Opnieuw nederlaag Volkswagen wegens ‘sjoemelsoftware’

Economie en recht Deze rubriek belicht elke week kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Ditmaal Europees recht, over de ‘sjoemelsoftware’ van Volkswagen.

Foto Felipe Trueba/EPA

Het is al meer dan vijf jaar geleden dat Volkswagen tegen de lamp liep met ‘sjoemelsoftware’ in dieselauto’s. Daardoor viel de uitstoot van schadelijke stoffen als stikstofoxiden tijdens testen veel gunstiger uit dan tijdens het echte weggebruik. Automobilisten en aandeelhouders zijn sindsdien in een taaie strijd met het Duitse autoconcern verwikkeld over vergoeding van schade wegens waardevermindering. Die processen gaan tot de hoogste rechterlijke instantie. Zo verloor VW afgelopen zomer voor het Europees Hof van de Oostenrijkse consumentenbond VKI. Die wilde schade voor Oostenrijkse VW-rijders in eigen land afhandelen. VW verlangde afhandeling in Duitsland, waar de software was geïnstalleerd. Het Hof besliste dat de claims thuishoren in het EU-land waarin de koper het voertuig aanschafte.

Vorige week leed VW opnieuw een nederlaag voor het Europees Hof. Dit keer bestempelde het Hof, in een zaak die vanuit Frankrijk was voorgelegd, de software die het concern gebruikte om de uitstoot te manipuleren als illegaal. Hier draaide het onder andere om de uitleg van het begrip ‘emissiecontrolesysteem’ uit de EU-regels. Volgens VW viel daar alleen de software in het uitlaatsysteem onder, niet die in het motormanagementsysteem. Aan dat onderscheid had het Hof geen boodschap. Of de emissie nu in het motor wordt gemanipuleerd of in de uitlaat, in beide gevallen verhulde de ingebouwde software tijdens de goedkeuringstesten systematisch de uitstootprestatie die bij normaal weggebruik zou zijn geleverd. Het verweer van VW – de software beschermde de motor tegen veroudering en vervuiling – kan deze misleiding niet rechtvaardigen, aldus het Hof. Dit oordeel wordt gezien als steun voor schadeclaims van bezitters van VW-diesels (bouwjaren 2011-2015), al moeten zij een lange adem hebben.

Uitspraak: ECLI:EU:C:2020:1040