Recensie

Recensie

Het CDA: van machtspartij naar slachtpartij

CDA De recente machtswisseling in het CDA kwam net te laat voor dit boek. Maar ze past wel in het beeld van een partij die bol staat van intriges en kuiperijen.

En weer was het de voorbije weken hommeles binnen het CDA. Met als voorlopig eindresultaat: de pas deze zomer nieuw aangetreden partijleider Hugo de Jonge eruit, Wopke Hoekstra als de nieuwe belofte erin. Die mag als lijsttrekker proberen bij de Tweede Kamerverkiezingen van 17 maart aanstaande het CDA van een zoveelste verkiezingsnederlaag af te houden. Hij mag tevens proberen het CDA terug te brengen in de niet te omzeilen middenpositie die de partij tot in de jaren negentig van de vorige eeuw decennialang bekleedde en oppermachtig maakte.

Of dit ook zal lukken? ‘De geschiedenis van het CDA is een relaas waarin aldoor niet gebeurt wat kenners, waarnemers en pundits aannamen’, luidt de openingszin in de proloog van het twee weken geleden verschenen Tand des tijds. Historicus en CDA-kenner van binnenuit Pieter Gerrit Kroeger beschrijft ruim 500 bladzijden lang de ontwikkelingen in de partij vanaf het eind van de vorige eeuw. Dat waren er nogal wat, laat hij op vaak pijnlijke wijze zien. Of, zoals hij zelf schrijft: ‘Het CDA tussen 1998 en heden vertelt een verhaal van sluipmoorden, triomfen, verraad, daadkracht, suïcides en onverwachte wederopstandingen.’

Het waren de jaren waarin het CDA, ooit niet weg te denken in het landsbestuur, verder marginaliseerde. Van de 54 zetels waarover de partij in 1986 nog beschikte waren er na de verkiezingen van 2012 slechts 13 over. Geen vanzelfsprekende macht, geen aansprekend verhaal.

Wopke-effect

Sybrand Buma, de zoveelste CDA-leider na stemmenkanon Ruud Lubbers, wist bij de laatste verkiezingen van 2017 na ruim vier jaar oppositievoeren dit schamele aantal op te krikken tot 19 zetels, maar de afgelopen jaren met het CDA opnieuw in het kabinet viel de partij in de peilingen weer terug naar het diepterecord van acht jaar geleden.

De verkiezing een half jaar geleden van Hugo de Jonge als nieuwe leider zorgde niet voor de gehoopte ommekeer. Totdat na diens verrassende terugtreden, vorige week donderdag, het afgelopen weekeinde partijgenoot en minister van Financiën Wopke Hoekstra op het schild werd gehesen. Het ‘Wopke-effect’ was direct goed voor zes zetels winst, meldde onderzoeksbureau I&O Research, waarmee de partij in elk geval weer op het aantal van de vorige verkiezingen zat. Deze jongste ontwikkelingen kwamen net te laat voor het nieuwe boek van Kroeger die eerder al, in 1998, met Jaap Stam in De rogge staat er dun bij de geschiedenis van het CDA van 1974 tot 1998 schreef. Het zou bijna reden zijn om het boek terug te halen. Kroeger bouwt zijn, ondanks alle beschreven gevechten binnen het CDA, optimistische slotconclusies op het gegeven dat De Jonge lijsttrekker wordt. Volgens Kroeger zal deze met behulp van een inmiddels ‘glasheldere koerskeuze’ van het CDA ‘zomaar de partij van Nederland van de nieuwe eeuw’ kunnen maken.

Maar de Verdi-opera ‘vol sterfscènes, afscheidsduetten, wraakkoren en heroïsche furieuze aria’s’, waarmee de dramatiek niet schuwende Kroeger de verwikkelingen binnen het CDA graag vergelijkt, kreeg dus nog een onverwachte, maar wel zo spectaculaire slotakte. Eén waarbij Hoekstra die zich in juni afmeldde als kandidaat-lijsttrekker en door Kroeger in het boek betiteld wordt als ‘verspeeld en geknakt toptalent’ als een deus ex machina achter de coulissen vandaan kwam.

Hugo de Jonge

Het is jammer dat, om bij de verdiaanse metafoor van Kroeger te blijven, hij La forza del destino (De kracht van het noodlot) niet meer in zijn boek heeft kunnen verwerken. Hij eindigt als De Jonge op de CDA-troon zit. Dit was volgens hem gebeurd in strijd met het door partijvoorzitter Ploum bedachte scenario. Die had zich dit voorjaar een strak geregisseerde leiderschapswisseling voorgesteld waarbij Hoekstra, voorzien van de warme aanbevelingen van alle overige CDA-ministers, aan het CDA-congres als enige kandidaat-lijsttrekker zou worden gepresenteerd.

Het liep anders en er kwam door het terugtrekken van Hoekstra een chaotische lijsttrekkersverkiezing onder de CDA-leden tussen minister van Volksgezondheid annex vicepremier Hugo de Jonge, Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt en staatssecretaris Mona Keijzer (Economische Zaken). De Jonge won na twee stemrondes met een zeer nipte overwinning, waardoor de verdeeldheid in de partij alleen maar verder werd geëtaleerd. Het zagen aan de poten van de stoel van De Jonge kon beginnen met als resultaat zijn terugtreden vorige week. Als coronaminister kon hij het lijsttrekkerschap er niet bij doen, luidde zijn formele verklaring.

Voor de hoofdmoot van Kroegers boek maakt de nagekomen en onverwachte plotwending niet uit. De intriges en kuiperijen waar het boek bol mee staat worden er niet anders door. De Jonge’s terugtreden is hooguit een bevestiging van de slachtpartij die de voormalige machtspartij kan zijn.

Introvert

Kroeger heeft ondanks de vele bloedspetters ook een positieve boodschap. Die is dat het CDA de afgelopen jaren terecht afscheid heeft genomen van het ‘introverte nationalisme’ zoals verwoord door Sybrand Buma. Toekomst heeft het CDA slechts als het zich als ‘nuchtere, effectieve en idealistische partij van een Europees Nederland’ weet te manifesteren. Dat het hierbij een voorbeeld kan nemen aan de politiek van de Duitse bondskanselier Merkel laat hij meerdere keren blijken.

In zijn boek stelt Kroeger zich op als verteller. Beter gezegd als oneindig verteller die naarmate het boek vordert steeds meer niet terzake doende zijpaden bewandelt. Hij wil laten zien wat hij allemaal weet, niet alleen over het CDA maar ook over andere partijen en personen. Het stapelt maar op. Als dat dan ook nog eens in bombastische zinnen wordt opgeschreven, dreigen delen van de tekst al gauw onleesbaar te worden. Hier wreekt zich dat Kroeger anders dan bij zijn vorige boek geen journalistieke co-auteur had. Ook een allesweter moet proberen maat te houden. Zelfs als het over het CDA gaat.