Opinie

Voor imagoschade heeft Ajax zijn spelers niet nodig

Quincy Promes zat twee nachten in de cel, gearresteerd vanwege een steekincident op een feest in de loods van zijn bedrijf. Bij die gelegenheid maakte iemand van de knie van Promes’ neef een cabriolet. De Ajacied is weer vrij, maar wordt nog wel als verdachte aangemerkt. Toen ik de eerste analist hoorde zeggen dat dit Ajax dwarszit vanwege mogelijke imagoschade, schoot ik in de lach. Kennelijk zijn zowel Ajax als de analisten het trainingskamp in Qatar vergeten. Human Rights Watch waarschuwde nog, de club leende zich voor sportwashing: ernstige mensenrechtenschendingen helpen wegpoetsen door in het land te gaan trainen alsof er niets aan de hand is.

Edwin van der Sar zei destijds dat Ajax geen politieke partij is, hij verwelkomde de oliedollars in de Ajax-kas en ging vrolijk trainen in stadions die door de armen van de wereld onder inhumane omstandigheden voor de rijkste sport worden gebouwd. De relatie tot persvrijheid kopieerde Ajax met zijn onberispelijke morele clubkompas meteen van de Qatarese machthebbers: journalisten mochten alleen nog vragen stellen over de sport, niet over andere kwesties.

Voor imagoschade heeft de club haar spelers helemaal niet nodig, de directie kan dat uitstekend alleen af. Een knie van een neef kan nooit zwaarder wegen dan honderden, mogelijk duizenden levens die de Qatarese stadions opgeëist hebben. Al helemaal niet als je de lopende uitbuiting van de nog levende arbeiders meeweegt. Als Ajax met misdadigers in Qatar kan spelen, kan het dat ook met Promes. Van mij mag hij zondag tegen ADO worden opgesteld met een strik eromheen.

Toch was het Promes die moest gaan praten met Van der Sar en Marc Overmars en niet andersom. Ik zag voor me hoe hij zich als een gestrafte vmbo’er bij de directiekamer zou melden, handen diep in de zakken, capuchon af omdat die binnen niet op mag.

De mannen in pak glimlachen vaderlijk. „Ga zitten Quincy”, zegt de een.

Hij gaat zitten, de blik op zijn gympen, gedachten bij een rap die hij aan het schrijven is. Ze vragen of hij weet waar ze hem over willen spreken, ze vragen naar het feestje, naar zijn vrienden, zijn familie, zijn gedachten, zijn toekomstplannen en dan: of hij zich realiseert wat dit voor het imago van de club betekent.

Quincy’s kin komt omhoog. Hij kijkt naar de ene directeur, naar de andere en hij zegt: „Jullie laten ons spelen over lijken van jongens van onze leeftijd, helpen dat verzwijgen en nu gaan jullie mij de morele les lezen?”

Van der Sar kijkt naar Overmars. Overmars’ mond hangt open. Promes’ voet beweegt op de maat van de beat in zijn geest.

„Wat heeft dat ermee te maken?”, zegt Van der Sar. Hij knikt naar Overmars zo van: zeg jij er ook wat van.

„Wat heeft dat ermee te maken?”, zegt Overmars.

Promes trekt zijn capuchon over zijn hoofd, staat op en zegt: „Gooi dat persberichtje er maar uit waarin je laat weten dat je me steunt.” Terwijl hij de kamer uit loopt, mompelt hij nieuwe woorden op zijn beat, een daarvan is bitches.

Carolina Trujillo is schrijfster.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.