Opinie

Spreek niet van ‘verliezers van globalisering’

Samenleving Nederlanders zijn positiever over globalisering dan sommige politici denken, betogen en . Het debat over globalisering moet dan ook anders gevoerd.
Foto Getty Images

Globalisering – dat wil zeggen: open grenzen en toenemende internationale concurrentie en samenwerking – geldt als belangrijke oorzaak van maatschappelijk onbehagen en bron van massale gevoelens van onmacht en onzekerheid. „We hebben het al een hele tijd over de uitwassen van globalisering”, merkte minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Sigrid Kaag deze maand op in de Tweede Kamer. Populisme wordt dan aangevoerd als bewijs van de groeiende weerstand ertegen. Of de coronapandemie, met de gebleken nadelen van lange productieketens en afhankelijkheid van essentiële medische middelen uit verre landen.

Voor deze ideeën is echter weinig bewijs te vinden. Een stelling als ‘Mensen zoals ik ondervinden vooral nadelen van het verdwijnen van de grenzen en het meer open worden van onze economie’ krijgt in meer dan vijftig bevolkingsenquêtes van het Continu Onderzoek Burgerperspectieven van het Sociaal en Cultureel Planbureau sinds 2008 slechts van een kleine minderheid steun. In de eerste coronagolf, in april, was de steun (13 procent) nog geringer dan drie maanden eerder (19 procent). Vergelijken we Nederland met de rest van de Europese Unie, dan blijkt de stemming over vrijhandel en globaliseringskwesties als vluchtelingen, Europese integratie en multiculturele samenleving over de hele linie ook tamelijk positief.

In de maandag verschenen publicatie Dealen met de grote wereld. Globalisering in de publieke opinie en op het werk van het SCP zijn we nagegaan hoe verschillend globalisering in Nederland wordt ervaren en gewaardeerd.

Zoals bij veel maatschappelijke kwesties zien we grote verschillen tussen hogeropgeleiden en lageropgeleiden. De eersten zijn over de hele linie positiever gestemd. Vaak zien ze zichzelf en de eigen groep als winnaars van de globalisering en lageropgeleiden als verliezers. Opvallend is dat de lageropgeleiden zichzelf niet vaak als verliezers zien. Ze houden zich wat de eigen voor- en nadelen van globalisering betreft eerder wat op de vlakte.

Gepolariseerd publiek debat

Naast enquête-onderzoek van de publieke opinie deden we ook onderzoek met groepsgesprekken met ‘gewone werkende mensen’, in de kantines van sterk geïnternationaliseerde bedrijven. Opvallend daar is dat als je mensen losweekt uit het politieke debat, ze heel genuanceerd over globaliseringskwesties spreken. De harde botsingen bekend uit (sociale) media verdwenen meestal snel naar de achtergrond: mensen kunnen heel goed samenwerken ondanks meningsverschillen.

Dat ‘hun’ bedrijf internationaal opereert waarderen de werkenden, het is iets om trots op te zijn en het hoort een beetje bij het Nederlanderschap. Dat mensen migreren op zoek naar een beter leven, vinden ze ook begrijpelijk. En natuurlijk houden ze zelf van reizen en – zij het met schuldgevoel –van de voordeeltjes van kopen op internet. Maar hun gevoel van gemeenschap op het werk neemt af, door de vele talen die er gesproken worden, en de afnemende veiligheid en gezelligheid die daarmee samenhangen. En door het gebrek aan inspraak dat ze hebben op de kant die ‘hun’ bedrijf op gaat. Maar dat is een kwestie van keuzes, redeneren ze, niet iets dat hen overkomt omdat de grenzen open zijn maar omdat de politiek het zo wil. Globalisering is niet meer dan een opstapje om over gebrek aan respect te spreken.

Hoe zit het dan wel? Er is samenhang tussen onvrede over globalisering en sterk pessimisme over hoe het met ons land gaat. Wie pessimistisch is, is vaker negatief over globalisering en die samenhang zien we terug als we naar bevolkingsgroepen kijken. Vmbo’ers zijn pessimistischer over de samenleving en sceptischer over de globalisering dan academici. De kiezers van PVV en Forum voor Democratie zijn uitzonderlijk pessimistisch en sceptisch en ver verwijderd van de over het land en de globalisering positief gestemde kiezers van D66, VVD, PvdA en GroenLinks. Het verband kan op meerdere manieren worden veroorzaakt, maar opvallend is dat waardering van de Haagse politiek een verbindende schakel lijkt te zijn. Zowel in toelichtingen in onze bevolkingsenquêtes als in de groepsgesprekken is de politiek vaak de schuldige. Niets tegen arbeidsmigranten, vluchtelingen, de EU of ontwikkelingssamenwerking – als de politiek zorgt dat ook buitenlanders volgens onze arbeidsvoorwaarden werken, statushouders op hun beurt wachten bij huisvesting, onze belangen niet worden verkwanseld in Brussel en we eerst onze eigen oudjes helpen voor we de Afrikanen of Grieken helpen.

Lees ook dit essay van Bas Heijne: Angst en haat zijn ook comfortabel

Goed luisteren naar mensen

Globaliseringskwesties lenen zich voor het illustreren van onrechtvaardigheden en een falende overheid. Zo worden ze politiek ook effectief gebruikt en ontwikkelt zich een combinatie van politieke onvrede en nationalisme tot ‘populistische’ tegenpool van de ‘kosmopolieten’ in de gevestigde politiek.

Tegenover die tegenstelling waarin globalisering vooral opduikt aan de hand van grote onderwerpen in politiek en media, staat dus de genoemde beleving van globalisering op de werkvloer. Daar worden harde tegenstellingen tussen autochtonen en migranten vaak ondergeschikt gemaakt aan ergernis over gebrek aan veiligheid, sfeer, inkomen of zeggenschap. Het suggereert dat de polarisering rond onbehagen over globalisering eerder het gevolg is van hoe het publieke debat verloopt, dan van samenhangende globaliseringsergernissen. Er zijn uiteenlopende problemen en die moeten aangepakt, maar spreken over ‘verliezers van globalisering’ helpt niet en heeft iets neerbuigends, want zo zien mensen zichzelf niet.

Lees ook dit interview met socioloog Gabriël van den Brink: ‘Niet alles in het leven moet in het licht staan van winnen’

Wat aan onbehagen leeft, kan beter aan de orde gesteld op basis van wat mensen zelf als gebreken aan saamhorigheid en maatschappelijke erkenning zien. Denk voor werkenden bijvoorbeeld aan het vervangen van de huidige maatschappelijke nadruk op diploma’s en doorleren door waardering voor gewoon werk, zoals critici van de ‘meritocratie’ regelmatig suggereren. Zoals bewoners van gemengde wijken ook andere ergernissen hebben dan ‘globalisering’. Dat label adresseert de problemen niet of op zijn best maar half.

Politici moeten proberen het ‘left-behind’ gevoel te beperken, zónder antiglobaliseringsgevoelens te versterken, want anders wordt de aanpak van grote internationale vraagstukken in de komende jaren (pandemiebestrijding, klimaatbeleid, regulering migratie) uitzichtloos.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.