die is overleden. Woensdag merkte het RIVM op dat christelijke gemeenten in de huidige golf oververtegenwoordigd zijn.

Ontsmet winkelkarretje

NRC keerde terug naar Heerde en zag hoe de maatregelen daar al ruim voor de huidige lockdown consequenter werden nageleefd dan waar ook. Wie het waagt zonder volledig ontsmet karretje de supermarkt in te lopen, wordt direct de winkel uit gedirigeerd. „Wij hebben onze les geleerd”, zegt Erik van der Laan, al 22 jaar beheerder van begraafplaats Engelmanskamp. Hij ergert zich net als veel Heerdenaren aan de beelden van volle winkelstraten in de grote steden. Staand naast de door hemzelf uitgediepte coronagraven: „Ze zouden één dag met mij mee moeten lopen. Dan piepen ze wel anders.”

Wie langer in Heerde verblijft, ziet dat de pandemie óók een metafoor is, voor een veranderende wereld die het rustieke kerkdorp van weleer meeneemt in de moderne tijd. Waar op verschillende voordeuren een sticker zit met de tekst ‘Hier maj plat praotn’ en tegelijkertijd internationale, criminele bendes die in het buitengebied loeren naar de lege stallen om hun synthetische drugs te kunnen produceren. Een dorp met dertien kerken waar óók de wens bestaat tot koopzondagen en inmiddels jaarlijks de regenboogvlag wordt gehesen op coming out day. En dat schuurt.

Foto Merlin Daleman

Neem Jan Tuinman, fractievoorzitter van de ChristenUnie, de grootste partij in de gemeenteraad: „Heerde moet wel Heerde blijven.”

Zo hecht hij aan het ambtsgebed waar iedere raadsvergadering mee begint. Een eerbetoon aan de „almachtige God” die de raadsleden „heeft geroepen” om de gemeente te besturen. „Wij vragen van U het inzicht en de kracht om besluiten te nemen die het welzijn dezer gemeente bevorderen”, luidt de tekst.

Het CDA, de tweede grootste partij, stelde bij de vorige Gemeenteraadsverkiezingen voor om alle kinderen het Heerder volkslied te leren.

Heerde blief maar fijn bie ’t olde
Pas op dat z’oe niet verleid
In dat mooie Heerder landschap
Past geen stadsche deftigheid

Nicole Ruiterkamp (43), katholiek opgevoed maar niet kerkelijk, glimlacht bij die woorden. Ze voedt als alleenstaande moeder twee kinderen op in haar bescheiden woning aan de rand van het dorp. Ruiterkamp is in Heerde geboren en getogen, maar voelt zich geregeld een buitenstaander.

Tot 2016 was ze werkzaam als sociaal rechercheur, op zoek naar bijstandsfraudeurs. „Maar dat is altijd negatief. Je brengt mensen nooit eens een cadeautje.” Ze verlangde naar iets positiefs, naar wat reuring in Heerde, en besloot ondernemer te worden. Ze organiseerde verschillende activiteiten, waaronder een speeddate voor singles, zoals zijzelf. Een succes werd het niet. Misschien wel omdat er te veel ‘proat’ van kwam, zegt ze terugblikkend. „Een buurvrouw schoot me aan op straat en zei: ‘De hele buurt praat erover.’”

Verandering is hier niet hetzelfde als vooruitgang

André van der Graaf dominee

Dominee André van der Graaf (39), opgeleid in Utrecht en sinds vier jaar werkzaam in de Hervormde Kerk in het centrum van Heerde: „Verandering is hier niet hetzelfde als vooruitgang.” Zo voerde hij gesprekken over modernere liederen. De eerste reactie: ‘Dominee, het ís toch al goed?’ Van der Graaf: „Verandering kost hier tijd.” Het liedboek werd uiteindelijk, in bescheiden vorm, vernieuwd. Van der Graaf: „Het ging voetje voor voetje en pas na ruggenspraak op het dorp.” Hij glimlacht. „Die traagheid heeft overigens ook zijn kracht en charme.”

Buiten wijst hij naar een paadje dat grofweg loopt van zijn woning naar de honderd meter verderop gelegen kerk. Iedere zondag komt de koster vanuit de kerk over het ‘domineespaadje’ gelopen om het hekje te openen. Na afloop van de dienst geniet de dominee hetzelfde voorrecht. Van der Graaf: „Ook een paar kerkgangers maken er gelukkig gebruik van.”

Na afloop van de laatste zondagdienst doet de koster het hekje weer voor een week op slot. Van der Graaf: „Is dat geen prachtige traditie?”

