Was Disneyfilm ‘Fantasia’ ‘too smarty pants’ voor het publiek?

Jubileum: 80 jaar ‘Fantasia’ is het meest gedurfde, visionaire en krankzinnige werk van Disney. De klassieke film over klassieke muziek, een mijlpaal in de geschiedenis van animatie, bestaat 80 jaar.

‘Fantasia’: Mickey Mouse als de tovenaarsleerling in Paul Dukas’ ‘L’apprenti sorcier’.
‘Fantasia’: Mickey Mouse als de tovenaarsleerling in Paul Dukas’ ‘L’apprenti sorcier’. Foto Disney

Walt Disney had een rotsvast geloof in de gewone man – als de gewone man wegbleef bij een van zijn films dan moest hij zelf wel iets verkeerd hebben gedaan. Maar dat betekende niet dat hij mensen louter wilde voorschotelen waar ze toch al naar verlangden. Disneys technische en artistieke ambities waren grenzeloos. Geen film illustreert die – deels tegenstrijdige – ambities beter dan Fantasia (1940), de Disney-klassieker die 80 jaar bestaat.

Disneys muziekfilm staat nog altijd te boek als de eerste en ook meteen de laatste arthousefilm van de studio; even afgezien van het matig ontvangen vervolg Fantasia 2000, dat zestig jaar na het origineel uitkwam. Muziek betekende veel voor Disney. Hij speelde weliswaar geen instrument en hij kon geen noten lezen, maar hij had een buitengewoon ontwikkeld gevoel voor geluid en muziek.

Voor de komst van geluidsfilm was Disney een van de vele ploeterende animatiestudio’s. De victorie begon bij de cartoon Steamboat Willy (1928) met Mickey Mouse in de hoofdrol en met geluid; Mickeys stem deed Walt zelf. De studio animeerde ook de cartoonserie ‘Silly Symphonies’ op muziek. Maar Disney wilde meer. Hij zette vervolgens zijn zinnen op een langere animatiefilm op de muziek van L’apprenti sorcier van de Franse componist Paul Dukas. Mickey Mouse, die rijp was voor een opfrisbeurt, moest de hoofdrol krijgen als een tovenaarsleerling die zijn magische krachten niet kan beheersen.

Volgens de overlevering raakte Disney in de zomer van 1937 over zijn plan aan de praat in een restaurant in Los Angeles met de grote dirigent Leopold Stokowski. Stokowski was niet een alleen groot musicus, maar ook een groot popularisator van klassieke muziek. Hij bood zich onmiddellijk aan om de muziek voor zijn rekening te nemen. De twee mannen hadden het een en ander gemeen. Zowel Stokowski als Disney was zeer bekwaam in het bespelen van de publiciteit. Ze deelden ook een fascinatie voor technologische innovaties.

Mickey Mouse als de tovenaarsleerling in ‘Fantasia’, deel 1:

(kijk hier deel 2 en deel 3)

Bizar project

De tovenaarsleerling viel vervolgens zo prijzig uit (125.000 dollar) dat Disney de film alleen rendabel kon uitbrengen als onderdeel van een avondvullend programma. Zo ontstond het idee voor een hele speelfilm gebaseerd op klassieke muziek. Het project had lange tijd de werktitel ‘The Concert Feature’. Disney schreef een prijsvraag uit onder zijn medewerkers wie de beste titel kon verzinnen. Daar kwamen suggesties uit voort als ‘Highbrowski by Stokowski’ en ‘Bach to Stravinski and Bach’. Uiteindelijk viel de keuze op Fantasia – een muzikale term voor een vrije compositie, die niet gebonden is aan strenge vormregels.

Disney en Stokowski trokken zich in september 1938 wekenlang terug in kamer 232 van de studio om naar muziek te luisteren en te brainstormen over ideeën voor de visualisatie van de composities. Visualisatie moest het zijn volgens Disney: géén illustraties van muziek. De muziek was leidend. De heren kregen gezelschap van muziekcriticus Deems Taylor, die als adviseur optrad en in Fantasia te zien is als spreker met korte inleidingen bij de stukken.

Welbeschouwd was het een tamelijk bizar project: een film die volledig is opgebouwd als een klassiek concert, maar voorzien van animatiefilms. Disney geloofde erin. In de beginjaren lagen de succesformules van de studio nog niet zo duidelijk vast.

