Opinie

Wie zonder zonden is

Tommy Wieringa

The Roosevelt Room, een gestoffeerd zaaltje in het souterrain van hotel Fairmont in Washington DC. Ik zit op een stoel en wacht. Het waaien van gedachten. Hoe ik hier in vredesnaam beland ben, in afwachting van een oud-president, die wat verlaat is volgens zijn persofficier. Ik zat achter mijn schrijftafel toen de telefoon ging, verbaasd en een beetje bezorgd vind ik mezelf een paar dagen later en een paar duizend kilometer verderop op de stoel van interviewer terug. Er is rumoer om me heen. Cameramannen zijn in de weer met camerastandpunten, een geheim agent die Charlie heet staat tegen de muur geleund, een redactrice houdt bordjes op waarop ik straks de verstreken gesprekstijd zal aflezen: vijf minuten, tien, vijftien, twintig. Ik knik en zwijg, ik probeer in stilte met mezelf alleen te zijn om mijn kalmte te bewaren.

Hij geeft meerdere interviews in dit hotel, nieuwsorganisaties uit de hele wereld hebben elk hun eigen suite of zaaltje afgehuurd. Het is niet goed voorstelbaar hoe het is om hem te zijn, ook al heb ik juist negenhonderd pagina’s van het eerste deel van zijn memoires gelezen waarin hij dat uitvoerig beschreven heeft.

Als jongeman denkt hij veel na over zijn plaats in de wereld en schrijft dan een eerste boek over zijn gemengde afkomst en het land dat hem voortbracht. Hij zou zijn schrijverschap kunnen ontwikkelen of advocaat kunnen worden, maar de publieke zaak trekt aan hem. Hij gaat de politiek in, eerst lokaal, dan landelijk; in 2005 wordt hij in de Senaat gekozen. Jong nog, en pas de vijfde senator van Afro-Amerikaanse afkomst. Hij zal het niet lang blijven, zijn ambitie reikt nog verder. Er is toewijding en uithoudingsvermogen, er is strategie en er is geluk, en dan wordt hij, na ontelbaar veel kilometers, zaaltjes, interviews en toespraken maar nog steeds relatief vlug, de 44ste president van de Verenigde Staten.

Hij heeft in zekere zin zichzelf geformuleerd als antwoord op de ongemakkelijke vragen van een raciaal verdeeld land. Hij heeft zijn kiezers betoverd, nooit zijn er zoveel hoopvolle tranen vergoten na een Amerikaanse presidentsverkiezing. Er wordt zoveel van hem verwacht, het is onmogelijk dat hij dat allemaal kan inlossen. In Praag zegt Václav Havel tegen hem: „Je bent vervloekt door de hoge verwachtingen van de mensen.”

Uit zijn memoires spreekt moreel verplichte betrokkenheid bij ieder wiens leven hij beïnvloedt, zelfs bij hen wiens leven op zijn teken wordt beëindigd. Wanneer drie jonge Somalische kapers op volle zee door scherpschutters van de Navy Seals worden doodgeschoten om een gegijzelde Amerikaanse kapitein te bevrijden, deelt hij niet in de triomf, maar gaan zijn gedachten uit naar de dode jongemannen. „Hun levens waren getekend en belemmerd door wanhoop, onwetendheid, dromen van religieuze glorie, het geweld in hun omgeving, of de plannen van oudere mannen. Ze waren gevaarlijk, deze jongemannen, vaak doelbewust en achteloos wreed. Het liefst zou ik hen op de een of andere manier willen redden – hen naar school sturen, een vak laten leren, de haat die hun hoofden opvulde wegnemen.”

Bij alle grote dilemma’s waar hij zich als president voor gesteld ziet, vraagt hij zich met hinderlijke gestrengheid af: hoe te handelen? Wat is rechtvaardig? Waar schiet ik tekort? Als je hem met een Romeinse keizer moet vergelijken, dan zou dat Marcus Aurelius zijn, de keizer-filosoof die, op veldtocht langs de Donau, ’s avonds in zijn tent zijn gedachten noteert. „Maak er een gewoonte van”, schreef hij, „om je na iedere handeling, ongeacht wie hem pleegde, af te vragen: ‘Met welke bedoeling doet hij of zij dit?’ Maar begin bij jezelf, onderwerp eerst jezelf aan onderzoek.”

De keizer en de president, ze zijn gematigd, stoïsch en gewetensvol, en al zijn ze de machtigste mannen van hun tijd, ook dat brengt ze niet uit hun evenwicht. Vergeefs zoek je in Marcus’ Meditaties en Obama’s Een beloofd land naar een ondeugd, een zonde of karakterzwakte die ze wat reliëf geeft, maar ze zijn ondoordringbaar als hun eigen standbeeld, volmaakte sculpturen van zichzelf.

Tommy Wieringa schrijft elke week op deze plek een column.