Onzichtbare nieuwkomer

Misschien wel mede door die volksaard raakte het dodelijke virus Heerde in het hart: de onzichtbare nieuwkomer uit het verre buitenland overviel de hechte gemeenschap. Alles wat Heerde normaliter níet overkomt. De GGD schat achteraf dat Covid-19 al op 28 februari in het dorp arriveerde. Tot halverwege maart had alleen niemand het in de gaten.

Op maandagavond 8 maart bijvoorbeeld dronken de tachtig leden van mannenkoor De Lofzang in de pauze van de repetitie een drankje, als altijd. Links stonden de koffiedrinkers, rechts in de zaal de mannen die trek hadden in fris of een biertje. Vooral de koffiedrinkers werden ziek. Zes „geliefde zangvrienden” zijn volgens het koorbestuur uiteindelijk aan het virus overleden.

Het dorp blijkt een ware brandhaard, de dood waart er rond.

Dagblad De Stentor turfde een dag na de koorrepetitie bij een informatiebijeenkomst in een plaatselijk zalencentrum over Lelystad Airport (Heerde ligt recht onder de aanvliegroute) 631 kuchjes onder 150 aanwezigen. Weer een dag later, op woensdag, stroomden de zeven kerken in Heerde vol voor de jaarlijkse Biddag voor Gewas en Arbeid. Alleen het handenschudden was die avond uit de liturgie geknipt. Verder zat men, als gebruikelijk, dicht tegen elkaar aan. Dominee Van der Graaf: „Ik herinner me hoe we nog met elkaar hebben gezongen. Uit volle borst.”

Twee weken later is Heerde nationaal nieuws. Het dorp blijkt een ware brandhaard, de dood waart er rond. Terugkijkend, zegt Erik van der Laan (54), beheerder van begraafplaats Engelmanskamp: „Ik kon alleen maar denken: wát gebeurt hier? Wát gebeurt hier?” Hij staat aan het begin van een lange rij coronagraven. In de verte is voor wie goed luistert alleen het verkeer van de A50 te horen.

Na 22 jaar kan hij zijn werk en privé goed scheiden, maar dit voorjaar zal hem altijd bijblijven. Hij vertelt over twee jongens van rond de 30. „Op een zaterdag stonden ze hier verdrietig bij het graf van hun moeder.” Van der Laan stopt even met het rollen van zijn shaggie en wijst naar de toegangspoort. „Een week later stonden ze daar, schreeuwend als twee varkens. Bleek hun vader ook te zijn overleden.” Van der Laan schudt het hoofd. „De gedachte aan dat moment gaat me nog altijd door merg en been.”

Twee weken later, op zaterdagochtend 28 maart, stapt in alle vroegte een tiental verpleegkundig geschoolde militairen, onder leiding van een sergeant, in vol ornaat verpleeghuis Brinkhoven binnen. Meer dan de helft van het eigen personeel zit ziek thuis. De hele situatie doet sommige bewoners aan de oorlogsjaren denken, herinnert manager Gerdien Sloot zich. „Een bewoonster zei: ‘Dit is erger dan de oorlog. Toen mochten de kinderen nog naar school.’” Uiteindelijk raakt de helft van de 70 bewoners besmet, een derde overlijdt. Sloot: „Dat is nog altijd amper te bevatten.” De plaatselijke krant De Schaapskooi is die weken pagina’s dikker dan normaal door alle rouwadvertenties.

Heerde kwam eind maart landelijk in het nieuws toen in verpleeghuis Brinkhoven meer dan de helft van het personeel besmet was met het virus. Een derde van de 77 inwoners stierf. Foto Merlin Daleman

Vijftig meter verderop ziet uitvaartbegeleidster Astrid Strijbos door het raam van haar kantoor eind maart de dood bijna letterlijk op haar afkomen. Strijbos, een energieke en opgewekte vrouw, herinnert zich de „surreële sfeer” door de aanwezigheid van het leger en het ongekende aantal doodskisten waarop haar koeling niet was berekend. Waar ze normaal één of twee keer per week een uitvaart begeleidt, zijn het er in die dagen meerdere per dag. „Ik ga weer naar het front”, zegt ze in die dagen tegen haar gezin, als ze ’s ochtends vroeg naar uitvaartcentrum Memento Mori vertrekt.

De overheidsrestricties worden steeds strenger. In meerdere gezinnen in Heerde wordt er geloot wie van de kinderen bij hun stervende ouder mag zijn. In andere gevallen kan er überhaupt geen afscheid worden genomen. „Mensonterend”, noemt een nabestaande het. Strijbos: „Dat vond ik zó vreselijk, want dat is wat een uitvaart precies niet moet zijn.”

