PBL waarschuwt tegen snelle stop subsidie van houtstook

Energietransitie Inzet van houtige biomassa leidt tot veel kritiek in politiek en maatschappij. Maar we hebben nog geen goede alternatieven, zegt het PBL.

Houtafval wordt in Moerdijk in een schip geladen voor transport naar een biomassacentrale.
Houtafval wordt in Moerdijk in een schip geladen voor transport naar een biomassacentrale. Foto Flip Franssen

De aanleg van duurzame warmtenetten wordt ernstig verstoord als de subsidie op houtige biomassa vóór 2030 wordt gestaakt. Het ontbreekt aan voldoende alternatieven om huizen tegen een redelijke prijs te verduurzamen. Daardoor speelt gebruik van hout(afval) voor stadsverwarming de komende tien jaar nog een belangrijke rol.

Dat stelt kabinetsadviseur Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) deze vrijdag in een advies voor ‘uitfasering’ van houtige biomassa.

Het advies komt op het moment dat het gebruik van houtige biomassa steeds meer kritiek krijgt. Dat hout (zoals resthout en pellets) wordt vooral gebruikt om stroom op te wekken of woonwijken van warmte te voorzien. De vier coalitiepartijen zijn sinds de zomer voor snelle beëindiging van de subsidie. Daarmee volgen ze de lijn van de Sociaal-Economische Raad die in juli pleitte voor snelle afbouw van deze biomassasubsidies. De SER noemde daarvoor geen concrete datum.

Vreemd, slecht, onverstandig

Ook klimaatminister Eric Wiebes (VVD) toonde zich eerder kritisch. Hij noemde gebruik van hout voor verwarming „maatschappelijk vreemd, thermodynamisch slecht en qua luchtkwaliteit onverstandig”. Tegelijkertijd stelde hij dat stoppen met houtige biomassa de energietransitie niet mag belemmeren. De bewindsman vroeg daarom het PBL om dit advies dat hij vrijdag naar de Tweede Kamer stuurde.

Het Planbureau was eerder al kritisch over de voortgang van de energietransitie in de zogeheten gebouwde omgeving, omdat veel wijkprojecten niet concreet genoeg zouden zijn. Het klimaatakkoord kent als streven dat in 2030 1,5 miljoen huizen aardgasvrij zijn.

Als alternatief voor aardgas krijgen warmtenetten een belangrijke rol in de transitie toebedeeld. Op termijn kunnen die netten hun warmte krijgen van bijvoorbeeld geothermie (aardwarmte) of industriële restwarmte. De komende tien jaar zijn daar de technische en financiële uitdagingen nog groot. Daarom blijft tot 2030 volgens het PBL de afhankelijkheid van houtige biomassa groot.

Een ander alternatief is elektrisch verwarmen van huizen, via een warmtepomp. Dat is pas op grote schaal een reële mogelijkheid als huizen beter zijn geïsoleerd en het stroomnet voldoende verzwaard wordt. Volgens het PBL zou je de subsidie voor houtige biomassa alleen vóór 2030 moeten staken, als er duidelijkheid is over de mogelijke ‘opschaling’ van alternatieven.

Reststromen

Het gebruik van hout leidt tot veel kritiek in de maatschappij. Het PBL benadrukt dat inzet van hout bij warmtenetten beperkt is en „vooral reststromen betreft”. In totaal wordt een vijfde van de Nederlandse houtstook gebruikt voor warmtenetten; dat hout bestaat voor 80 procent uit Nederlands resthout.

Het kabinet had al eerder besloten geen nieuwe subsidie te verstrekken voor meestoken van hout in kolencentrales. Daar is inzet van hout op dit moment grootschaliger dan voor warmtenetten. Maar, constateert het PBL, gebruik van vers hout in particuliere haarden en kachels heeft een vergelijkbare omvang als de bijstook in kolencentrales.