Opinie

We blijven ‘bewegen’

Frits Abrahams

‘Vier leuke notitieboekjes gekocht”, meldde mijn vrouw me woensdagmorgen met laconieke opgewektheid. Op dat moment wist ik zeker dat het die dag in winkelend Nederland op een chaos ging uitlopen.

„Waar heb je die gekocht?”, vroeg ik, nog zo neutraal mogelijk.

„Bij die zaak met een postkantoorfunctie”, zei ze.

Ze had die boekjes nodig om als cadeautje op te sturen naar een vriendinnenclubje. De winkelierster had met de aankoop ingestemd mits mijn vrouw die achteraf telefonisch wilde bevestigen.

„Dat noemen wij de randen van de regels opzoeken”, citeerde ik minister De Jonge, waarbij ik ook zijn ferme, afkeurende toon overnam. (Je kunt merken dat de minister het volk durft te trotseren sinds hij de hele CDA-handel aan Wopke Hoekstra overgedragen heeft.)

„Dat moet jij weten”, zei mijn vrouw, „maar ik moest die boekjes op tijd bij mijn vriendinnen krijgen.”

Ik voelde me machteloos. Je kunt als columnist wel de integere waakhond van de samenleving uithangen, maar waar blijf je als je vrouw zo gemakkelijk zwicht voor de waanzin van de dag? Hoe kan ik dan nog geloofwaardig waarschuwen voor de onvermijdelijke ontsporingen? Ik zal me in dit stukje dan ook verder zo veel mogelijk inhouden.

Een uurtje later liep ik langs een kapperszaak waarvan de eigenaar de volgende gedrukte mededeling op de deur van zijn gesloten zaak had geplakt: „Afspreken mogelijk op: 06…. Tijd, dag en locatie worden nader besproken.” Deze kapper zocht niet meer de randen van de regels op, hij knipte ze er met zijn beste schaar gewoon af. Hoezo lockdown? Jullie vragen, ik knip en ik föhn, gewoon gezellig bij jullie thuis.

Ik herinnerde me dat dezelfde kapper bij de eerste, nog ‘intelligente’, lockdown ook zo’n mededeling had opgehangen, maar die was veel cryptischer geweest, alsof hij bang was voor ontdekking. Sindsdien is er heel wat gebeurd in de boezem van het Nederlandse volk. Er is weerstand tegen de coronamaatregelen ontstaan, ondernemers morden, jeugd vierde clandestiene feestjes, klanten frequenteerden de winkelstraten, Willem Engel werd een sektarische held, Thierry Baudet juichte hem toe. En de premier werd in zijn Catshuis bijna overstemd door een handjevol virushalvezolen.

Was het vreemd dat die kapper zich aan zijn schaar bleef vastklampen? Goed, HEMA, Action en Wibra moesten van minister De Jonge terug in het hok, en gelukkig ook van staatssecretaris Mona Keijzer, de Raspoetina van het CDA, maar de vraag is of ook de gewone burger zich nog vijf weken lang wil aanpassen. Ik denk nu aan die wanhopige winkelierster die op tv vertelde dat ze de kleding in haar zaak naar haar potentiële klanten ging brengen: „Jurkjes passen in de tuin.”

Als veel ondernemers dat voorbeeld volgen, de kappers, de schoonheidsspecialisten, de masseurs en de nagellakkers en masse uitrukken en overal jurkjes en andere producten worden aangeboden – in de tuin of op de stoep – dan ontstaat er juist datgene wat Rutte, De Jonge en Van Dissel zo vrezen: beweging. Want beweging betekent besmetting.

Toen ik op dit punt van mijn column was gekomen, vroeg mijn vrouw me plotseling: „Zeg, we gaan toch met Kerst nog naar de kinderen?”

„Laat me eerst even die column afmaken”, ontweek ik.