‘Veerkracht van jongeren lijkt verdwenen’

Arne Popma | Jeugdpsychiater Het aantal spoedmeldingen in de jeugd-ggz stijgt de afgelopen maanden snel. „We zien jongeren steeds sneller afzakken.”

De crisisruimte van jeugdinstelling Accare voor jeugd- en kinderpsychiatrie in Smilde. Hier komen kinderen tot rust als dat niet op de afdeling lukt.
De crisisruimte van jeugdinstelling Accare voor jeugd- en kinderpsychiatrie in Smilde. Hier komen kinderen tot rust als dat niet op de afdeling lukt. Foto Olivier Middendorp

Met „een normale dag” bedoelt psychiater Arne Popma een dag voor de pandemie uitbrak. Op „een normale dag” zaten op de crisisafdeling in Amsterdam, die acht bedden heeft, nog jongeren die vrijwillig waren opgenomen of al oefenden met verlof – de ‘lichte’ bedden. Nu zijn alle bedden bezet door kinderen die zware zorg nodig hebben. „De ontregeling wordt steeds heftiger, de druk op de zorg ook. Op de afdeling zitten vier jongeren met eetstoornissen die dwangvoeding krijgen.”

Arne Popma is hoogleraar jeugdpsychiatrie bij het Amsterdam UMC en werkt als psychiater bij Levvel in Amsterdam. „Het eerlijke verhaal is dat er vóór de pandemie al krapte was in de jeugd-ggz.” En nu, aan het einde van het pandemiejaar, stijgt het aantal spoedmeldingen in de jeugd-ggz rap, blijkt uit een uitvraag door netwerkorganisatie De Nederlandse ggz onder twintig jeugd-ggz-instellingen.

Sommige instellingen melden over de afgelopen maanden een stijging tot 60 procent in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. Instellingen rapporteren ook dat jongeren zwaardere problemen hebben. „We zien jongeren ook steeds sneller afzakken”, zegt Popma. De tijd tussen „er is iets aan de hand” en „dit kan niet tot morgen wachten” is steeds korter. „Veerkracht lijkt verdwenen.”

Instellingen zeggen dat de druk op crisisbedden stijgt. Hoeveel crisisbedden zijn er?

„Ongeveer honderdtwintig. Ze zijn er voor jongeren met psychiatrische problemen, die een gevaar vormen voor zichzelf of voor hun omgeving. Ze zijn suïcidaal, psychotisch. Alles is er gericht op stabiliseren, rustig maken, zorgen dat ze minder psychiatrisch ontregeld zijn, zodat ze thuis weer verder kunnen. Al voor de coronacrisis waren veel bedden bezet, ook omdat de laatste jaren veel bedden zijn verdwenen. Daar lopen we nu tegenaan. Vergelijk het met het tekort aan bedden op de intensive care.”

Wat als alle crisisbedden bezet zijn? Daar zijn signalen van, zegt netwerkorganisatie De Nederlandse ggz.

„Soms slaapt iemand op de eerste hulp. Of we zoeken een plekje op de afdeling voor volwassenen, maar liever niet. Daar zijn vaak nog heftigere psychiatrische patiënten. Terwijl jongeren al in een angstige crisissituatie zitten. Soms wordt er een extra verpleegkundige bijgezet die wakker moet blijven. Het zijn geen wenselijke oplossingen.”

Wat is de problematiek waar instellingen over aan de bel trekken?

„In het algemeen zien we dat iedereen lijdt onder meer stress. Voor corona was er ook spanning, natuurlijk. Door shit in het gezin, gedoe op school – er zijn een miljoen triggers. Maar nu ligt de basisstress van iedereen op een hoger niveau. Je raakt eerder je persoonlijke tipping point, waardoor je de controle verliest. De een gaat dan chocoladerepen eten, de ander belt met vrienden of gaat op een cursus mindfulness. Veel van onze jongeren hebben ongezondere manieren om met spanning om te gaan. Zelfbeschadiging is typisch gedrag voor sommige patiënten die moeite hebben met het reguleren van hun emoties. Zo verlichten ze op korte termijn lichamelijke stress. Bij eetstoornissen is de gemene deler vaak, dat het een manier is om nog ergens controle op te hebben.”

Om hoeveel jongeren gaat het?

„We kunnen het niet goed kwantificeren. Zulke cijfers zijn er niet, landelijk wordt dat niet geregistreerd. Omdat de problematiek zwaarder is, duren behandelingen ook langer. En uitstroom gaat moeizaam. Teams die de jongeren thuis opvangen, hebben ook geen plek meer. Wachtlijsten worden langer. Het hele systeem staat onder druk.”

In de eerste lockdown nam het aantal meldingen bij de ggz juist af. Hadden jullie je niet beter op de nieuwe lockdown kunnen voorbereiden?

„Het enige wat we bij de uitbraak van de pandemie wisten, was dat het bij vorige crises vaak ook een half jaar duurde voor de mentale gevolgen zichtbaar werden. Het was moeilijk om die boodschap voor het voetlicht te krijgen. We konden niets aantonen – cijfers waren er nog niet.

„We waren op veel voorbereid, maar niet op dat ze de schoolsluiting weer uit de kast zouden trekken. Ze hebben ons de kans ook niet gegeven ons daarop voor te bereiden. Terwijl een inschatting van de mentale schade van deze maatregel op korte en vooral op lange termijn ontbreekt.

„En stel dat we straks zijn gevaccineerd, alles gaat goed, fijn. Dan gaat de urgentie misschien weer van dit vraagstuk af. Terwijl onze mentale gezondheid een jaar achterloopt. Het zou zomaar kunnen dat we nog veel langer met deze curve te maken hebben, terwijl de rest van het land alweer verder is.”

Behandelcentrum Levvel, waarvoor u werkt, deed zélf een melding bij de inspectie. Het kon de zorgkwaliteit niet langer garanderen, gaf het aan. Waarom?

„Het liep zo hoog op. Het is iets wat we vaker moeten doen: zelfkritisch zijn. Van de gemeente Amsterdam hoeven we nu even niet meer alles wat we doen te verantwoorden. De administratieve rompslomp is even weg, waardoor we sneller kunnen handelen. Ik geloof dat Levvel wel met dertig gemeenten moet dealen voor financiën.”

Wat is die blijvende schade waar u het over heeft als jongeren niet goed geholpen worden?

„Als je in je ontwikkeling vastloopt omdat je angstig bent, somber, achterdochtig, en je daar niets aan doet, dan kan dat een patroon worden dat zich in je persoonlijkheid vastzet.

„Mentale problemen hebben ook invloed op je verdere ontwikkeling. Het opbouwen van vriendschappen gaat minder goed als je somber of angstig bent. We weten dat kinderen met mentale problemen op school onder hun niveau presteren en minder kans hebben een diploma te halen. Dat heeft de rest van je leven invloed. Op je economische situatie, op je bijdrage aan de maatschappij.”