2020, het jaar waarin topsporters zich tegen misstanden keerden

Activisme in sportwereld Veel beroemde sporters spraken zich dit jaar uit tegen ongelijkheid en racisme. Clubs en sportbonden konden dit maatschappelijk protest niet langer negeren. Vraag voor 2021: dragen ze bij aan meer gelijkwaardigheid?

Virgil van Dijk (midden), voorafgaand aan het duel tussen Liverpool en Burnley.
Virgil van Dijk (midden), voorafgaand aan het duel tussen Liverpool en Burnley. Foto Phill Noble/AFP

Virgil van Dijk, aanvoerder van het Nederlands elftal, had toenmalig bondscoach Ronald Koeman gebeld. De selectie wilde Veronica Inside (gemiddeld ruim 600.000 kijkers) boycotten. Vanwege een vermeend racistische opmerking aan tafel door vaste gast Johan Derksen. Koeman vroeg: ‘Je kan hem ook driedubbel terugkrijgen.’ Van Dijk zei: ‘Trainer, dit is zo belangrijk!’ Koeman: ‘Ga ervoor’.

Van Dijk en Memphis Depay, leiders van Oranje, hadden de actie bedacht. Hun management informeerde bij een marketeer met verstand van het (online) imago van spelers: zou het publiek zich tegen hén keren? Maar ook hier geen bezwaar: in deze tijd zou zo’n actie moeten kunnen. Dus kondigde Van Dijk op Twitter aan dat spelers van het Nederlands elftal zich niet meer door Veronica Inside zouden laten interviewen. „Dit is ver over de grens […] Enough is enough.”

De actie van de Oranje-selectie was kenmerkend voor de sportwereld van dit jaar. De ene na de andere beroemde sporter sprak zich uit tegen racisme en ongelijkheid. Hun geluid klonk harder en collectiever dan ooit. Ze konden, anders dan vroeger, rekenen op instemming van het grote publiek. De sporters namen zélf het initiatief, meestal buiten hun bonden om. Daarmee dwongen ze bonden en clubs tot zelfinzicht. Jarenlang trokken grote sportbonden hun handen af van alles wat róók naar politiek. Die koers bleek dit jaar onmogelijk vol te houden.

Daarom zoeken (inter)nationale sportbonden, soms worstelend, naar een nieuwe positie in het maatschappelijk debat. Misschien nog meer dan de coronacrisis kan dát van blijvende betekenis zijn voor de sport.

„Ik ga niet staan en doen alsof ik trots ben op een vlag van een land dat zwarte mensen en mensen van kleur onderdrukt.” Met die woorden legde quarterback Colin Kaepernick van San Francisco 49ers uit waarom hij op één knie was gaan zitten tijdens het Amerikaanse volkslied. Dat was in 2016. Kaepernick kwam daarna nooit meer aan het werk in de NFL, de hoogste footballdivisie. Oud-chef communicatie van de NFL, Joe Lockhart, schreef in een opinieartikel bij CNN dat teams „bang” waren om Kaepernick te contracteren: „Kaepernick aannemen was, dachten de clubeigenaren, slecht voor hun omzet.”

Het wrange voor Kaepernick is dat hij slachtoffer lijkt van een protest dat nu veel navolging krijgt. De sporters die dit jaar knielen of protesteren tegen racisme en ongelijkheid, worden juist gerespecteerd. Voor Tommie Smith en John Carlos, die tijdens de Olympische Spelen van 1968 hun vuist in de lucht staken als protest tegen rassenhaat, pakte het anders uit. Ze werden uit de atletiekploeg gezet en kregen doodsbedreigingen.

Marcel Beerthuizen, een marketeer die bedrijven en sportorganisaties adviseert over hun maatschappelijke rol: „De protesten van Kaepernick en die van Smith en Carlos waren Black Lives Matter avant la lettre. Alleen deden zij het in een heel andere samenleving.”

Black Lives Matter

Dat Kaepernicks protest dit jaar werd omarmd kwam mede doordat de knie van een witte agent, eind mei, niet alleen de keel van arrestant George Floyd – die stierf aan zuurstofgebrek – beroerde, maar ook de harten van miljoenen. Ze kwamen in opstand tegen ongeoorloofd politiegeweld, racisme en discriminatie. Black Lives Matter spoelde vanuit de VS als een golf over de wereld uit. Sport bleek eens te meer een afspiegeling van de wereld.

