Kabinet wil gedupeerden Toeslagenaffaire compenseren. Maar waarom gaat dat zo traag?

Toeslagenaffaire Deze dinsdag bespreekt het kabinet het harde toeslagenrapport. Veel politici willen de gedupeerden sneller helpen. Kan dat?

Gedupeerde ouders praten in Den Haag met premier Mark Rutte
Gedupeerde ouders praten in Den Haag met premier Mark Rutte Foto Sem van der Wal/ANP

In zijn slotwoord wendde Chris van Dam, voorzitter van de parlementaire commissie die de Toeslagenaffaire onderzocht, zich vorige week rechtstreeks tot de gedupeerde ouders. Wat hebben zíj aan het scherpe rapport dat zijn commissie opstelde? Hij zei: „Wij hopen met dit rapport een bijdrage te leveren aan het erkennen van het onrecht dat u is aangedaan. Het onderkennen van onrecht is één ding, het rechtzetten is nog belangrijker. Laten we handelen.”

De meeste reacties op de commissie-Van Dam waren nog sterker: laten we het confronterende rapport aangrijpen om de ouders sneller en ruimhartiger te compenseren voor het aangedane leed. Premier Mark Rutte zei het vrijdag. „Het belangrijkste is nu dat de ouders zo snel mogelijk worden geholpen.” En staatssecretaris Alexandra van Huffelen (Financiën, D66) donderdag: „We zullen er alles aan doen om te kijken of we dat nog sneller kunnen doen.”

Lees ook Toeslagenaffaire: hoe beschamend

Maar dit roept het kabinet al zo lang. Precies een jaar geleden wist minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) een groep van 280 ouders een eerste uitbetaling te doen. Sinds haar aantreden eind januari wist Van Huffelen als nieuwe staatssecretaris van Financiën daar slechts een paar honderd compensatiebetalingen aan toe te voegen. Inmiddels staat de teller op 862 gezinnen, nog altijd maar een fractie van het totale aantal van naar schatting 22.000 gedupeerde ouders.

Waarom is de regering er in het afgelopen crisisjaar snel in geslaagd om miljarden beschikbaar te stellen voor 140.000 bedrijven in nood en drie miljoen werkenden, en verloopt de financiële genoegdoening voor alle toeslagenouders zo traag?

Deze dinsdagmiddag bespreekt een deel van het kabinet de harde bevindingen van de commissie-Van Dam. Niet alleen de politieke vraag over eventuele politieke consequenties ligt op tafel, ook de vraag of de herstelbetalingen nu niet wat voortvarender kunnen.

De Tweede Kamer stelt de vraag al maanden en steeds komt Van Huffelen met hetzelfde antwoord: „Het is ingewikkeld en complex.” Het is voor getroffen ouders een onbevredigend antwoord, maar feitelijk klopt het.

Vanaf maart, nadat de commissie-Donner met een formule voor schadevergoeding was gekomen, moest de staatssecretaris een paar dingen regelen. Allereerst geld, maar dat was niet zo’n probleem. Er kwam een dag na Donner al een half miljard euro op tafel, wat later met 80 miljoen is aangevuld. Er moest, voor 140 miljoen daarvan, een ‘Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen’ worden ingericht waar vijfhonderd (nieuwe) medewerkers voor nodig waren. Pas begin september was het crisisteam operationeel.

Juridische hobbel

Juridisch lag er een zware hobbel omdat de betrokken wetgeving moest worden aangepast om alle ouders te kunnen compenseren. De Belastingdienst onderscheidde grofweg vijf soorten gedupeerden en voor elke categorie kwam een aparte compensatieregeling – van slachtoffers van meedogenloos fraudeonderzoek tot ouders die onterecht ervan waren beschuldigd bewust fouten te hebben gemaakt in hun aanvragen.

Bij de parlementaire behandeling van de wetswijzing vroeg de Kamer zelf ook om extra compensatiemogelijkheden, zodat geen ouder tussen wal en schip zou vallen.

Lees ook de analyse van het Kamerdebat over het rapport: Overheid als geheel heeft gefaald bij Toeslagenaffaire

Nadat Van Huffelen in de zomer had moeten toegeven dat de hersteloperatie langer zou gaan duren dan dit kalenderjaar, drong de Tweede Kamer erop aan het tempo op te schroeven. Konden er niet vast vooruitbetalingen worden gedaan?

De staatssecretaris onderzocht een aantal ‘versnellingsopties’ maar moest eind september concluderen dat de meeste voorstellen zouden leiden tot verkwanseling van twee andere uitgangspunten: zorgvuldigheid en behandeling op individueel niveau. Dat laatste was ook waar de Kamer steeds om vroeg: laat de Belastingdienst alle gevallen apart beoordelen. Dat ‘maatwerk’ kost nou eenmaal tijd: de herstelorganisatie rekent gemiddeld 10 uur aan gesprekken die nodig zijn om één individuele kwestie goed in kaart te brengen.

De staatssecretaris stelde uiteindelijk een variant voor met een „lichte toets” waarbij de medewerkers van het herstelteam niet elke casus volledig hoeven te reconstrueren. Deze optie zou een tijdwinst van 10 tot 15 procent opleveren, maar zou pas vanaf 1 november van start kunnen gaan. Op basis hiervan, schat de Belastingdienst in, zullen het komende half jaar vijfduizend gezinnen hun eerste compensatie ontvangen.

Het laat zich raden dat Van Huffelen de argumenten voor en tegen versnelde uitbetalingen deze dinsdag (opnieuw) met haar collega’s in het kabinet deelt. Als de rest van het kabinet onder druk van de buitenwereld toch aandringt op sneller uitkeren van herstelbetalingen, zal dat ook meer geld kosten. Te hoge claims zullen minder scherp worden getoetst. Er zijn ambtenaren op Financiën die daar een bestuurlijk argument tegenin brengen: op een onzorgvuldige manier te veel geld uitkeren dan waar mensen recht op hebben, is óók onbehoorlijk bestuur.