Welk autoraam moet open om besmetting te voorkomen?

Durf te vragen Met twee geopende ramen is al veel winst te behalen. Maar welke twee?

Na het kerstdiner rij je je oom die iets te diep in het glaasje heeft gekeken naar huis. Is dat verstandig? In een auto is anderhalve meter afstand alleen haalbaar als je oom rechts achterin zit. De RIVM-richtlijn is daarom om een mondkapje te dragen als je met mensen uit een ander huishouden in de auto zit. Wat kun je verder doen om de kans op besmetting tijdens een autorit te verkleinen?

In een kleine ruimte, zoals een auto, kan besmetting optreden doordat hoest-, nies-, zang-, praat-, of ademdruppeltjes met daarin virusdeeltjes ingeademd worden. Uit eerder onderzoek bleek dat een op de twintig geïnfecteerden zoveel virus uitstoot dat ze zelfs met hun fijne ademdruppels anderen kunnen besmetten.

Een mondkapje houdt een deel van die druppeltjes tegen. „Een mondkapje dragen is dus altijd een goed idee”, zegt fysicus Daniel Bonn van de Universiteit van Amsterdam, die onderzoek doet naar de zwevende druppeltjes. „Maar daarnaast is ventilatie cruciaal.”

Rookmachines

Het is dus geen verrassing dat volgens Amerikaans onderzoek, vorige week in Science Advances, de veiligste autorit plaatsvindt met alle ramen open. Eventuele geïnfecteerde druppeltjes die in de lucht hangen worden dan binnen enkele tientallen seconden naar buiten gespoeld.

Maar in de winter met alle ramen open rijden is misschien wat veel gevraagd. Het Amerikaanse onderzoek liet zien dat met twee open ramen ook al veel winst te behalen is. Met behulp van computermodellen en rookmachines analyseerden ze de luchtstromen in en rondom een personenauto die ongeveer 80 km/u rijdt.

Op de voorste zijramen van een rijdende auto staat iets minder druk dan op de achterste. Als je voor en achter een raam open zet zal daardoor vanzelf lucht van achteren naar voor stromen. Van die natuurlijke luchtstroom kun je gebruikmaken.

Luchtstroom is barrière

Neem het scenario met twee personen: een bestuurder links voorin en een passagier rechts op de achterbank. De neiging is dan om de ramen naast de bestuurder en de passagier te openen. Dat is beter dan alle ramen dicht, maar uit het onderzoek bleek dat de ramen rechtsvoor en linksachter openzetten slimmer is. Dan stroom de lucht van linksachter, via rechtsachter – waar de passagier zit – rechtsvoor het raam uit. De uitgeademde lucht van de passagier komt dan nauwelijks langs de bestuurder en de lucht van de bestuurder wordt verdund door de lucht die via het openstaande achterraam binnenkomt. De luchtstroom vormt een barrière tussen bestuurder en passagier, schrijven de onderzoekers.

„Het is interessant onderzoek”, reageert Bonn. „Het meest frappante vond ik hoe goed de luchtdoorstroom is als alle autoramen dicht zijn en enkel de ventilatie aanstaat.” In een gesloten auto ververst de lucht met enkel de ventilatie ruim zestig keer per uur. Bonn: „De meeste gebouweigenaren dromen van zulke ventilatiecijfers. In een goed geventileerd kantoor haal je hooguit tien verversingen per uur. In een lift één à twee. De ventilatiesystemen van auto’s zijn dus ongelofelijk goed.”

Toch is het niet onverstandig om het ventilatiesysteem een handje te helpen omdat je in een auto dicht op elkaar zit. Trek dus een dikke winterjas aan en zet de ramen minimaal op een kier open. Bonn vertelt dat hij twee ramen een beetje opent als hij met iemand in de auto zit. Na het lezen van het Amerikaanse onderzoek kiest hij voortaan het rechter raam voorin en het linker raam achterin.