Maria Gaponik & Aleksandra (Sasja) Filipenko

Foto Piotr Malecki & Vita Kucinskiene

Interview

Gevlucht uit Wit-Rusland: ‘Weet je nog, het jaar dat ik een kogel in mijn been kreeg?’

De verhalen van 2020 Protest tegen de oneerlijk verlopen verkiezingen in Wit-Rusland werd hard neergeslagen. In het ziekenhuis in Minsk ontmoette correspondent – die zelf ook gewond raakte – twee vrouwen met wie ze contact hield. Beiden zijn inmiddels Wit-Rusland ontvlucht.

September 2020

„Ik zal je foto’s sturen van onze Poolse vakantie”, appt Maria Gaponik opgewekt op een zondag begin september. Het is precies een maand geleden dat wij elkaar leerden kennen in het militaire ziekenhuis van de Wit-Russische hoofdstad Minsk, waar we allebei binnengebracht waren met brandwonden, gehoorschade en granaatsplinters in ons lijf. Net als honderden anderen waren we onder vuur genomen door de oproerpolitie OMON tijdens een demonstratie in de nacht na de gemanipuleerde presidentsverkiezingen.

Maria had ook een schampschot van een rubberen kogel op haar wang. Ze hinkte rond in haar roze onderbroek, nadat de politie haar rokje in beslag had genomen. Van de artsen kreeg ze de bijnaam ‘vaandeldrager’, omdat ze met een – bebloede – wit-rode protestvlag de Eerste Hulp was binnengereden. „Ik zie eruit als een stuk door honden uiteen gereten vlees”, vond de 24-jarige zelf. Maar gelukkig waren haar verwondingen oppervlakkig en mocht ze binnen een week weer naar haar appartementje in de Wit-Russische hoofdstad.

Haar vriend Kostja is er slechter aan toe. De stungranaat die precies tussen hen in ontplofte heeft zijn voet zo gehavend dat het onzeker is of die het redt. Misschien kan hij wel nooit meer lopen. Hij kan op kosten van een vrijwilligersorganisatie in Polen geopereerd worden. En zij mag mee. Revalidatie voor hem; even adempauze van de post-verkiezingschaos voor haar.

Het vakantiebericht is het laatste dat ik uit Wit-Rusland van Maria verneem. De volgende dag is ze verdwenen.

„De politie is naar haar huis gekomen en heeft haar meegenomen”, hoor ik een dag later van Sasja Filipenko, die ook bij ons op de ziekenhuiskamer lag, nadat artsen een rubberkogel uit haar scheen hadden gepeuterd. Waarschijnlijk hebben ze Maria opgesloten in Okrestina, de beruchte gevangenis waar sinds het begin van de protesten demonstranten gemarteld worden. „Ik ben bang dat ze nu achter mij aankomen”, schrijft Sasja, 20 jaar oud.

Het is geen paranoïde gedachte. We zijn in het ziekenhuis alle drie meermaals door de politie verhoord, dus als ze nu plotseling Maria oppakken, moet Sasja ook voor haar vrijheid vrezen. Ik vraag of ze ergens kan onderduiken. Vrienden raden haar aan te vluchten. „Maar ik wil vechten voor mijn vrijheid en voor mijn land”, schrijft ze. Daarna is ook haar Telegram-account permanent offline.

De volkswoede die in Wit-Rusland is losgebarsten sinds president Aleksandr Loekasjenko – de laatste dictator van Europa – zichzelf na 26 jaar aan de macht opnieuw tot winnaar van de verkiezingen uitriep, heeft het hele land op z’n kop gezet. Als rücksichtslose repercussie op aanhoudende protesten zijn tienduizenden mensen gearresteerd. Honderden zijn doelbewust verwond tijdens demonstraties en gemarteld in gevangenissen. Tientallen zijn gedood of verdwenen. Oppositieleiders zitten vast of vluchtten naar Litouwen. En Sasja en Maria, twee heel gewone jonge vrouwen, zijn opeens hun toekomst niet zeker.

Lente en zomer 2020

Maria’s contract bij een IT-bedrijf loopt na twee jaar af en ze weet niet goed wat ze met zichzelf aan moet. Het betaalt goed, voor Wit-Rusland dan, maar ze wordt er diep ongelukkig van. Ze doet geestdodend werk: gamers helpen hun weg te vinden in een computerspel waarin ze zombies bestrijden. Ze heeft Engels en Frans gestudeerd, maar zit nu meer dan tien uur per dag thuis achter haar laptop te stressen of ze wel meer ‘tickets’ heeft afgewerkt dan haar collega’s, die ze nooit ziet. „Al voor corona voelde ik me opgesloten. En als je in deze sector klaagt over de werkdruk, krijg je te horen: ‘voor jou tien anderen’.”

