Opinie

Rutte schermt informatie af en dat is ongrondwettig

Informatieplicht De Toeslagenaffaire bewijst dat het parlement zonder kennis van de informatie waar het kabinet over beschikt geen controle heeft. Rutte beschadigt de democratie, stelt
Premier Mark Rutte wordt gehoord door de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (PoK).
Premier Mark Rutte wordt gehoord door de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (PoK). Foto David van Dam

De misplaatste opvatting dat openbaarheid van ambtelijke stukken tot het uiterste moet worden beperkt, is de laatste jaren leidend geworden bij het informeren van de Kamers. Door deze zogenoemde ‘Rutte-doctrine’ wordt het voor volksvertegenwoordigers stilaan moeilijker om informatie te krijgen over wat er zich bij de voorbereiding van besluiten en beleid afspeelt. Pottenkijkers zijn niet langer gewenst in de beleidskeuken.

Tijdens zijn verhoor op 26 november door de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag lichtte Rutte zelf perfect de achtergrond van de naar hem genoemde doctrine toe: „[I]k ben van mening dat tussen ambtenaren onderling en tussen ambtenaren en bewindslieden, zolang er nog geen besluiten genomen zijn, stukken die daartussen rondgaan in de voorbereiding op besluiten – dan heb ik het niet over verslagen van vergaderingen, maar dan heb ik het dus over besluitvorming die nog niet heeft plaatsgevonden – dat dat vrij moet kunnen. Dat is mijn opvatting. […] mijn opvatting is dat, wil je in Nederland tot verstandige besluiten kunnen komen, het van groot belang is dat stukken moeten kunnen worden verspreid tussen ambtenaren onderling en ook tussen ambtenaren en bewindslieden, zonder dat er angst is dat die stukken allemaal naar buiten gaan, totdat het tot besluitvorming leidt of wanneer het zou gaan om bijvoorbeeld verslaglegging van gesprekken.”

Het gevolg van deze werkwijze is dat het parlement op grote achterstand wordt gezet en ernstiger: het doet afbreuk aan de democratie. Politiek gaat altijd over het maken van keuzes tussen verschillende opties. Als de opties die op tafel lagen niet meer in de openbaarheid komen doordat de Kamers voornamelijk nog het eindresultaat meegedeeld krijgen, dan is nauwelijks nog na te gaan hoe de besluitvorming tot stand is gekomen en wordt, tegelijkertijd, het meedenkende én controlerende vermogen van de volksvertegenwoordiging verzwakt.

Ook kiezers weten niet wat er achter de schermen gebeurde, welke informatie wel en niet is gebruikt of wie waarvoor stond en verantwoordelijk was. Dat past niet in een parlementaire democratie, het tast het vertrouwen en kritisch vermogen van burgers aan, alsook de rechtsstaat – zoals de recente Toeslagenaffaire laat zien. Doordat informatie bewust bij de Kamer werd weggehouden kon zeven jaar lang ‘Ongekend onrecht’ – zoals de onderzoekscommissie van het parlement het betitelde – voortwoekeren.

Schadelijke effecten

De Rutte-doctrine heeft nog andere schadelijke effecten. Het voedt een houding bij ambtenaren en beleidsvoorbereiders om informatie liefst zoveel mogelijk onder de pet te houden, om van informatievoorziening aan de Kamers een kat-en-muisspel te maken.

Ook de cijfers laten dat zien. In de afgelopen tien jaar werd de Kamer maar liefst 41 keer niet, niet volledig, of onjuist geïnformeerd. Dat is een toename van 58 procent ten opzichte van de jaren 2001-2009, een periode waarin het aantal informatie-incidenten al fors toenam.

Lees ook: Die informatie is van óns ministers, hou die niet achter

Doordat het kabinet informatie bij de Kamers weghoudt, weten de Kamerleden ook steeds minder waarnaar ze moeten vragen. En als ze dat toch – soms noodgedwongen ongericht – doen, wordt hen nogal eens scoringsdrang en politieke spelletjes verweten en zó bij te dragen aan een onwerkbare hoeveelheid Kamervragen.

Die aantallen Kamervragen vallen trouwens reuze mee en zijn de laatste jaren redelijk constant: gemiddeld twee per bewindspersoon per week.

Die Rutte-doctrine om stukken die betrekking hebben op intern beraad per definitie niet te delen met de Kamers is ook in strijd met de inlichtingenplicht die artikel 68 van de Grondwet oplegt aan bewindslieden. Die plicht houdt in dat inlichtingen waar een of meerdere Kamerleden om vragen moet worden verstrekt, tenzij dat strijdt met het belang van de staat.

Weigering vanwege het belang van de staat hoort zeer uitzonderlijk te zijn en het kwam dan ook tot een aantal jaar geleden ook nauwelijks voor dat informatie om die reden aan de Kamer werd geweigerd.

Overheidsinformatie is de zuurstof voor het democratische leven

De hoogst enkele keer dat dat gebeurt – en toelaatbaar is – is bijvoorbeeld om het geheim van de ministerraad of het geheim van communicatie met de Koning te beschermen, de nationale veiligheid, bedrijfsgeheimen, of persoonlijke beleidsopvattingen van (met name) bewindspersonen.

Weigeringsgronden

Over die weigeringsgronden maakte de Kamer in 2002 (bevestigd in 2016) sluitende afspraken met de regering. Daarbij gaven ze een gezamenlijke interpretatie aan de grondwettelijke inlichtingenplicht op basis van de bedoeling van de grondwetgever (zoals blijkt uit de toelichting op de Grondwet van 1983).

Daaruit komt naar voren dat weigeren van informatie omdat daarin persoonlijke beleidsopvattingen van ambtenaren of gezagsdragers worden weergegeven, aanvankelijk mogelijk is. Maar dat die informatie toch gegeven moet worden als de Kamer doorvraagt – een stuk moet dan maar worden geanonimiseerd, of de identiteit onzichtbaar worden gemaakt. Een absolute weigeringsgrond is het dus niet.

Rutte gaat met zijn invulling veel verder – zoals ook de parlementaire ondervragingscommissie signaleert. Hij probeert alle voorbereiding en intern beraad achter de schermen te trekken. Dat is ongrondwettig en schadelijk voor onze democratie.

Het zou goed zijn als regering en Kamer de afspraken uit 2002 en 2016, gebaseerd op de duidelijke bedoeling van de grondwetgever, zouden herbevestigen. Want in een volwassen democratische rechtsstaat is kennis van de informatie waarover de overheid beschikt wezenlijk om die – al dan niet via bemiddeling van het parlement – te kunnen controleren. Overheidsinformatie is de zuurstof voor het democratische leven, en ook eigendom van burgers. Zonder openheid kan een democratie niet zijn wat ze moet zijn, dat wil zeggen: bestuur van, voor en door de burgers.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.