Opinie

Nieuwe regels voor Big Tech zijn zeer welkom, maar moeten steviger

Europese Commissie

Commentaar

Eigenlijk zegt het jaartal waarin de hoofdmoot van de huidige Europese internetregelgeving werd geformuleerd genoeg: 1998. Google was nog een clubje gesjeesde studenten van Stanford University, Amazon was een boekenwinkelstartup van nog geen vier jaar oud. Mark Zuckerberg zat nog op de middelbare school en Jack Ma zou pas een jaar later Alibaba beginnen. In de tussenliggende jaren zijn deze bedrijven uitgegroeid tot de meest waardevolle conglomeraten die ooit hebben bestaan, met miljarden gebruikers en marktaandelen die, in het geval van Google, oplopen tot boven de 90 procent. De pandemie heeft hun machtspositie verder vergroot.

Naast het bewonderenswaardige ondernemerssucces en de waardevolle uitvindingen die ze hebben gedaan, hebben deze bedrijven intussen ook flink wat problemen veroorzaakt. Hun monopoliemacht zuigt de zuurstof voor concurrentie uit de digitale economie, hun verdienmodel draagt bij aan polarisering, ze verergeren economische ongelijkheid en hun platforms worden misbruikt voor haatzaaierij en grootschalige manipulatiecampagnes.

Dat is nogal een opsomming en het is geen moment te vroeg dat de Europese Commissie met een update van de internetregels komt. De Commissie presenteerde dinsdag de Digital Services Act (DSA) en de Digital Markets Act (DMA). Die zullen in 2021 aan het Europees Parlement en de lidstaten worden voorgelegd. Ze kunnen worden gezien als een uitbreiding van de Europese privacyregels (AVG) uit 2018.

Het is een uitgebreid pakket, dat onder meer voorziet in boetes tot 10 procent van de jaaromzet. Het schept ruimere mogelijkheden om techbedrijven op te breken. Illegale inhoud en producten worden strenger aangepakt, gebruikers krijgen meer mogelijkheden om te bepalen wat er met hun dataprofielen gebeurt. De werking van belangrijke algoritmes, die bepalen welke informatie iemand te zien krijgt, moet transparanter worden gemaakt.

Het zijn belangrijke stappen. Maar ook áls dit pakket goedgekeurd wordt door de lidstaten (waaronder Ierland en Luxemburg die fors van de hoofdkantoren van Big Tech profiteren) en het Europees Parlement, blijven er grote problemen bestaan. Het verdienmodel van datareuzen, die grote hoeveelheden persoonlijke informatie verzamelen om vervolgens advertenties en content op maat aan te bieden, blijft intact.

Dit verdient nadere discussie in het Europees Parlement en in de Europese Raad van regeringsleiders. Veel van de problemen die de DSA en DMA willen oplossen, komen voort uit dit verdienmodel. Desinformatie raakt makkelijker verspreid in polariserende informatiebubbels waar algoritmes emoties versterken en ophef uitventen om de aandacht vast te houden. Techplatforms hebben baat bij steeds fijnmaziger gesegmenteerde doelgroepen, en vergroten daarbij ook ideologische verschillen tussen mensen. Dit zogeheten ‘surveillancekapitalisme’ brengt daarnaast dusdanige schaalvoordelen met zich mee dat bedrijven monopolisten worden.

Het Parlement stemde eerder dit jaar in meerderheid voor het sterker aan banden leggen of zelfs helemaal verbieden van behavioral ads, met privédata op maat gemaakte advertenties. Zover wil de Commissie, na een interne richtingenstrijd, blijkbaar niet gaan.

Maar nu er – terecht – zoveel werk gemaakt wordt van de bestrijding van de symptomen van dit verdienmodel, moet ook nadrukkelijker aan de slag gegaan worden met het aanpakken van de onderliggende kwaal. Dit pakket moet tenslotte nog jaren mee.