Analyse

Toeslagenaffaire: kabinet maakt gebaar, maar leed nog niet voorbij

Toeslagenaffaire Met 30.000 euro voor gedupeerden maakt het kabinet een duidelijk gebaar. Maar het leed van de affaire is niet voorbij. Ook niet in politieke zin.

Alexandra van Huffelen, staatssecretaris van Financien, belt in de tuin van het Catshuis tijdens een overleg over het toeslagenrapport van de ondervragingscommissie.
Alexandra van Huffelen, staatssecretaris van Financien, belt in de tuin van het Catshuis tijdens een overleg over het toeslagenrapport van de ondervragingscommissie. Foto David van Dam

Een groot bedrag binnen vier maanden uit te betalen aan álle gedupeerde ouders. Met een nieuwe, versnelde en op het oog ook ruimhartige compensatieregeling doet het kabinet een poging een eerste antwoord te geven op de harde bevindingen van de parlementaire commissie die de oorzaken van de Toeslagenaffaire onderzocht.

Twee andere majeure vragen die het rapport heeft opgeroepen zijn na een eerste intern crisisberaad, dinsdagmiddag, nog niet beantwoord: hoe kan de rechtsstaat worden hersteld voor burgers die door de rijksoverheid klem worden gezet? En welke politieke consequenties verbindt het kabinet aan de affaire?

Het rapport van de commissie-Van Dam, dat vorige week verscheen, ging niet over de stroperigheid van de herstelbetalingen aan de vele duizenden getroffen gezinnen, maar het kwam wel met een dwingend verzoek: laat na alle eerdere excuses al die ouders nu niet nog langer wachten op financiële schadeloosstelling.

Na vijfenhalf uur overleg op het Catshuis met de premier, de drie vicepremiers en de meest bij het dossier betrokken bewindslieden kwam staatssecretaris Alexandra van Huffelen (Financiën, D66) even na half zeven met de eerste stap van het kabinet.

‘Het moest sneller’

Ongeacht de werkelijke financïële schade die geleden is, of kan worden bewezen, krijgen álle gedupeerde ouders in de Toeslagenaffaire binnen vier maanden 30.000 euro overgemaakt als compensatie voor het leed. Slachtoffers die menen recht te hebben op een hogere vergoeding komen daar nog altijd voor in aanmerking. Hun claims zullen nog gewoon door de Belastingdienst worden behandeld. Ouders die minder schade hebben geleden, krijgen nu ook die 30.000 euro, en zullen dat niet hoeven terug te betalen.

Van Huffelen, die tot nu toe in de Tweede Kamer volhield dat de hersteloperatie zorgvuldig en voor elk individueel gezin op maat gemaakt moest zijn – waardoor deze tijdrovend was – zei nu dat het kabinet vond „dat het sneller moest”. En dat kan alleen door „een groot bedrag aan alle ouders toe te kennen”. Er wordt voor deze eerste uitbetaling niet langer onderscheid gemaakt tussen de verschillende soorten slachtoffers van de Toeslagenaffaire – of die nu waren getroffen door het hardvochtige fraudebeleid of door de harde werking van de wet.

Politieke en publicitaire druk zal aan de plotselinge voortvarendheid van het kabinet hebben bijgedragen. Na het confronterende rapport van de commissie-Van Dam klonk uit alle hoeken van het politieke spectrum de roep om de ouders nu echt snel financieel bij te staan. Het herstelproces dat Van Huffelen al bijna een jaar leidt verloopt door complexe wetgeving, differentiatie van schadegevallen en het traag opgebouwde crisisteam uiterst stroef.

Fundamentele vragen

Het is niet gezegd dat de nu versnelde uitbetaling, voor 26.000 gezinnen vóór 1 mei, ook tot een spoedig einde van de hele kwestie leidt. De Belastingdienst heeft bijvoorbeeld nog maar 9.700 slachtoffers in beeld. En Van Huffelen schat in dat de helft van alle naar schatting 26.000 gevallen nog met een hogere claim zullen komen. „Daar zijn we echt nog wel de rest van volgend jaar mee bezig”, zei ze dinsdagavond tegenover de verzamelde media.

Los van de noodzakelijke hulp aan de gedupeerde ouders, legde het parlementaire onderszoeksrapport twee fundamentele vragen bloot die na het eerste crisisoverleg van het kabinet nog niet zijn geadresseerd.

Lees ook: Rutte schermt informatie af en dat is ongrondwettig

Wie van de huidige bewindslieden zijn politiek verantwoordelijk te houden voor de jarenlange ellende die de Toeslagenaffaire heeft gebracht? En zullen zij, of zal het kabinet als geheel, die verantwoordelijkheid ook nemen door op te stappen? Met dezelfde vraag worstelt oppositiepartij PvdA, die met haar lijsttrekker Lodewijk Asscher een medeverantwoordelijke in het vorige kabinet had: hij was de minister van Sociale Zaken.

Nóg fundamenteler is de bestuurlijke opdracht die uit de Toeslagenaffaire voortkomt: hoe is het rijk zo te reorganiseren dat burgers niet langer collectief gemangeld kunnen worden? En hoe kan de rechtsstaat zo worden ingericht dat burgers bij overheidsfalen wel de juiste rechtsbescherming krijgen? Het volgende kabinetsberaad over ongetwijfeld deze grote vragen staat gepland voor zondag 3 januari.

Met medewerking van Rik Rutten en Noor Zwolsman