Tech is booming in deze verder staatsgeleide economie. Het hele land heeft razendsnel internet en in aanloop naar de verkiezingen ontstaan daar allerlei fora waar activisten zich organiseren. Maria leest er hoe slecht het werkelijk gaat met de economie, de pandemie en over de repressie van oppositieleden. En ontdekt „dat er wél dingen zijn die ik – binnen de wet – kan doen om de koers van mijn land te beïnvloeden: handtekeningen verzamelen voor kandidaten en me opgeven als verkiezingswaarnemer”. Tegen haar vriend, een fabrieksmonteur die recent bij haar is ingetrokken, praat ze over weinig anders meer. „We worden door onze eigen overheid als slaven behandeld.”

Maria Gaponik Foto Piotr Malecki

Sasja’s politieke bewustwording vindt plaats op straat. Ze heeft haar opleiding tot lerares Engels afgerond, maar ziet zichzelf niet onmiddellijk voor de klas staan. Ze is net het huis uit waar ze opgroeide met haar twee zussen, haar moeder en haar grootmoeder. Zolang zij voor de katten zorgt, hoeft ze niet te betalen voor het flatje dat haar zus achterliet toen zij emigreerde. Ze verdient wat geld met schoonmaakklussen en is vrijwilliger op een manege, maar verder is het een saaie zomer.

Op een dag eind juni fietst Sasja met een vriendin door Minsk als ze op een mensenmassa stuiten. „Ik had geen idee wat er aan de hand was, maar het bleek een bijeenkomst van de oppositie. Opeens kwamen er busjes met politie tevoorschijn en die storten zich als wilde beesten op de aanwezigen. Wij konden maar net wegkomen. Dit is niet oké, dacht ik.”

Staatszaken hebben haar nooit geïnteresseerd. „Achteraf best gek, maar ik dacht er geen moment over na dat we in mijn hele leven wel vier Amerikaanse presidenten hebben gehad, maar in Wit-Rusland nooit iemand anders dan Loekasjenko. Dat we wel beelden zien van manifestaties in andere landen, maar zelf niet het recht hebben om te demonstreren.”

Plotseling verslindt ook zij nieuws online en gaat ze actief op zoek naar politieke bijeenkomsten. „Alleen, want al mijn vrienden die studeren of voor de overheid werken, zijn bang dat ze er problemen mee krijgen.”

Verkiezingsdag: 9 augustus

Sasja is deze zondagochtend een beetje brak na een feestje. Ze ligt op de bank door sociale media te scrollen, tot het internet uitvalt. Het is alsof iemand met één druk op de knop de digitale infrastructuur van het land heeft uitgeschakeld: bellen en sms’en is de enige communicatie die nog werkt, en zelfs dat wisselvallig.

Ze gaat pas laat op de dag stemmen. Oppositiekandidate Svetlana Tichanovskaja heeft haar aanhangers aangemoedigd om na het sluiten van de stembureaus te blijven hangen en op elke plek in het land zelf te zien welke uitslag er bekend gemaakt wordt. Als bij haar kieslokaal wel het nieuws van de staatsomroep doordringt dat Loekasjenko met maar liefst 80 procent van de stemmen zou zijn herkozen, maar er geen lokale telling wordt gepubliceerd, gaat Sasja boos naar huis. Ze verkleedt zich in een T-shirt en korte broek („want daarin kan ik beter rennen dan in skinny jeans”), trekt haar gympen aan en stuurt haar moeder een berichtje: „Mamma, ik ben thuis, maak je geen zorgen.” Dan pakt ze de bus naar de binnenstad.

Het is alsof iemand met één druk op de knop de digitale infrastructuur heeft uitgeschakeld

Omdat Maria ook deze zondag moet werken, is zij juist heel vroeg gaan stemmen. Ze weet inmiddels bijna alles over het Wit-Russische stemproces. Daarom klaagt ze wanneer ze ziet dat op de achterkant van haar stembiljetten maar één handtekening van een lid van het kiescomité staat, in plaats van de verplichte twee. Maar medewerkers van het stembureau en aanwezige politieagenten bezweren dat alles in orde is.

Thuis ontdekt ze dat ze gelijk had en maakt overstuur haar vriend wakker. „Kostja, ik had me zo goed voorbereid en ze hebben me bedonderd! Ze hebben gewoon alle stemmen in dat kieslokaal bij voorbaat ongeldig gemaakt. Deze verkiezingen zijn een shitshow.” Hij knippert en haalt zijn schouders op. „Wat had je dan verwacht?”

