Ineke had een grote broer

Fotograaf Ad Nuis en auteur Arthur van den Boogaard maken ‘opnieuw’ een foto en belichten de tijd ertussen.

Kunstenaar Ineke ter Meulen (75) werd samen met haar broer Erik (79, planoloog) enkele dagen voor kerst 1950 gefotografeerd in de woonkamer van hun huis aan de Ripperdastraat in Enschede.

„Vermoedelijk keek ik naar de kerstboom die vlak naast de fotograaf stond. Verder luisterde ik aandachtig naar Erik, mijn oudere en enige broer. Met onze moeder woonden wij destijds in bij een ander gezin. Onze ouders waren in 1947 gescheiden. Opa en oma van vaders kant bleven zich over ons ontfermen. Elke ochtend, op weg naar zijn werk, liep opa langs. Wij zwaaiden vanuit het slaapkamerraam. Hij wist dan dat het goed ging. Wij hadden onze eigen bedden, maar ik kroop graag bij moeder in bed. ‘Krap mij eens op mijn rug’, zei ze dan. Met Kerst gingen we naar de nachtmis, en daarna ontbeten we met Büelkesworst, bloedworst, gemaakt door een tante. Mijn jeugd was vol warmte met Erik als mijn grote voorbeeld. We liepen hand in hand naar school. Ik las zijn jongensboeken en als het nodig was verdedigde hij mij. Hij gaf goede raad: dat je ’s avonds alleen op straat een sleutel meeneemt om een belager mee te kunnen slaan. Dat doe ik nog steeds. Ook kocht Erik op een dag, op mijn verzoek, pumps. Ik was pas veertien, de buurt sprak er schande van. Later, ik studeerde al, had ik knappe vriendinnetjes die verliefd op hem werden. Daarvan maakte Erik dankbaar gebruik. Weer later woonde ik met mijn Poolse man Pjotr decennialang in het buitenland. Toch was Erik nooit ver weg. Een grote broer hebben helpt in het leven. Daarbij kon hij het goed vinden met Pjotr. Erik zag hem als zijn broertje. Inmiddels ben ik zesenhalf jaar weduwe en woon ik weer in Nederland. Deze corona-kerst vieren wij samen.”

Zelf in Opnieuw? Mail naar: opnieuweenfoto@gmail.com. Nuis en Van den Boogaard nemen contact op als uw foto ‘opnieuw’ wordt gemaakt.