Opinie

Wordt er nog wel naar het recht geluisterd?

De Rechtsstaat

De kerstboom wenkt, deze column hervat in januari en dus is het tijd voor de hamvraag – hebben juristen eigenlijk iets te vertellen? Wordt er nog een beetje geluisterd naar het recht, doet ‘de rechtsstaat’ er toe, als argument? Of is het recht doorsnee politiek kanonnenvoer, waar iedere standwerker z’n gang mee gaat?

Te oordelen naar de Europese top van vorige week waar een bedrag van 2.000 miljard euro afgewogen moest worden tegen de afbraak van de rechtsstaat in Polen en Hongarije hoef ik me geen zorgen te maken. Politiek was het een doorbraak – volgens onze correspondent was het thema ‘rechtsstaat’ nog nooit op het niveau van regeringsleiders besproken. En nu dus wel. Van de uitkomst snap ik overigens nog vrij weinig: het EU Hof mag straks over de uitkomst van de ‘rechtsstaattoets’ beslissen. En gaan die landen zich daar dan ook aan houden? Of wordt het dan een nieuw rondje pappen en nat houden?

Maar het was op zichzelf wel mooi dat zo’n immens politiek probleem in een fijne nieuwe juridische procedure werd geparkeerd. Ik begrijp dat een Brexit-deal straks ook via een nieuw arbitragepanel verteerbaar moet worden gemaakt. Togadragers, het is dat ze al bestaan, anders zouden ze snel uitgevonden moeten worden. Ze passen op al uw problemen, járenlang desgewenst. En als ze er dan tenslotte uitkomen, blijf je natuurlijk politici nodig hebben die zich spontaan weten neer te leggen bij de uitkomst. Doen ze dat niet, dan verplaatsen juristen alleen maar lucht en stof. Véél stof.

Op polderniveau viel de afgelopen weken de weldenkende juristen-opstand binnen de VVD tegen de rechtsstaatparagrafen in het eigen concept-verkiezingsprogramma op. Vorig weekend werd het gerepareerd. Geen ongefundeerde kritiek meer op rechters, geen snode plannen om het Europese Hof in Straatsburg achteraf te corrigeren of vooraf in te dammen. En behoud van de mogelijkheid om collectieve belangen bij de rechter aan te kaarten.

Ook opvallend was de poging van de Bredase wethouder Greetje Bos op dat VVD-congres om softdrugs te legaliseren. Zij kreeg bijna de helft van de stemmen achter haar plan waarin legalisering hand in hand gaat met bestrijding van de consumptie én de criminaliteit. Als officier van justitie in drugszaken had ze lang genoeg de falende praktijk van bestrijding en berechting meegemaakt – als ze de liberalen inderdaad tot legalisering had gekregen was dat een feit van betekenis geweest. Dat het net niet lukte heeft ook al politieke betekenis. De cannabisdiscussie is aan het kantelen – en daar zitten juristen achter. In de opsporing, bestrijding en bestuur ondervinden zij aan den lijve dat het beleid op dood spoor zit. In september kwam er nog een alarmerend rapport uit van (jurist) Peter Noordanus, voorzitter van het Strategisch Beraad Ondermijning. Strekking: zo kan het niet langer. Een deltaplan graag, dan wel een ‘pact voor de rechtsstaat’ en de bekende zak extra geld aub. Huiswerk voor een nieuw kabinet, een nieuwe Tweede Kamer.

Hoeveel juristen zouden zich daar verkiesbaar voor stellen? Ik vroeg het me af toen ik zag dat hoogleraar mensenrechten Barbara Oomen zich kandidaat stelde voor de PvdA-fractie in de Tweede Kamer. Ze deed dat „mede uit diepe zorg over het gebrek aan aandacht voor en kennis van de rechtsstaat”, mailde ze me. Zij liet desgevraagd de kandidatenlijsten van alle partijen, voor zover bekend, even natellen op juristen. Dat bleken er 42. Op een totaal aantal van 413 geïnventariseerde kandidaten voor 150 zetels. Bij de telling waren de lijsten van Forum, PVV, Denk, 50plus nog niet bekend. Wat overigens wel jammer was. De huidige PVV-fractie bestaat voor tweederde uit juristen, die van FVD zelfs helemaal, althans totdat advocaat Hiddema de verdediging van Baudet neerlegde. Van die 42 in theorie verkiesbare jurist/kandidaat-Kamerleden zijn er acht advocaat en twee officier. De meesten waren adviseur, beleidsmedewerker of bestuurder – rechten als de cliché vooropleiding voor de bureaucratie. De meest vooraanstaande verkiesbare jurist naast Oomen (nr. 21 PvdA) is advocaat/ex-hoogleraar Ferd Grapperhaus (nr. 50 CDA). Dat is best mager.

Folkert Jensma is juridisch commentator. Twitter: @folkertjensma

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.