Maria’s bloed kookt nog steeds als ook zij ’s avonds bij een stembureau gaat kijken wat de uitslag is. Hier wordt die wel aan de deur gehangen, maar de gepubliceerde opkomst blijkt nog geen 10 procent van het aantal kiezers dat vrijwilligers in de loop van de dag hebben geturfd.

Ze overtuigt Kostja mee te gaan naar het oorlogsmonument ‘Stele’, waar vooraf is afgesproken dat demonstranten zich zullen verzamelen. Hij aarzelt of ze de wit-rode vlag met een wapen van een witte ridder in het midden wel moeten meenemen. Alleen het bezit van zo’n historische vlag is genoeg om gearresteerd te worden.

De opkomst en de sfeer zijn overweldigend. Maria houdt Kostja’s hand stevig vast terwijl ze zingen en joelen. „Ze hadden mij mijn stem afgenomen, maar samen verhieven wij Wit-Russen onze stemmen. Voor het eerst in mijn hele leven.”

Ze heeft het opwindende gevoel dat ze onderdeel is „van iets geweldigs, van een nieuw begin”. Maar er is ook onrust, geweld, rook, een soort vuurwerk. Ze ziet bloedende mensen, maar weet niet waardoor die gewond zijn geraakt. Als ze zelf iets tegen haar knie voelt schieten, zegt ze tegen Kostja: „Ik wil hier weg.” Dan verandert de luchtdruk, er is een flits en een enorme knal legt haar gehoor lam. „Ik hoorde niks, ik voelde niks. Ik dacht: misschien is dit hoe ik aan mijn einde kom”, vertelt ze later.

Ze heeft het opwindende gevoel dat ze onderdeel is „van iets geweldigs, van een nieuw begin”

Als Sasja arm in arm met vreemden staat te zingen bij het monument, voelt het verlies van de verkiezingen opeens „alsof we gewonnen hebben”. Maar dan beginnen de ontploffingen die de menigte uiteendrijven. Ze loopt achterwaarts een heuvel af, oog in oog met de OMON-agenten met schilden en stokken. Met gebalde vuist schreeuwt ze de slogan „de politie met de mensen” naar ze. Dan wordt er geschoten: een scherpe pijn boort zich in haar scheen en ze kan niet meer wegrennen. Onbekende mannen nemen haar op de schouders op zoek naar medische hulp.

Wanneer ik ’s nachts als laatste de ziekenhuiszaal wordt binnengereden, springt Sasja – halflang donkerblond haar en een neusring – op om me met enige trots de video te laten zien die daarvan gemaakt is. Maria – met kort donker haar en een hartvormig gezicht – kan niet lopen en ligt verteerd van schuldgevoel om haar vriend op haar bed.

We worden de hele nacht wakker gehouden met onderzoekjes waarvoor geen medische noodzaak is en ondervragingen door agenten, al dan niet in uniform. Ze doen „strafrechtelijk onderzoek”, maar blijven vaag over wie ze onderzoeken en wat de consequenties kunnen zijn.

Reportage: 36 uur intimidatie in het militair hospitaal van Minsk

Nazomer

Als Sasja, Maria en ik alle drie weer thuis zijn, houden we contact. Het revolutionaire vuur dat in Wit-Russen is ontstoken, lijkt niet te smoren. Elke zondag gaan in het land van tien miljoen inwoners honderdduizenden de straat op. Geweld blijft even uit.

Sasja huurt zelfs een rolstoel om er binnen een week opnieuw bij te zijn en doet verslag via Instagram. Als Maria weer kan lopen, gaat ze ook een keertje mee. Hun optimisme en enthousiasme werken aanstekelijk. „Onze wonden zullen niet voor niets zijn geweest”, zeggen ze euforisch.

Maar achter haar stoere Insta-façade heeft ook Sasja het nu moeilijk. Haar wond is gaan ontsteken en ze heeft ruzie met haar moeder.

Vóór de verkiezingen had het geen zin om met haar over politiek te praten. „Mijn moeder gelooft dat er nooit iets kan en zal veranderen. En ze zegt: zo slecht hebben we het toch niet. Er is werk, we hebben een dak boven ons hoofd.” Maar nu Sasja door de politie is beschoten, wil ze dat haar moeder snapt hoe vreselijk het regime is waar ze onder leven, en dat ze niet langer aan de zijlijn blijft staan. Als ze aan de telefoon over Loekasjenko begint, zegt haar moeder: „Ssst, noem hem niet”. En als ze een week na de verkiezingen haar wond laat zien, is de eerste reactie: „Waarom was je daar dan ook? Het is je eigen fout.”

