EU-investeringsdeal met China stuit op verzet

Europa en China EU-voorzitter Duitsland wilde nog net voor de jaarwisseling een investeringsakkoord met China rond krijgen. Maar de aankomende Amerikaanse regering ziet dat niet zitten en ook in Europa klinkt kritiek.

Een investeringsdeal met China was voor bondskanselier Angela Merkel altijd een prioriteit.
Een investeringsdeal met China was voor bondskanselier Angela Merkel altijd een prioriteit. Foto Sean Gallup / EPA

Dit bericht is op 27 december geactualiseerd met reactie Chinese regering op Tweede Kerstdag.

Behalve met de Britten willen Europese onderhandelaars met nóg een belangrijke handelspartner een deal sluiten. De Europese Unie, zo klonk het vlak voor Kerst in Brussel, is dicht bij afronding van een investeringsverdrag met China, de belangrijkste handelspartner van de EU na de Verenigde Staten.

Het kan nieuwe kansen opleveren voor Europese bedrijven op de lastig doordringbare en rap groeiende Chinese markt. Nog voordat evenwel een handtekening is gezet, klinkt binnen en buiten Europa luid en duidelijk verzet tegen de overeenkomst, waardoor het zeer onwaarschijnlijk is dat die er dit jaar nog komt.

Over een Chinees-Europees investeringsverdrag wordt al zeven jaar onderhandeld. De EU wil dat China ophoudt met het tegenwerken van Europese bedrijven op de eigen markt, garanties biedt tegen de willekeur van autoriteiten en transparanter is over staatssteun aan eigen bedrijven.

Tot voor kort leek China niet of nauwelijks aan Europese eisen tegemoet te willen komen. Een onverwachte draai een paar weken geleden verraste Brussel positief en voedde een gevoel van ‘nu of nooit’.

Vooral Duitsland oefende de afgelopen weken druk uit op de Europese Commissie en op collega-lidstaten om het verdrag af te ronden. Volgende week eindigt het Duitse voorzitterschap van de EU en een investeringsdeal met China was voor bondskanselier Angela Merkel altijd een prioriteit. Een speciale China-top in Duitsland had het verdrag in september moeten beklinken, maar onder meer de coronacrisis gooide roet in het eten. Toen China de afgelopen weken alsnog bereid bleek tot concessies, zag Duitsland een kansje het alsnog in 2020 af te ronden. Naar verluidt biedt China Europese bedrijven meer markttoegang voor onder meer elektrische voertuigen, telecom, gezondheidszorg en financiële diensten. Maar op Tweede Kerstdag temperde de Chinese regering de verwachtingen van een deal voor de jaarwisseling: zij zou „op eigen tempo” verder onderhandelen.

‘Te soft opgesteld’

Duitsland is in de EU een van de warmste pleitbezorgers van goede betrekkingen met China, dat steeds belangrijker is geworden voor de Duitse economie. 15 procent van de Duitse export gaat naar China – na de VS en Frankrijk is het daarmee de belangrijkste Duitse afzetmarkt. Al jaren klinkt kritiek dat Merkel zich om die economische belangen te beschermen te soft opstelt tegenover China en zich stilhoudt bij mensenrechtenschendingen.

Tegelijkertijd groeide de afgelopen weken de weerstand tegen een haastig akkoord. Een van de heikele punten is dat China zich weigert vast te leggen op arbeidsrechten. Op 17 december nam het Europees Parlement een resolutie aan waarin het dwangarbeid door de Oeigoerse minderheid in de Chinese provincie Xinjiang krachtig veroordeelde. Een akkoord moet ook worden goedgekeurd door het Europarlement.

In een kritisch opiniestuk waarschuwde een groep China-experts in het weekend voor Kerst voor een overhaast akkoord, waarin China uiteindelijk slechts een aantal magere toezeggingen doet. Het zou, schrijven ze, een grote symbolische overwinning betekenen voor China, in een jaar waarin het zoveel kritiek oogstte over onder meer de protesten in Hong Kong. Nu zo’n verdrag tekenen „staat gelijk aan het goedkeuren van die politieke lijn, zo niet een aanmoediging om zich nog assertiever te gedragen”, aldus de groep.

