Opinie

Over de dichtregels waarmee Erdogan Iran razend maakte

Legde Erdogan nou een bom onder de Iraanse eenheid? Een rede van de Turkse president leidde tot een Iraans-Turkse crisis, zag .

Dwars

Kent u het verdrag van Turkmenchay? Ik in elk geval niet – tot ik het dit jaar nota bene twéé keer tegenkwam. De eerste keer laat ik zitten, want het doet er in dit verband niet toe. De tweede keer was eerder deze maand, naar aanleiding van een gedicht waaruit de Turkse president Erdogan citeerde, wat de Iraans-Turkse betrekkingen ernstig heeft geschokt.

Het verdrag van Turkmenchay, dat de Russisch-Perzische oorlog van 1826-1828 afsloot, ligt heel gevoelig in Iran; een béétje nationalist – en in Iran zijn ze vaak meer dan een beetje nationalist – ziet dat als uitverkoop van Iraanse belangen. De Perzische Qajaren-dynastie moest daarin namelijk aan het Russische rijk een aanzienlijk deel van de zuidelijke Kaukasus afstaan. De rivier de Aras, die in Turkije ontspringt en in de Kaspische Zee uitmondt, werd de grens, die en passant ook het Azeri-volk doormidden kliefde. Aan de noordelijke kant liggen nu, sinds de ontmanteling van de Sovjet-Unie, Azerbeidzjan en Armenië. Aan de zuidelijke oever Iran.

Erdogan was 10 december in de Azerbeidzjaanse hoofdstad Bakoe bij een militaire parade om de overwinning te vieren op Armenië in de bloedige oorlog om Nagorno-Karabach. Met zijn militaire hulp – met name drones en duizenden Syrische huurlingen – had Erdogan een behoorlijk aandeel in die overwinning. Het gedicht waaruit hij declameerde, bejammert de tweedeling van het (etnisch Turkse) Azeri-volk door de Aras: „Ik zal niet van jou worden gescheiden. Ze hebben ons met geweld van elkaar gescheiden.”

Ojee. Legde Erdogan hier namens Azerbeidzjan of zelfs namens alle etnische Turken een claim op Iraans Azerbeidzjan en miljoenen Iraanse Azeri? Het gedicht is een symbool van het panturkisme, dat de vereniging van alle etnisch Turkse volkeren nastreeft en dat zonder twijfel Erdogans sympathie heeft. Wilde hij Azeri-separatisme aanwakkeren om Iran te ontmantelen? Talloze Iraniërs reageerden fu-ri-eus, voorop minister van Buitenlandse Zaken Zarif. Zijn woordvoerder adviseerde Turkse ambtenaren de geschiedenisboeken er nog eens op na te slaan. Parlementsleden eisten excuses. De havik Hossein Shariatmadari, die wel wordt gezien als spreekbuis van de opperste leider, verweet Erdogan niet alleen onwetendheid „maar ook zijn zeer beperkte politieke intelligentie en bevattingsvermogen”. Vanuit Iran werden zo’n 100.000 boze tweets op Twitter geslingerd.

Turkije mepte natuurlijk terug, maar uiteindelijk werd de ruzie gesust. Zarif belde met zijn Turkse ambtgenoot Cavusoglu, die later liet weten dat de Iraanse aanvallen onacceptabel waren, maar dat Erdogan zich niet bewust was van de gevoeligheden van het gedicht. President Rohani op zijn beurt zei het erg onwaarschijnlijk te achten dat Erdogan kwaad in de zin had. „Hij stopt altijd dichtregels in zijn toespraken.”

Hm. Hier moeten Erdogan en ik het met Rohani oneens zijn; ja, Erdogan citeert vaak uit gedichten, maar hij weet precies wat hij doet. In 1997 declameerde hij, destijds burgemeester van Istanbul, in een beruchte toespraak de volgende dichtregels: „De moskeeën zijn onze kazernes/ de koepels onze helmen/ de minaretten onze bajonetten/ en de gelovigen onze soldaten”. Later zei hij in een vraaggesprek met The New York Times dat hij met deze woorden had bedoeld om de aandacht te trekken. „Het zou de mensen bezielen.”

Ik ben heel benieuwd hoe het verder gaat tussen Iran en Turkije.

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.