Maria heeft meer steun aan haar ouders. Haar vader was politieagent in een stadje in de buurt van de Poolse grens, maar werkt sinds hij met pensioen is als winkelbeveiliger in Warschau. Hij smokkelt de bebloede vlag waarmee zij het ziekenhuis binnenkwam mee naar Polen en organiseert daar een benefietbijeenkomst voor de slachtoffers van Loekasjenko.

Herfst

Hardhandig gemarteld is Maria niet, maar het was vreselijk in de gevangenis. „We kregen niet behoorlijk te eten. In de cel zonder ramen wist je nooit of het dag of nacht was. Het licht was altijd aan. Er was alleen koud water en een gat om in te plassen en poepen. En het was zo ontzettend koud in die cel.” Waarschijnlijk daardoor is haar gescheurde trommelvlies gaan ontsteken. Het deed ellendig veel pijn en er sijpelde vloeistof uit haar oor, maar medische zorg kreeg ze niet in Okrestina.

Maria vertelt me erover als we elkaar begin oktober zien in het zuidwesten van Polen. Op de afgesproken plek hoor ik haar lach al van een afstandje. Ze duwt een rolstoel voort met Kostja erin, die gelukkig allebei zijn voeten nog heeft.

Samen met andere politieke vluchtelingen zijn ze in een oud-Pruisisch kuuroord ondergebracht. Pas als ik Maria alleen spreek, op een bankje in het park, zie ik hoe ze voorovergebogen zit, alsof ze het gewicht van de wereld meezeult. Van een jonge vrouw die wat tobde over haar toekomst is ze een ontheemde geworden. Ze voelt verantwoordelijkheid voor iedereen die haar dierbaar is. Het is nog steeds onzeker of haar vriend weer zelfstandig zal kunnen lopen. Haar vader verloor zijn baan in Warschau toen hij naar Minsk snelde omdat zijn dochter gearresteerd was. En haar moeder wordt onder druk gezet door de directeur van de school waar ze les geeft. Als ze niet precies vertelt waar Maria zit ondergedoken, raakt zij haar baan kwijt, dreigt die. Opeens heeft iedereen van wie Maria houdt problemen omdat zíj die ene avond zo nodig haar onvrede moest laten blijken. Ondertussen lijkt de revolutie langzaam uit te doven.

Van een jonge vrouw die wat tobde over haar toekomst is ze een ontheemde geworden

Het allerergste aan de gevangenis waren haar kwetsbaarheid en onzekerheid. Hoe ging het met Kostja? Zou ze gemarteld worden? Hoelang zou het duren? Het gebruikelijke voorarrest van 72 uur, of langer? Zouden ze op haar laptop en telefoon door al haar persoonlijke berichten spitten om te bewijzen dat zij een gewelddadige revolutionair was? Zou ze als ‘staatsvijand’ veroordeeld worden, een strafblad krijgen? Of misschien zelfs verdwijnen?

Gezien het geweld en de repressie is opmerkelijk hoe makkelijk Maria de grens over heeft kunnen steken. Na drie dagen in de gevangenis werd ze vrijgelaten, maar bleef ze officieel verdachte. Kostja was na een dag verhoor niet vastgehouden en meteen naar Polen gevlucht. Maria nam de trein dezelfde kant op. De Poolse quarantaineplicht van twee weken bleek een groter obstakel om hem snel terug te zien dan de Wit-Russische douane.

Ook Sasja kon uiteindelijk vrij eenvoudig het land verlaten. Nadat de politie zelfs haar moeder had opgezocht pakte ze „bang, uitgeput en zenuwachtig” een bus naar Litouwen. Loekasjenko deed alsof hij de grenzen had gesloten, maar blijkt ontevreden burgers liever kwijt dan rijk.

Ik zoek Sasja in november op in Vilnius. Haar neuspiercing is verdwenen en „voor mijn moeder” draagt ze een kettinkje met een orthodox kruis. Na haar aanvankelijke afkeuring is haar moeder bijgedraaid en heeft haar liefde en steun voor Sasja uitgesproken. Als haar jongste dochter gedwongen wordt te vluchten, komt ze naar de bushalte in Minsk om in tranen afscheid te nemen. Ze hebben geen idee wanneer ze elkaar weer zullen kunnen zien.