De Franse minister van Handel Franck Riester liet woensdag weten dat zijn land niet kan instemmen als er geen afspraken over dwangarbeid in het akkoord komen te staan. Nederland is niet categoriaal tegen, maar wel sceptisch, en heeft vragen over de timing en over de arbeidsrechten.

Hoop op betere betrekkingen

De timing is pikant, minder dan een maand voor het aantreden van de nieuwe Amerikaanse president Joe Biden. In Europa leeft brede hoop dat met Biden de Atlantische betrekkingen hersteld kunnen worden.

Een EU-verdrag met China kan die verwachting nog voor Biden aantreedt al onder druk zetten. Ook voor de Democraten geldt China als dé geopolitieke rivaal in de 21ste eeuw. De aankomend veiligheidsadviseur van Biden, Jake Sullivan, twitterde dinsdag dat hij ernaar uitziet snel te overleggen met „onze Europese partners over onze gezamenlijke zorgen over de Chinese economische praktijken”. Dat is een nauwelijks verholen oproep om geen verdrag met Beijing te tekenen.

De grote vraag voor het Europese bedrijfsleven is of een akkoord – de onderhandelingen daarover zijn geheim – bressen zou slaan in het Chinese protectionisme. De handelsrelatie met de Chinezen is onevenwichtig, zo zeggen Europese ondernemersorganisaties al jaren, net als politici en denktanks.

Chinese bedrijven, dikwijls gelieerd aan de overheid, krijgen in de EU veel ruimte bij (overheids)opdrachten, fusies en overnames. Europese bedrijven worden op de Chinese markt dikwijls gediscrimineerd of gedwongen tot het afgeven van technologische kennis via joint ventures, waarin firma’s uit de EU alleen een minderheidsbelang mogen hebben.

In een rapport begin dit jaar beklaagt de Europese werkgeversclub Business Europe zich over het Chinese „staatskapitalisme” dat een „gelijk speelveld” onmogelijk maakt. Business Europe wil liever een „substantieel” akkoord dan een snel akkoord.

Chinese invloed op EU ingeperkt

Rem Korteweg, analist bij instituut Clingendael, vermoedt dat China mede in beweging is gekomen doordat de EU de laatste tijd stappen heeft gezet om de invloed van Chinese bedrijven in Europa in te perken. Er kwam een Europese investeringstoets om veiligheidsbelangen te beschermen en er kwamen plannen om een gelijker speelveld te forceren, onder meer met een toets van staatsinmenging bij bedrijven die in de EU investeren. „De Chinezen vrezen waarschijnlijk dat dit hen kan gaan schaden en denken dat ze het beter op een akkoordje kunnen gooien met Europa.” Hij gaat ervan uit dat het investeringsakkoord „praktische punten” kan bevatten die tot meer „wederkerigheid” in de handelsrelatie kunnen leiden. Een arbitragemechanisme zou bijvoorbeeld kunnen leiden tot meer rechtszekerheid voor Europese bedrijven in China.

Korteweg is niet onder de indruk van de Amerikaanse druk op de EU. „In Washington leeft het idee van een nieuwe Koude Oorlog met China, op het gebied van tech, handel en veiligheid. In Europa zijn we niet op zo’n punt aanbeland. Kies je 100 procent voor het Amerikaanse kamp door eerst Amerikaanse ‘toestemming’ te vragen, dan ben je minder geloofwaardig in je handelsgesprekken met de Chinezen.” China, zegt Korteweg, blijft een belangrijke partner voor de EU, onder meer op het gebied van het klimaat. En de Chinese mensenrechten? „Een investeringsakkoord zie ik niet als belemmering om die te blijven agenderen.”

Lees ook: EU-leiders tot Xi: open markt en respecteer mensenrechten