Om het drinken te stoppen is meer nodig dan een slogan

Publiekscampagnes De nieuwe overheidscampagne ‘dranquilo’ spoort mensen aan om rustiger aan te doen met alcohol. Is dat nodig? En heeft het zin? „Mensen gaan erover praten, dat is een begin.”

Dranquilo. Het is geen nieuwe tequila-mix, geen Spaanse zomerhit, maar de nieuwe overheidscampagne voor verantwoord alcoholgebruik. Wie ‘dranquilo’ doet, drinkt tranquilo – rustig aan. Filmpjes tonen onder anderen een voetballer, een studente en plattelandsjongeren die ervoor kiezen tijdelijk niet te drinken. Zulke voorbeelden zouden het makkelijker moeten maken om vaker ‘nee’ te zeggen tegen drank. Hoeveel of hoelang er geminderd worden, daarin is iedereen vrij. „Een rondje, de hele avond, een maand of misschien nog wel langer. Zeggen dat je geen alcohol drinkt was nog nooit zo makkelijk”, staat er op de campagnewebsite. Maar hoe effectief zijn publieke campagnes over alcohol? Wat weten we over de wetenschap erachter? Vijf vragen.

1 Wanneer is alcoholgebruik zorgelijk?

De Gezondheidsraad gaf in 2006 nog het advies dat vrouwen maximaal één glas alcoholhoudende drank per dag mochten drinken en mannen maximaal twee glazen per dag. In 2015 werd dat op basis van nieuwe wetenschappelijke inzichten aangescherpt tot ‘drink geen alcohol of in ieder geval niet meer dan één glas per dag’. Want hoewel vroeger werd gedacht dat alleen overmatig alcoholgebruik tot problemen leidt (verhoogd risico op hart- en vaatziekten en levercirrose en daardoor vroegtijdig overlijden), is nu bekend dat ook gematigd drankgebruik een hoger risico op beroertes en kanker met zich meebrengt. En dat staat dan nog los van maatschappelijke kosten als verkeersongevallen en lagere arbeidsproductiviteit.

Uit onderzoek blijkt dat van de volwassen Nederlanders 41 procent zegt geen alcohol te drinken of hooguit één glas per dag. De meerderheid voldoet dus niet aan de richtlijn van de Gezondheidsraad. Vooral jongvolwassenen (20-25 jaar), 55-plussers en hoogopgeleiden drinken vaak te veel. In 2017 dronk 9,2 procent van de Nederlandse volwassenen problematisch (mannen meer dan 21 glazen per week, vrouwen meer dan 14), in 2019 was dat 8,5 procent. Dat zou in 2040 minder dan 5 procent moeten zijn, volgens het preventieakkoord dat staatssecretaris Paul Blokhuis (Volksgezondheid, ChristenUnie) eind 2018 presenteerde. Daarin staat waar Nederland naartoe moet als het gaat om roken, overgewicht en alcoholgebruik.

2 Welke manieren zijn er om alcoholgebruik in te dammen?

Nederland kende al regels voor de minimumleeftijd waarop jongeren alcohol mogen kopen en drinken. In het preventieakkoord heeft het kabinet nieuwe afspraken gemaakt, maar die gaan vooral over voorlichting, onderzoek en naleving van bestaande regels. Die afspraken zijn door het RIVM onder de loep genomen in een rapport. Daarin staat een interventieladder met acht treden, om te laten zien hoe effectief bepaalde maatregelen zijn. Onderaan staat: niets doen, of de situatie in de gaten houden. Dat levert (uiteraard) niets op. Keuzes elimineren – ervoor zorgen dat mensen niet aan alcohol kunnen komen – heeft het meeste effect. Informeren en onderwijzen staat maar één trede boven nietsdoen. Effectiever is het om de accijns op alcohol te verhogen of verkooppunten van alcohol te beperken. De conclusie van het RIVM was dat de doelen met de voorgestelde maatregelen niet gehaald worden. De daling zal waarschijnlijk boven de 8 procent blijven steken.

Uit diverse buitenlandse onderzoeken blijkt dat campagnes op zichzelf niet leiden tot een lagere alcoholconsumptie. De Wereldgezondheidsorganisatie ziet voor de bestrijding van „schadelijk” alcoholgebruik drie bewezen interventies. Prijsverhoging, beperking van beschikbaarheid en beperking van reclame en sponsoring. Ook het aanpakken van alcohol in het verkeer en betere toegang tot behandelingen worden genoemd. Publiekscampagnes staan niet in het lijstje.

Naast het ontmoedigen van ongewenst gedrag kan er ook voor worden gekozen om gewenst gedrag aan te moedigen, zegt Bas van den Putte, hoogleraar gezondheidscommunicatie aan de Universiteit van Amsterdam. „Zo’n duwtje in de goede richting kan vrijwel ongemerkt verlopen, bijvoorbeeld door alcoholvrije dranken in de supermarkt prominent neer te zetten. In dat geval spreken we van nudgen – een subtiele aanmoediging die positief gedrag makkelijker maakt.”

Still uit de Dranquilo-campagne.

3 Waarom dan toch een campagne?

„Al heeft een campagne niet zoveel effect als bijvoorbeeld accijnsverhoging, dat betekent niet dat het zinloos is”, zegt Van den Putte. „Wat je ermee bereikt is het vergroten van kennis en bewustzijn. Heel veel mensen weten bijvoorbeeld niet dat je van alcohol dementie kunt krijgen.”

