Als een dorpsjongen hunkert naar vrienden

Wie: Jeltse (19)

Kwestie: openlijke geweldpleging in vereniging

Waar: politierechter in Leeuwarden

De Zitting

Moet deze zaak achter gesloten deuren? De politierechter is het even kwijt. Drie verdachten staan terecht voor vernielingen gepleegd in de herfst van vorig jaar. Twee jongens waren minderjarig en verschijnen één voor één voor haar als kinderrechter, de derde was net achttien jaar en moet zich verantwoorden voor de politierechter, als enige in het openbaar.

De oudste – Jeltse heet hij – is zonder advocaat gekomen. Een blonde Fries met een gehoorapparaat. Hij functioneert op het niveau van een veertienjarige, vertelt politierechter Agma Baluah. Jeltse kreeg als kind tot twee keer toe acute leukemie en is na een hersenvliesontsteking in zijn ontwikkeling blijven steken. Daarom gaat ze hem „net als de anderen” beoordelen volgens het jeugdrecht. De jeugdpsychiater adviseert alleen een voorwaardelijke straf op te leggen.

Tussen twaalf uur ’s nachts en kwart voor vier ’s ochtends trokken de jongens een spoor van vernieling door Wolvega. De drie kenden elkaar sinds de basisschool. Ze staken autobanden lek. Schopten bloembakken omver en rukten er planten uit. Gooiden op negentien adressen ruiten in – bij het verpleeghuis, de voetbalclub, de snackbar, een huisartsenpraktijk, het station, auto’s, twee scholen. Ook een abri sneuvelde.

„Jullie hadden bier gedronken en geblowd?” vraagt de politierechter.

Jeltse schudt zijn hoofd. Hij niet. Alleen Jesse. „Jesse had drugs en bier gehad.” Uiterlijk onbewogen: „Ik deed niks. Ik heb juist geprobeerd alles tegen te houden.”

„Dat is dan wel heel lang niet gelukt, hè?” De rechter gelooft hem niet. Nadat de politie de jongste staande had gehouden, waren de drie „schandalig” doorgegaan met vernielen. Als de vraag is wie precies wat heeft vernield, wijzen ze uitgekookt naar elkaar. Volgens de anderen had Jeltse een mes bij zich en heeft hij de banden lek gestoken.

Nee hoor, zegt Jeltse. Ook het mes was „van Jesse”. Verontwaardigd: „Ik wilde niet snitchen. Maar hij en Stef probeerden mij er op het bureau bij te naaien. Toen de politie dat vertelde, ben ik gaan praten.”

„Waarom ga je niet weg als je niet meedoet?”

„Ik wilde niet laf zijn.”

„Als Jesse in z’n eentje was geweest, weet ik niet of hij dit had uitgehaald. In een groep durf je meer. Jij bent Jesses publiek, jij versterkt zijn wangedrag. Je had weg kunnen gaan. Er is voor duizenden euro’s aan ravage aangericht en daar was jij bij. Voel jij je daarvoor verantwoordelijk?”

„Nee, zelf heb ik niks vernield, het was stoer doen.”

De officier van justitie stoort zich aan Jeltses stelselmatige ontkenningen. Als hij daadwerkelijk geprobeerd heeft de anderen te stoppen, waarom hield hij bij de politie daarover de lippen stijf op elkaar? „Dat maakt jou berekenend en deze zaak nog ernstiger.” Van de 23 strafbare feiten acht hij alleen het ingooien van een ruit met een tuinstoel niet bewezen: „Dat pas niet in het patroon”. Voor openlijke geweldpleging in vereniging tegen goederen eist hij een werkstraf van veertig uur plus twintig uur voorwaardelijk met twee jaar proeftijd. Daar komt een schadevergoeding van 1.500 euro bij. „Je blijft met je fikken van andermans spullen af, begrepen?”

„Jeltse wilde pleasen” mengt zijn vader zich erin. Hij hunkerde naar vriendschap, was een eenling. Wie er in een plattelandsgemeenschap niet bij hoort, gaat aandacht trekken. Dan ontaardt dorpsidylle weleens in dorpsdwang. Hij wilde niet onderdoen en gebruikte alle drugs die hij te pakken kreeg: wiet, pillen, coke. De vader: „Hij is impulsief, nam de jongens mee naar zijn boomhut en deelde ons bier uit.”

„Uiteindelijk vindt dat wel bij u thuis plaats” kapt de rechter hem af. De wijkagent heeft haar verteld dat bij Jeltse „het kwartje nu is gevallen”. Via de gemeente is hij uit huis geplaatst en beland in een woongroep vijftig kilometer verderop. Daar is hij afgekickt en helpen ze hem zelfstandig worden. Zodat hij binnenkort met een schone lei aan de koksschool kan beginnen.

De politierechter ziet daarin onvoldoende reden om Jeltse alleen voorwaardelijk te straffen. Ze veroordeelt hem tot veertig uur werkstraf en 1.500 euro boete voor openlijke geweldpleging in vereniging. „Het lijkt me stug dat jij alleen op een bankje hebt toegekeken en niets strafbaars hebt gedaan. Jij had een mes en hebt banden lek gestoken.”

Aanstichter van de openlijke geweldpleging was in de ogen van de politierechter Jesse. Hij heeft ,,als leider” de meeste vernielingen gepleegd en het initiatief genomen om alle schuld af te schuiven op Jeltse. Jesse krijgt als enige van de drie geen veertig maar zestig uur werkstraf met daarbovenop 1.500 euro boete.