L’apprenti sorcier vormde uiteindelijk het middendeel van een film van ruim twee uur. De tovenaar kreeg de trekken mee van Walt Disney zelf – zijn naam is Yen Sid; een omkering van Disney. Het personage heeft ook zijn karakteristieke opgetrokken wenkbrauw. Maar Disneys biograaf Neal Gabler ziet ook trekken van Disney in Mickey, de tovenaarsleerling. Net als Walt Disney roept de tovenaarsleerling krachten op die hij niet kan beheersen. Disney was niet alleen de heerser van zijn studio; de studio was ook de heerser geworden van hem.

Dansende olifanten

Fantasia opent met Bachs Tocatta en Fuga in d-moll, in de romantische orkestbewerking van Stokowski. Dat is absolute, abstracte muziek, zoals Taylor in de film netjes uitlegt. Disney koos daarom voor een nagenoeg compleet abstracte animatiefilm. Daarna volgt een bewerking van De notenkrakersuite van Tsjaikovski met een hoofdrol voor dansende paddenstoelen.

Stravinsky’s stevig bekorte Le Sacre du Printemps kreeg een fel-realistisch bedoelde film mee over het ontstaan van de aarde met vulkaanuitbarstingen en vechtende dinosaurussen, die volgens Disney ook nog volledig wetenschappelijk verantwoord was. Stravinsky zelf vond de film en de bijbehorende bewerking van zijn compositie een gruwel.

Beethovens Pastorale symfonie kreeg een ereplaats met het langste segment, vol ronddartelende centaurs van beide seksen, de god Dionysos die de wijnoogst opluistert en Zeus die bliksemschichten naar de aarde stuurt. Dat zijn helemaal geen gekke associaties, als je Beethovens liefde voor de klassieken in aanmerking neemt.

Voor puur plezier zorgen de balletdansende olifanten, krokodillen en nijlpaarden in het segment op ‘Danza delle ore’ van Ponchielli. ‘Een nacht op de kale berg’ naar Moessorgski is een griezelfilm met duivels, heksen en vliegende skeletten, die naadloos overgaat in het slotstuk: een serene processie op Schuberts ‘Ave Maria’; van de hel rechtstreeks naar de hemel.

Al met al zorgt dat voor een behoorlijk bonte avond – maar ook een unieke filmervaring. Disney wilde niet alleen een film maken zoals nog niemand ooit had gezien; hij wilde ook geluid zoals niemand nog had gehoord. Hij liet voor de film een speciaal, kostbaar geluidsysteem ontwikkelen. ‘Fantasound’ was een voorloper van zowel stereo als surround. Disney hoopte zo de illusie te kunnen opwekken dat er een daadwerkelijk symfonieorkest meespeelde in de bioscoop. Maar er waren in de hele VS maar elf theaters die over de benodigde faciliteiten konden beschikken; te weinig om al het geïnvesteerde geld terug te verdienen.

Walt Disney bekijkt de filmmuziek van Leopold Stokowski tijdens het productieproces van ‘Fantasia’.

Foto Getty Images

Disney speelde ook nog met het idee om de film in 3D uit te brengen en om bij bepaalde scènes parfum te verspreiden in zalen. Zijn geldschieters en zakenpartners begonnen zich meer en meer zorgen te maken over Disneys ongebreidelde ‘enthousiasme’. Disney zag zich uiteindelijk gedwongen om Fantasia in een ingekorte versie van 84 minuten uit te brengen in de reguliere bioscopen.

Hij was ontgoocheld door het gebrek aan succes. Disney verklaarde teleurgesteld dat hij een film zoals Fantasia niet nog een keer zou maken, en hij hield woord. Misschien was hij met de film toch „too smarty pants” geweest, verzuchtte hij.

De lof van recensenten was voor Disney altijd van betrekkelijke waarde; het enige wat echt telde was het publiek. Dat bleef weg. Pas in de jaren zeventig verdiende Fantasia na verschillende re-releases eindelijk zijn geld terug. Disney was toen al overleden, in 1966. Maar zijn meest gedurfde, visionaire en krankzinnige film blijft.