De Amerikaanse basketbalcompetitie (NBA) ging op slot, net als de Major League Baseball (MLB). In het Duitse voetbal knielden Bundesliga-teams samen in de middencirkel. Onder leiding van Lewis Hamilton knielden veel Formule 1-coureurs. Tennissers weigerden een dag te spelen op een groot toernooi in de VS.

Lees ook: de hele Amerikaanse sportwereld knielt in een uitzonderlijk sportjaar

Bijzonder was dat topsporters met hun protest uit hun veilige omgeving stapten. Met hun sociale mediakanalen bereiken ze miljoenen mensen. Memphis Depay heeft bijna 10 miljoen volgers op Instagram, Virgil van Dijk ruim 9 miljoen. Toch kozen ze ervoor om ook op het veld hun protest te laten zien, en in traditionele media te vertellen over hun ervaringen met racisme.

In NRC deden zeventien (top)voetballers, coaches en officials dat – vaak voor het eerst in hun leven. PSV-aanvoerder Denzel Dumfries vertelde over een jongetje dat met zijn vader steeds „aap, aap” naar hem riep.

Dat spelers dit deden is van groot belang, zegt reclamestrateeg Stephan Alspeer, bestuurslid van Includenow, dat de marketing-, media- en communicatiewereld inclusiever wil maken. „Traditionele media zijn vaak overwegend wit. Voor sporters niet de meest veilige omgeving om te vertellen over racisme. Dat ze uit hun sociale mediabubbel stappen betekent dat ze hun best doen om iedereen te bereiken. Heel knap en belangrijk.”

Zo werd bonden en clubs een spiegel voorgehouden. Ze konden niet anders dan het eigen functioneren kritisch bekijken. NFL-baas Roger Goodell zei dat het „verkeerd was om niet eerder naar NFL-spelers te luisteren” – hij had het over Kaepernick. Een nieuw geluid van een organisatie die in 2018 nog de regel instelde dat spelers een boete riskeerden als ze niet opstonden voor het volkslied.

In Nederland kwam de KNVB met antiracismeplannen – aanleiding waren racistische spreekkoren eind 2019 tegen Excelsior-speler Mendes Moreira. Er zijn nu aanklagers die in racismezaken gespecialiseerd zijn, straffen werden verhoogd.

De Europese voetbalbond UEFA gaf toe dat eerdere antiracismecampagnes „onvoldoende” zijn geweest. Wereldvoetbalbond FIFA schreef aan nationale bonden dat antiracismeprotesten „een applaus verdienen en geen straf”. Maurits Hendriks, technisch directeur van sportkoepel NOC-NSF, zag dit jaar ook meer activisme van olympiërs. „Er was dit jaar, ook door de coronacrisis, ruimte voor reflectie en dus ook voor activisme. Ik vind dat mooi om te zien, wij moedigen atleten aan om hun mening te geven en hun positie daarvoor te gebruiken.”

Hendriks raakt aan een kwestie die illustreert hoe sportorganisaties worstelen met hun rol. Het draait om de vraag of olympiërs bij de (uitgestelde) Spelen van Tokio volgend jaar een vorm van maatschappelijk protest mogen laten horen. Regel 50 van het olympisch handvest verbiedt dat. En dat geldt ook in Tokio, besloot het Internationaal Olympisch Comité (IOC).

De basketballers van Brooklyn Nets en Orlando Magic, twee teams in de NBA.

Foto PAFP

Diverse topsporters, zoals tennisster Serena Williams, tekenden protest aan. Dat sport en politiek gescheiden werelden zijn is niet meer van deze tijd, vond zij. Het IOC kwam met een aarzelende oproep tot „een dialoog”. Het Amerikaanse olympisch comité beloofde daarna sporters niet te straffen als ze knielen tijdens het volkslied. Een oplossing is er nog niet.

Gijsbregt Brouwer, die tussen 2008 en 2015 topsporters hielp met hun online imago, ziet dat atleten zich veel bewuster zijn van hun invloed. „Onzekerheid over sociale media heeft plaatsgemaakt voor sporters die het gebruiken om een enorme groep mensen te bereiken. Ze laten een tijdsbestek van enkele tientallen jaren achter zich waarin gepeperde uitspraken door sportclubs werden weggeorganiseerd via woordvoerders.”

Adviezen van marketeers, die iedere club, sportorganisatie en sporter inschakelt, zijn ook veranderd. Terughoudendheid over politiek heeft plaatsgemaakt voor het advies je mening niet te verstoppen, als het bij de sporter past. Zie de VI-boycot van Oranje, voorgelegd aan marketeers.

