Papa overleed aan de piekerziekte

Zap ‘Waarom bleef je niet voor mij?’ is het verdrietigste programma van het jaar. Interviews met kinderen van wie de vader een eind aan zijn leven maakte toen zij nog op de basisschool zaten.
Rebekka in 'Waarom bleef je niet voor mij?'. Beeld Human
Rebekka in 'Waarom bleef je niet voor mij?'. Beeld Human

In de lange aanloop naar het einde van het coronajaar vertoont de televisie een hang naar troost. M begon al met een rubriek ‘lichtpuntjes van 2020’, die leidde tot onder meer terechte aanprijzingen van de documentaireserie Klassen en de podcast De plantage van onze voorouders van radiomaker Maartje Duin.

Omroep Max bracht donderdag het liveprogramma Aandacht voor elkaar, waarin met luisterlijnen, bekende Nederlanders en muziek werd geprobeerd om eenzame landgenoten een hart onder de riem te steken. Eloise van Oranje pleitte voor vriendelijkheid op straat, André van Duin suggereerde om af en toe wat te lachen en Hedy d’Ancona riep op tot het sturen van een kaartje, „het liefst geschreven met een echte pen”. Lee Towers zong You’ll never walk alone.

Maar alle troost werd tegen half twaalf weggespoeld door het verdrietigste programma van het jaar. Dat ik, als ik had opgelet, twee maanden geleden al had kunnen zien. Toen werd de korte documentaire Waarom bleef je niet voor mij? (Human) voor het eerst uitgezonden. Regisseur Milou Gevers (1991), die zelf haar moeder door zelfmoord verloor, interviewt in haar eindexamenfilm vier lotgenoten: kinderen van wie de vader een eind aan zijn leven maakte toen zij nog op de basisschool zaten. Nu zijn ze tussen de 10 en 13 jaar jong.

„Ik ga jullie de vragen stellen die niemand ons durft te stellen”, zegt Gevers aan het begin van de film. Zo wil ze weten hoe het precies is gebeurd. „Hij heeft zich opgehangen zoals bij galgje, dat spelletje”, vertelt de 12-jarige Rebekka. „Dat vond ik heel raar om te horen, want ik dacht: dat is gewoon een heel leuk spelletje.” Andere kinderen, zoals de twaalfjarige Hessel, weten akelig precies hoe het is gegaan, met ook de praktische problemen die hun vader heeft moeten oplossen om te kunnen doodgaan.

Sommigen zijn boos om de keuze van hun vader. Hessel verwijt hem dat hij geen hulp heeft gezocht. Stef (13) geeft uitleg in algemene bewoordingen: „Dat kind wil ook gewoon een leuk leven hebben. Dat moet je niet voor hem verpesten.” Maar juist hij zegt ook dat zijn vader zo’n groot voorbeeld voor hem is.

De korte, heldere zinnen van de kinderen dalen als harde klappen op de kijker neer. Het bijzondere is dat hun verhalen nog niet af zijn; ze kunnen nog niet overzien welke plaats de ramp uiteindelijk in hun levensverhaal zal innemen.

Annabel (10) weet dat haar vader aan „de piekerziekte” leed. „Dan kun je niet meer nadenken en dan word je heel moe en op een gegeven moment wil je niet meer ademen en als je niet meer ademt dan leef je niet meer.” Soms denkt ze: „Is dit nou een beginnetje van de piekerziekte of is het gewoon een pieker?”

Af en toe vallen de kinderen even stil, soms vegen ze iets uit hun oog. Tussen de gesprekken door zien we fragmenten uit hun dagelijks leven: de een bokst, de ander gaat vissen. Rebekka wordt op de bank in de woonkamer toegedekt. „Ik zal iets saais opzetten om je snel in slaap te laten vallen, zoals Nieuwsuur”, zegt haar moeder. Het meisje slaapt liever niet alleen uit vrees dat haar moeder iets overkomt – een angst waar ook de andere kinderen door worden geplaagd.

Op een ander moment zegt Rebekka: „Ik huil niet zo vaak eigenlijk, want ik wil niet dat mama huilt.” Ze lijkt een beetje op haar vader, vermoedt ze: „Ik kan goed doen of ik blij ben als ik dat eigenlijk niet ben, aan de binnenkant.”

Aan de woorden van deze onvergetelijke kinderen valt verder, denk ik, niet zo veel toe te voegen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.