Samenleven werd medeleven

Het zijn dagen waarin ze voor het eerst van haar leven wakker ligt van haar werk. „Er stonden hier op een gegeven moment dertien kisten. Mijn angst was dat we in al die hectiek er per ongeluk één zouden verwisselen.” Om die angst te bezweren plakt ze op iedere kist een gele post-it die ze voor de zekerheid met plakband nog eens vastmaakt. Strijbos: „Het mócht niet fout gaan.”

Ze kijkt door het raam van haar kantoor en is even stil bij de herinnering aan het voorjaar. Ze vertelt hoe er voor de deur van Brinkhoven een bloemenzee ontstond en taarten en andere cadeaus maar bleven komen. Niet voor haar. „Toen zijn er wel momenten geweest waarop ik me eenzaam voelde,” zegt ze. Dan breekt de lach alweer door. „Ik heb één keer tulpen van iemand gehad. Een prachtige bos.”

Foto Merlin Daleman

„Ik ga weer naar het front”, zei uitvaartbegeleider Astrid Strijbos elke ochtend voor ze naar haar werk ging.


Foto Merlin Daleman

„Ik ga weer naar het front”, zei uitvaartbegeleider Astrid Strijbos elke ochtend voor ze naar haar werk ging.


Foto’s Merlin Daleman

Het ‘naoberschap’, die intensieve Oost-Nederlandse manier van samenleven in de dorpsdriehoek kerk, koor en kroeg, leek Heerde dit voorjaar de das om te doen. Maar diezelfde gemeenschapszin bracht het dorp nog dichter bij elkaar. Samenleven werd medeleven, vertelt Steven van Marle (77) in de aula van Memento Mori. Hij drinkt er vrijwel dagelijks even koffie, als voorman van de groep dragers die namens de gelijknamig uitvaartvereniging de doden naar hun laatste rustplaats brengt.

Al sinds 1971 is hij lid van de vereniging. Van Marle: „Een familietraditie.” Zijn jongste achterkleinkind heeft hij net aangemeld. Hij is zes maanden oud. Ieder jaar vergadert de uitvaartvereniging één keer, met aan het einde voor iedereen een gratis gehaktbal. Van Marle: „Héérlijk.”

Sinds zijn pensioen in de wegenbouw is hij drager, net als zeven andere ervaren dorpsbewoners. De gezamenlijke kleedruimte is hun hoofdkwartier. Daar hangen de donkergrijze pakken op een rij. Kaarsrecht. Daar recht boven liggen de hoeden op een plank. Op de rand prijken hun namen, keurig geprint en geplastificeerd: Jan, Rein, Herman, Ton, Gerrit, Albert en Henk. Van Marle: „De oudste is door de 80 heen.”

We kregen ineens écht contact. Als we elkaar nu zien, praten we even

Mirjam Bouwman EO-presentatrice

Het werk gaat volgens een strak protocol. Het vriendelijke doch ferme „heren” van Astrid Strijbos is het teken om de kist op te tillen en te gaan lopen. In de maat, strak in het gelid en volgens een verfijnde routine. Van Marle: „Anders gaat de kist scheef.” Gevraagd naar zijn herinneringen aan dit voorjaar schudt hij het hoofd. „Op het dieptepunt kwamen we terug van de begraafplaats en stonden er alweer twee nieuwe auto’s klaar.” Toch liet hij er niet één aan zich voorbij gaan. Van Marle: „Geen denken aan.”

EO-presentatrice Mirjam Bouwman herinnert zich aan de keukentafel in het centrum van het dorp haar contact met een overbuurvrouw van 93, naar wie ze anders hoogstens even zwaaide. „We kregen ineens écht contact. Als we elkaar nu zien, praten we even.” Op soortgelijke wijze ontstaan er allerlei nieuwe contacten en initiatieven in het dorp. Van ‘Heerde Helpt’ tot ‘Coronahulp Heerde’. Bouwman, die jaren in de randstad woonde: „Echt heel bijzonder.”

Wanneer Janny van Ark, dirigente van liefst zes koren in de regio, tijdens de eerste golf op de intensive care belandt in Zwolle en bijna acht weken kunstmatig in slaap wordt gehouden, nemen koorleden thuis elk hetzelfde lied op. Aan de ruim duizend kaarten die ze ontvangt, komt ze pas weken later toe, in het revalidatiecentrum. Haar man heeft ze voor haar gerubriceerd in grote, plastic bakken. „Drie per dag lazen we er. Eerst uit de categorie Ellende, dan eentje over Verlossing en ten slotte een kaart over Dankbaarheid.”

