Opinie

Een kaart is een welkome omhelzing tijdens de lockdown

Kerstkaarten

Commentaar

‘Dit is geen brief, maar het zijn mijn armen die je kort omhelzen.’ De woorden van de Engelstalige schrijfster Katherine Mansfield zijn een eeuw na dato toepasselijker dan ooit. De anderhalvemetermaatschappij mag na negen maanden dan een vorm hebben gekregen, videovergaderen, digitale drankjes en kerstdiners met de laptop op tafel wegen niet op tegen écht menselijk contact. Sinds maart voelen meer mensen zich ‘enigszins eenzaam’ of ‘eenzaam’, bleek uit onderzoek van het RIVM. Bij de laatste meting eind november zelfs 58 procent van de ondervraagden. Het coronavirus bleek niet te stoppen, zoals de koning in maart voorspelde, maar het eenzaamheidsvirus ook niet.

En na de hoop die de beelden van de eerste vaccinaties begin december gaven, volgt nu, met zicht op de coronafinish, nóg een teleurstelling. Hoewel Kerst in Nederland niet is ‘afgeschaft’ (het verwijt dat regeringsleiders elders krijgen), is het voor velen een tegenslag dat het dwingende overheidsadvies is niet meer dan drie gasten thuis uit te nodigen, die dan – hoe moeilijk dat ook zal zijn – op afstand moeten blijven.

Daar bovenop komt het nieuws over een mutatie van Covid-19 die mogelijk 70 procent besmettelijker is, de beelden van lange vrachtwagenfiles in Zuid-Engeland, en de verhalen van mensen die zonder hun geliefden waarschijnlijk met de kerstdagen in een ander land vastzitten.

Geen wonder dat er behoefte is aan een omhelzing, en terecht is de brief of kaart daarvoor de oplossing. Sinds de strengere lockdown van vorige week merkt PostNL dat er meer naar elkaar wordt geschreven. Dagelijks gaat het om 14 miljoen (kerst)kaarten en brieven (exclusief pakketten), een ruime verdubbeling van het normale aantal poststukken per dag. En drie miljoen meer dan waar het bedrijf rekening mee had gehouden voor de kerstperiode, op basis van een onderzoek waarin 40 procent van de ondervraagden zei extra kaarten te zullen kopen. In maart zag PostNL ook al een toename van het aantal poststukken.

Lees ook over de eerste kerstkaart: De kerstkaart heeft het eeuwige leven

De allereerste kerstkaart was eveneens bedoeld om duidelijk te maken dat de ander niet vergeten was. De Brit Henry Cole wilde in 1843 kennissen laten weten dat hij niet persoonlijk met wensen langs kon komen. Duizend kaarten liet hij maken van een afbeelding van een familie rond een tafel, glazen gevuld met rode wijn, een van de kinderen prikt in de kalkoen. Daarboven de boodschap die nog altijd op alle kaarten staat: ‘Een Vrolijk Kerstfeest en een Gelukkig Nieuw Jaar’.

Iedere handgeschreven brief of kaart is een onverwacht – en vooral tastbaar – cadeautje dat op de mat valt. Meer nog dan bij een app, een sms of e-mail is er over nagedacht, op z’n minst over welke kaart er wordt verstuurd. Er is papier gezocht, een envelop, een postzegel. Er is een pen ter hand genomen, misschien nog geoefend op een ietwat leesbaar handschrift. En vooral: de schrijver heeft vooraf bedacht welke gedachten hij op papier aan die ene ontvanger wil overbrengen. Voordat er te snel op ‘verstuur’ is gedrukt. Deleten kan niet.

Zeker in een tijd waarin een app – al dan niet bestaand uit emoticons - zo is uitgestuurd, een tweet zo getikt, en een tiktokfilmpje niet langer dan dertig seconden duurt, is een brief of kaart inderdaad een omhelzing.