Dat heeft te maken met maatschappelijke bewegingen als Black Lives Matter en hun invloed op de mening van miljoenen mensen. Uit een onderzoek in de VS bleek dat ruim driekwart van de ondervraagden rassendiscriminatie een groot probleem vindt. Vijf jaar geleden was dat nog iets meer dan de helft.

Nieuwe generatie sportfans

De nieuwe generatie sportfans verwacht een andere houding van topsporters. Sinds vorig jaar maakt Generatie Z (geboren tussen 2000 en 2015) 32 procent uit van de wereldbevolking, en dat aandeel stijgt. „Als sporter of bond zegt dat het alleen om sport draait vinden zij niet voldoende. Het activisme zal niet uit de sport verdwijnen”, zegt Beerthuizen.

Het is ook zichtbaar bij andere onderwerpen dan racisme: gelijke behandeling voor verschillende soorten vrouwen (atlete Caster Semenya voert rechtszaken over het testosterongehalte in haar lichaam), MeToo (oud-turnster Rachael Denhollander vertelde over misbruik in een Netflix-documentaire), gelijke beloning voor mannen en vrouwen in het tennis (Venus Williams pleit voor gelijk prijzengeld). Het zijn maar enkele andere vormen van sterk maatschappelijk protest in de sport in 2020.

Sponsoren gaan erin mee. Nike, een van de grootste sportmerken, maakte van Colin Kaepernick de hoofdrolspeler in een reclamecampagne over gelijke rechten. Het leidde tot rituele schoenverbrandingen van boze Amerikanen, maar ook tot extra winst voor het bedrijf. Koers en marktwaarde (met ruim vijf miljard euro) stegen na de campagne, volgens marketeer Beerthuizen „een van de beste ooit”.

De grond voor maatschappelijk protest is vruchtbaar. Probleem voor sportbonden is het verwijt van selectieve verontwaardiging. Waarom tonen KNVB, UEFA en FIFA wél betrokkenheid bij het bestrijden van discriminatie, maar willen ze niet veel zeggen over uitgebuite en overleden bouwers van WK-stadions in Qatar?

Belangrijker: kijken de bonden ook naar zichzelf? Zeggen ze alleen dat ze iets belangrijk vinden, zonder er veel aan te doen? Marketeer Stephan Alspeer ziet dat het hele jaar al. „Sport verbindt. Voetbal verbindt. Je hoort dat soort loze opmerkingen voortdurend. Die hebben geen waarde als je niet kijkt naar je eigen organisatie. Die is meestal helemaal niet inclusief.”

Racisme in Oost-Europa

Les Ferdinand, een van de weinige zwarte voetbalbestuurders in Europa, waarschuwde er ook voor in NRC. Hij vindt dat de UEFA veel praat over het bestrijden van discriminatie, terwijl in Oost-Europa spelers vaak racistisch worden bejegend. „De UEFA laat zwarte mensen in de steek. Ze zijn er, net als de FIFA, niet in geslaagd om een veilige omgeving te creëren in voetbalstadions. Probleem is dat mensen die de macht hebben, zelf nooit te maken krijgen met racisme.”

Lees ook: het interview van NRC met Les Ferdinand, directeur van Queens Park Rangers

De KNVB staat wat dat betreft voor een interessante test. De bond maakte donderdag bekend dat het een minder witte organisatie wil worden en stelt een quotum in. Het aandeel medewerkers met een niet-Westerse achtergrond moet toenemen van 2 naar 14 procent in 2030. Zo concreet wordt het in de sportwereld niet vaak.

Komend jaar moet blijken of het massale protest van sporters wereldwijd en de sluipende veranderingen bij sportbonden doorgezet worden.

World Players, de wereldvakbond die 85.000 atleten en honderd spelersvakbonden vertegenwoordigt, legde eind vorige week een belofte vast in de statuten. Na een „buitengewoon jaar van activisme onder sporters” belooft de vakbond de bescherming van mensenrechten via de sport te bevorderen – ook als daarvoor oude structuren op de schop moeten.

Grote vraag voor 2021: dragen bonden, clubs en organisaties daadwerkelijk bij aan een meer inclusieve en gelijkwaardige sport? Zorgen ze voor een betere afspiegeling in hun werknemersbestand? Of sluipt het credo van sport en politiek als gescheiden werelden de bestuurskamers weer in?