Sasja probeert luchtig en optimistisch te doen, maar haar zorgeloosheid is verdwenen. In eerste instantie lijkt zij zich in Litouwen makkelijker te settelen dan Maria in Polen. Ze vindt zonder de taal te spreken binnen enkele dagen een kamer en werk op een manege. Ze stuurt 100 euro naar haar moeder om te laten zien hoe goed het gaat. Ze voelt zich zelfs een beetje schuldig. „Dat ik hier veilig en gelukkig ben, terwijl het geweld en de onderdrukking in mijn land doorgaan.”

Maar ze heeft heimwee en door alle coronamaatregelen is ze extra eenzaam in haar nieuwe stad. Al snel blijkt dat de stalbaas haar uitbuit. Ze moet steeds langer werken voor nog niet de helft van het minimumloon. Bovendien heeft het Wit-Russische regime Sasja’s bankrekening bevroren en geplunderd. Het beetje spaargeld dat ze had is verdwenen. „Eerst word je beschoten, dan gearresteerd of verdreven en vervolgens beroofd door Loekasjenko.” Het voelt alsof het regime een touw om haar nek heeft gelegd dat steeds als ze denkt dat ze vrij is weer wordt aangetrokken.

Ik vraag of ze spijt heeft dat ze op de verkiezingsdag is gaan demonstreren. Zij is nu gewond en gevlucht en de dictator zit er nog. Ze heeft erover getwijfeld. „Maar als wij die eerste avond niet waren gegaan, dan waren de protesten daarna er niet geweest. Mensen gingen pas massaal de straat op nadat ze hadden gezien wat ons was aangedaan.”

Haar grote angst is dat de winterkou en het gebrek aan progressie de protesten zullen doen opdrogen. De massa’s die in augustus en september op de been waren, zijn er allang niet meer. Het geweld en de arrestaties zijn weer toegenomen.

Aleksandra (Sasja) Filipenko Foto Vita Kucinskiene

Ook Maria vindt het ondraaglijk om te zien dat sommige van haar beste vrienden niet meer gaan protesteren. „Ik heb taalkunde gestudeerd met allemaal van die hele progressieve mensen die zich opwinden over Black Lives Matter of feminisme aan de andere kant van de wereld. Maar nu het om onze eigen rechten gaat, zeggen ze: ik heb het te druk om te demonstreren.”

Als er de eerste avond juist meer mensen bij het oorlogsmonument waren geweest, was er niet geschoten, is haar overtuiging. „Als ik iets geleerd heb van deze ervaring is het: elke keer dat jij bang bent en je afzijdig houdt, raken andere mensen in de knel. De situatie in Wit-Rusland is zo dramatisch omdat de inwoners het hebben laten gebeuren. We dragen een collectieve verantwoordelijkheid. Mijn trauma zal minder groot zijn als mensen blijven opstaan en zeggen: genoeg.”

In november woont ze tijdelijk in een kamertje in een Poolse studentenstad. Ze heeft haar haar vurig oranje geverfd. Aan de gordijnroede hangt de wit-rode vlag met haar roestige bloedvlekken. Haar vader heeft een nieuwe baan en ook haar moeder kan daardoor in Polen blijven. Op Maria’s tafel ligt een werkboek Pools. Zij en haar vriend hebben allebei een studievisum gekregen. Ze laat me een filmpje zien waarop Kostja met krukken glunderend zijn eerste stapjes zet. Hij zal geen topsporter worden, maar lopen leert hij wel weer.

Meer dan Sasja heeft Maria inmiddels geaccepteerd dat ze vluchteling is en dat haar toekomst voorlopig in Polen ligt. „Als ik hier toch ben, kan ik er maar beter het beste van maken. De kans op een Europees diploma benutten. Nog een taal leren. Een baan zoeken. Vrienden maken. Leven.”

Sasja verlangt juist steeds meer naar huis, haar familie, zelfs de oppaskatten. „Ik hou niet van het label ‘vluchteling’, dat klinkt alsof je geen mens meer bent. Ik wil gewoon een jonge vrouw zijn die eventjes in Europa werkt en woont en dan weer naar huis gaat.” Het idee dat dit maar tijdelijk is, geeft haar houvast. Maar de horizon van die tijdelijkheid schuift steeds verder weg. „Eerst dacht ik, we regelen dit in weken. Toen ik uit Wit-Rusland vertrok, dacht ik een paar maanden. En nu? Misschien duurt het wel jaren.”

Ze fantaseert hoe het zal zijn om thuis te komen. „Ik droom over hoe ik over vijf jaar aan tafel zit in het huis van mijn moeder, met mijn oma, mijn zussen en mijn nichtjes. We zullen taart eten en hierom lachen. ‘Weet je nog toen ik in 2020 een kogel in mijn been kreeg en moest vluchten? Dát waren gekke tijden’.”