De dranquilo-campagne zal daar op zichzelf weinig verandering in brengen, want in de spotjes van 10 seconden wordt nagenoeg geen inhoudelijke kennis gedeeld. „Alleen het spotje met de voetballer – die zegt dat hij een hattrick kon maken omdat hij dranquilo was – is enigszins informatief: een avond niet zuipen verbetert je sportieve prestaties. Desalniettemin kunnen de spotjes wel de aandacht voor het onderwerp vergroten.”

Ninette van Hasselt, hoofd van het Expertisecentrum Alcohol van het Trimbos-instituut, vult aan: „We zien inderdaad dat mensen nog te weinig weten op welke manieren alcohol je gezondheid kan schaden. Door deze campagne komt alcoholgebruik in ieder geval op de agenda: mensen gaan erover praten, en dat is een begin.” Op zichzelf, als losse maatregel, is een campagne weggegooid geld, zegt ze. Gedrag is zo complex, dat laat zich niet een-twee-drie wijzigen. „Maar als die campagne onderdeel is van een strategie, en tegelijkertijd andere bewezen effectieve maatregelen worden doorgevoerd dan kan het helpen.”

Vervolgstappen lijken er wel te komen, zegt Van den Putte. „In januari gaat een andere campagne van start, Ik Pas, waaraan onder andere alle 26 GGD’s meedoen. Dranquilo lijkt daarop voor te sorteren. Tot we weten wat de volgende stappen zijn is het te vroeg om conclusies te trekken over de effectiviteit van deze campagne.”

4 Kan een campagne ook averechts werken?

In theorie kan een campagne onbedoeld ook de verkeerde boodschap uitstralen. Wim van Dalen, de directeur van het Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid, STAP, is uit de werkgroep voor de nieuwe campagne gestapt toen de keuze voor ‘dranquilo’ werd gemaakt. Hij vindt het kwalijke aan deze campagne dat de niet-drinker nog steeds (net als bij Bob) als de uitzondering wordt gezien – zo blijft drinken de norm. Ook het aanprijzen van alcoholvrij bier als alternatief voor alcohol keurt hij af: door alcoholvrij bier overal te promoten worden indirect toch de merken van de brouwers gepromoot. Bovendien kan alcoholvrij bier voor niet-drinkers (kinderen) het opstapje zijn naar alcoholische dranken. Effectiever is volgens Van Dalen een campagne die de relatie tussen alcohol en gezondheid benadrukt. „Dat levert ook een groter draagvlak op voor effectieve maatregelen.”

Van den Putte is optimistischer gestemd: „De dranquilo-spotjes geven inderdaad geen inhoudelijke argumenten om minder te drinken. Maar het kan mensen die niet drinken wel helpen hun keuze te verantwoorden, en ze zo weerbaarder maken tegen sociale druk.” Het woordje ‘dranquilo’ helpt, zo is het idee, om zonder al te veel omhaal duidelijk te maken dat je even niet drinkt.

Still uit de Dranquilo-campagne.

5 Welk effect hadden eerdere campagnes?

Geniet maar drink met mate, Bob jij of Bob ik… De afgelopen decennia zijn er meerdere campagnes gelanceerd, elk met hun eigen doel en insteek.

Het SWOV (het nationaal wetenschappelijk onderzoeksinstituut voor verkeersveiligheid) schrijft dat de Bob-campagne „zeer waarschijnlijk” heeft bijgedragen aan een vermindering van het alcoholgebruik bij automobilisten: „Maar omdat in dezelfde periode ook het politietoezicht op alcoholgebruik toenam is niet te zeggen in welke mate de campagne precies heeft bijgedragen.” De Bob-campagne, oorspronkelijk bedacht in België, ging in Nederland van start in 2001 en wordt sindsdien eens in de paar jaar opgefrist.

De slogan ‘Geniet maar drink met mate’ komt uit de koker van de Stichting Verantwoorde Alcoholconsumptie, waarin Nederlandse producenten en importeurs van bier, wijn en gedistilleerde drank samenwerken. Van den Putte: „De drankindustrie wil ook dat mensen geen gezondheidsschade oplopen door het drinken, niet zonder eigenbelang – ze hopen zo ook reclameverboden te voorkomen. Maar de slogan gaat tegen de boodschap van de Gezondheidsraad in: dat alcohol ongezond is.” Ook in de werkgroep waarin dranquilo werd bedacht zat de industrie aan tafel.

Van Dalen was betrokken bij de campagne ‘Drank maakt meer kapot dan je lief is’, eind jaren negentig. „Daar hebben we veel van geleerd: het accent op jongeren leggen is nauwelijks effectief.” Die slogan is blijven hangen, maar de campagne had volgens hem nauwelijks effect op het drankgebruik van de jongeren.

Wat wel hielp, zegt Van Dalen, is dat begin deze eeuw steeds luider aan de bel getrokken werd. Niet alleen door STAP, onderzoekers en artsen als Nico van der Lely die veel jonge comazuipers zag, maar bijvoorbeeld ook door burgemeesters, politie en scholen die het de spuigaten uit zagen lopen. Waarschijnlijk bereikte die boodschap meer volwassenen dan kinderen, maar sinds begin deze eeuw is het alcoholgebruik van jongeren zichtbaar afgenomen. In 2003 had 84 procent van de twaalf- tot zestienjarigen ooit weleens gedronken, in 2013 was dat 46 procent. „De kennis over de schadelijke effecten van alcohol bij jongeren creëerde deels ook het draagvlak om in 2014 de leeftijdsgrens voor de verkoop van alcohol te verhogen.”