Reportage

Kerst op de olietanker: spaghetti met varkensvlees, en wachten tot de olieprijs weer stijgt

Kerst op zee Al maanden dobberen voor de Nederlandse kust olietankers, met een vergeten en geïsoleerde bemanning. Op pad met een scheepskapelaan die de zeelui verblijdt met eten en gebeden.

Scheepskapelaan Dennis Woodward klautert aan boord van olietanker Seaturbot.
Scheepskapelaan Dennis Woodward klautert aan boord van olietanker Seaturbot. Foto's Martijn Beekman

Wie denkt dat deze Kerst in lockdown saai wordt, moet aan boord komen van de Seaturbot.

De zwart-rode olietanker van 177 meter lengte dobbert al anderhalve maand in het ankergebied bij Scheveningen. Al die tijd kijkt de Filippijnse bemanning uit op hetzelfde stukje Hollandse kust, vijf-en-een-halve nautische mijlen varen ver. Ze zullen pas voet aan wal zetten als de olieprijs hoog genoeg is, dit ter beoordeling van de eigenaar van de vracht.

Maar de prijs blijft akelig laag. En dus wacht de bemanning, geïsoleerd, in quarantaine zo je wil, als een weggegumde bijzaak in de spreadsheets van de handelaren en de speculanten.

Dat er aan land een totale lockdown is afgekondigd, zegt crewleden Novi, Mark, John, Gilbert, Gerard en hun elf collega’s dan ook helemaal niks. Ze doen al weken niets anders dan een beetje schilderen en timmeren, er is geen ongeschilderd stuk schip meer over. Dat ze hun familie met kerst niet zien? „What can we do? Dit is een zeemansleven.” De grijze Duitse kapitein, gele polo strak over de buik gespannen, doet nog een extra duit in het zakje. „Niemand houdt meer van ons. Dit schip is een oude dame, we zijn niet meer welkom. Als we niet meer in Europa mogen varen, gaan we wel naar Afrika.” Hij grijnst naar een bemanningslid. „Nigeria? Ga je mee?”

De kapelaan bidt voor de Filippijnse bemanning van Deltagas. Foto’s Martijn Beekman

Scheepskapelaan

Ondanks de verpletterende eentonigheid van hun bestaan, slaan de mannen Kerst niet over, júist niet. Ze hebben al weken geleden in de kombuis een wild knipperende kerstboom opgezet, die prima matcht met de vrouw in diep uitgesneden badpak op het computerscherm en de vergeelde posters met stillevens van Cézanne. Ze verheugen zich op het kerstdiner: spaghetti met varkensvlees, op smaak gebracht met de enorme flessen kikkoman sojasaus en de hot ketchup die standaard op de tafeltjes staan.

Van de scheepskapelaan die net met de verslaggever aan boord is geklauterd, krijgen ze er een blik stroopwafels bij en een usb-stick met een kerstpreek erop. En z’n visitekaartje, voor als ze hulp nodig hebben. Ze willen echt allemaal graag een bijbel en ze willen ook dat de kapelaan voor hen bidt. Met gebogen hoofd staan ze voor hem en luisteren ze naar een gebed voor hun familie, voor de eenzaamheid, voor het zware leven op zee, voor moed en voor hoop.

En dan zijn ze weer alleen met elkaar, op hun stalen eiland.

De bemanning pakt het kerstpakket uit: stroopwafels en een usb-stick met een kerstpreek. Foto’s Martijn Beekman

Ingestorte oliemarkt

Het werkterrein van scheepskapelaan Dennis Woodward van de christelijke organisatie The Mission to Seafarers is meestal de haven van Rotterdam. Bijna een jaar lang heeft hij er paniekerige en depressieve crewleden bijgestaan, die vast waren komen te zitten op hun schip door strenge internationale coronamaatregelen.

Lees ook: Het land wil de zeelui niet hebben, het schip wil hen niet laten gaan.

Wat hem het afgelopen jaar opviel, waren de schepen die in de ankergebieden voor de kust bleven dobberen. Vaak waren dat olietankers die soms maandenlang stillagen – een neveneffect van een ingestorte oliemarkt. Bij die schepen kan hij niet komen.

Maar vandaag wel. Kapitein Arjan Nugteren van bevoorradingsdienst Dutch Tender Service heeft de kapelaan aangeboden om hem vlak voor Kerst gratis naar de tankers voor Scheveningen te varen met zijn sleepboot Anteos. De lucht is blauw, de wind is zwak, de Indonesische bemanningsleden Saad en Jamal gooien de trossen los.

Bij de eerste stop wordt duidelijk: het is ook bij kalm weer helemaal niet eenvoudig om een kerstpakket naar een olietanker te brengen. Aan de ene kant van het schip is de golfslag te hoog – hoog genoeg om de fotograaf en de verslaggever grauw bij de reling te krijgen. Aan de andere kant lukt het wel om de sleepboot langs de tanker te leggen. Maar dan?

Twee Filippijnse opvarenden gooien vanaf boven een touwladdertje naar beneden. En dan is het van eene, tweeje, hóp, op de top van een golf op het laddertje stappen, een zet van Saad en Jamal mee, en klauteren maar, twintig meter langs een dikke staalwand omhoog. Omlaag kijken is geen aanbeveling.

Kapitein Arjan Nugteren van Dutch Tender Service wilde de kapelaan wel gratis naar de schepen varen. Foto’s Martijn Beekman

Cadeautjes op de pingpongtafel

De bemanningsleden zien de kapelaan graag komen. De crew van het tweede schip wil dat hij na z’n gebed blijft lunchen, maar de Anteos moet door. Bij het derde schip worden de cadeautjes meteen uitgestald op de pingpongtafel. Alleen bij het vierde schip mogen enkel de pakketten omhoog – die reder is te bang voor corona.

En dan is de Anteos weer weg.

Het is niet veel hè, zegt Woodward op de weg terug. „Wat stroopwafels en een preek op een usb-stick. Daar kunnen ze trouwens ook andere dingen opzetten, hoor.” Maar het is een teken van leven, zegt hij. „Dat we ze niet vergeten zijn.” Hij riep het zojuist nog eens tegen de bemanningsleden, in hun anonieme levens vol lockdowns: „We zien wat jullie doen. We denken aan jullie. Dank jullie wel.”