Grote, grijze meute

Toch is Heerde niet alleen plattelandsidylle. Dat ondervond Nicole Ruiterkamp toen ze na haar mislukte speeddate-evenement Halloween wilde organiseren. Ruiterkamp: „Heerde is een fijn dorp, maar lastig als je niet met de grote, grijze meute meeloopt.” Een deel van de middenstand omarmde haar initiatief, anderen maakten haar duidelijk er fel tegen te zijn. Pas toen een kledingwinkel openlijk steun uitsprak en 100 euro toezegde, volgden er meer donaties. Exemplarisch voor de gevoeligheid is de steun van één van de supermarktketens in het dorp. Die wilde Ruiterkamps initiatief ondersteunen, maar níet worden genoemd als sponsor. Ruiterkamp: „Heb je ooit zoiets gehoord?”

Ze zet door en organiseert vanaf 2016 vier steeds succesvollere edities. „Op het laatst kwam er wel 800 man op af, onder wie veel kerkgangers.” Maar met het succes groeit ook de weerstand. In de Vrije Evangelische Gemeente gaat dominee Weststrate in op de kwaadaardigheid van Halloween. „Het líjkt leuk en onschuldig,” schrijft hij in de aankondiging van een jeugddienst over het fenomeen in De Schaapskooi.

Daar blijft het niet bij. In oktober 2019 richt iemand zich in een anonieme mail rechtstreeks tot Ruiterkamp. „Het Halloweenfeest heeft zijn wortels in het heidendom en verwijst naar de dood. Zowel geestelijk als emotioneel worden kinderen hier negatief door beïnvloed.” En dat „mag niet gebeuren”. De omineuze mail is ondertekend door stichting Op de bres, namens „bezorgde en waarschuwende burgers van Heerde”.

Foto Merlin Daleman

De mail is afkomstig van Cees Vork, blijkt uit navraag door NRC. Vork, voormalig profvoetballer bij MVV, wijdt zijn leven sinds 1985 volledig aan God met zijn in Heerde gevestigde gebedsbeweging. Gevraagd naar de achtergrond van zijn anonimiteit, zegt Vork: „Het was mijn opdracht aan haar, niet het begin van een gesprek. Vervolgens was het aan haar om te bepalen wat ze daarmee deed.”

Ruiterkamp is niet verbaasd als ze het hoort. „Ook dat is Heerde. Een beetje achter de ellebogen.”

Boer Koekoek

Het voorbeeld staat niet op zich. Veranderingen leiden in het dorp al snel tot weerstand, wat goed te zien is in de lokale politiek. De enige plek in Nederland ook waar de voormalige protestpartij van Boer Koekoek nog altijd is vertegenwoordigd.

Neem het ambtsgebed, dat onlangs na veel overleg werd gemoderniseerd. Tot overmaat van ramp, vertelt ChristenUnie-leider Tuinman, moet het gebed onder druk van minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren (D66) tegenwoordig ook nog voorafgaan aan het officiële deel van de raadszitting. „Scheiding van kerk en staat,” moppert Tuinman. Maar daar heeft het volgens hem niets mee te maken. „Ze wil geloof en politiek scheiden. En dat kan niet.” De „actie” van Ollongren geeft hem een „angstig” gevoel. Tuinman: „Wat is de volgende stap? Dat ik alleen nog thuis mijn geloof mag belijden?”

Het virus velde in korte tijd burgemeester Jacqueline Koops (ChristenUnie) en haar partijgenoot in het college.

De politieke reuring in Heerde beperkt zich niet tot de gemeenteraad en kwesties als deze. Ook in bestuurlijk opzicht maakt het dorp turbulente tijden door. Eerst door de pandemie, daarna door een discussie over de bestuurscultuur.

Het virus velde in korte tijd burgemeester Jacqueline Koops (ChristenUnie) en haar partijgenoot in het college. Toen kort daarop nog een wethouder moest passen, was er nog één over.

Waar de wethouders gezond terugkeerden, legde Koops ernstig verzwakt haar functie neer. Tijdens een lange drive-through optocht door de Marktstraat zwaaide Heerde haar onlangs uit.

Half liggend op de bank in haar huurwoning aan de rand van Heerde blikt ze terug. „Het was afschuwelijk om iedereen in de steek te laten, juist toen ze me nodig hadden.” Het kon niet anders, zegt ze. Koops, moeder van twee jonge kinderen en sinds een aantal jaar weduwe: „Ik heb altijd gedacht: ik ga niet óók dood. Dat kan God niet maken, zeg maar.”

Tot het zo slecht met haar ging en ze dat scenario met haar nieuwe partner besprak. Vechtend tegen de tranen: „Dat was het diepste punt.” De burgemeester roemt het medeleven van de inwoners in die tijd. „Het stond hier elke dag vól met bloemen.”

Fractievoorzitter van de ChristenUnie Jan Tuinman nam de zondag voor de uitbraak nog plaats achter het orgel in een kerk.

Foto Merlin Daleman

Toch was het niet alleen het moeizame herstel dat haar deed besluiten te stoppen. In haar afscheidsbrief aan de gemeenteraad schrijft ze dat Heerde bestuurlijke vernieuwing nodig heeft, die „vastomlijnde patronen en hiërarchie moet doorbreken”. Volgens Koops kampt Heerde met een bestuurscultuur die „uitgaat van macht in plaats van invloed”. „Een cultuur van over elkaar praten, in plaats van met elkaar praten.” De wethouders reageren verbaasd en zeggen zich „niet te herkennen” in het beeld.

Op de achtergrond speelt al jaren een discussie over een fusie met omliggende gemeentes. En dat ligt heel gevoelig. Heerde moet immers wel Heerde blijven.

Troostkant van het evangelie

Wie André van der Graaf op een doordeweekse dag ziet staan in zijn Hervormde Kerk aan de Dorpsstraat, denkt niet meteen aan een dominee. Boven een paar donkere suède schoenen draagt hij een spijkerbroek en een lamswollen trui. Zijn baard is keurig getrimd. Hij lacht. „Dat hoor ik vaker.”

Hij leidt rond in zijn Johanneskerk met de kenmerkende laatgotische toren. De negen zwarte collectezakken hangen al maanden werkloos in een houten rek.

Zelf raakte Van der Graaf ook besmet. Nog altijd is hij niet volledig hersteld. Het brengt het gesprek op de gevolgen van het fatale voorjaar. „Aanvankelijk ging het hier vooral om de troostkant van het evangelie”, zegt hij. Inmiddels roept de pandemie allerlei vragen op in zijn geloofsgemeenschap. „Wat leert het ons?”

Hij slaakt een zucht. „God is niet de auteur van het kwaad. Je kunt hem dus niet verantwoordelijk stellen voor het coronavirus.” Over wat diens rol wel is, moet hij het antwoord schuldig blijven, zegt hij. „Tegelijk geloven we ook dat God almachtig is en dat Hem dit niet zomaar overkomt.” Van der Graaf houdt even zijn pas in en zegt dan: „Hij kan het zelfs ten goede gaan gebruiken. Dat denk ik echt.” Blijmoedig: „Is dat niet een hoopvolle gedachte?”

Nederland, Heerde, 27-11-20
Heerde na hun Corona epidemie.
Onthulling van het Corona herdenkings monument. Steven (rrod jasje) is één van de drager vrijwilligers bij de uitvaarten.
© Photo Merlin Daleman
Inwoners van Heerde bij de onthulling van het coronaherdenkingsmonument.

Foto Merlin Daleman
Inwoners van Heerde bij de onthulling van het coronaherdenkingsmonument.
foto’s Merlin Daleman

In de voortuin van Jakob en Dicky Doornewaard staat inmiddels een bord: ‘Te Koop’, staat erop. Traplopen kost de ooit zo fitte bode nog altijd veel moeite, dus betrekken de twee veel eerder dan gedacht een kleinere woning met minder tuin. Ze vonden die op Facebook. De bewoonster bleek net te zijn overleden. Dicky: „Aan corona.”

Het virus heeft ook hun relatie aangetast, vertelt ze als Jakob naar de wc is. „Dat traantje straks, dat ken ik helemaal niet van hem.” Het is niet de enige verandering. „Hij is vergeetachtig geworden en als ik iets zeg, reageert hij vaak geprikkeld: ‘Waar bemoei je je mee?’, zegt hij dan.”

Hij knikt als het hem later wordt voorgelegd. „Het is frustratie,” zegt hij. „Voor mij is er geen leven voor en na corona. Er is een leven met en zonder corona.” Hij denkt even na en zegt dan: „Ik ben de regie over mijn leven kwijt.”

Hij vertelt over een bezoek aan hun nieuwe woning. Eenmaal weer thuis wilde hij een schets maken van de indeling. „Dat deed ik vroeger zó. Uit het blote hoofd en nog scherp ook.” Maar het lukte hem niet meer. „Wat ik in mijn hoofd had, kreeg ik niet meer op papier.” Hij vermant zich en kijkt naar zijn vrouw. Dicky: „De proppen vlogen door de kamer.”