Reportage

In Vilnius is het een komen en gaan van Wit-Russische dissidenten

Litouwen Sinds de opstand in Wit-Rusland afgelopen zomer begon, geldt Litouwen als hét toevluchtsoord voor de Wit-Russische oppositie.

Svetlana Tichanovskaja (links) en activiste en protestleider Maria Kolesnikova tijdens een bijeenkomst in Minsk in juli. Kolesnikova werd in september gearresteerd.
Svetlana Tichanovskaja (links) en activiste en protestleider Maria Kolesnikova tijdens een bijeenkomst in Minsk in juli. Kolesnikova werd in september gearresteerd. Foto Tatyana Zenkovich/EPA

Aan de rand van het oude stadscentrum van Vilnius staan drie moderne glazen torens. In de hoogste zijn op de begane grond een Litouwse bank en een hip restaurant gevestigd. Maar wie de lift neemt naar bovenste etages waant zich heel even in Wit-Rusland. Daar zitten een stuk of vijftien jonge Wit-Russen achter laptops. Tussen flip-overs en zitzakken hangen foto’s van demonstraties, campagneposters en wit-rode oppositievlaggen aan de muur.

Op één bureau in een hoek staan plantjes en foto’s. Vanaf een plakkaat glimlacht het gezicht van de Wit-Russische oppositieleider Svetlana Tichanovskaja bezoekers tegemoet. Dit is haar bureau, de plek vanwaar zij sinds haar vlucht uit Minsk campagne voert tegen de Wit-Russische president Aleksandr Loekasjenko.

Sinds de opstand in Wit-Rusland geldt het kleine Vilnius als hét toevluchtsoord voor de Wit-Russische oppositie. Hier krijgen politieke vluchtelingen een warm onthaal. De 38-jarige Tichanovskaja is een van hen.

„Ik kende hier niemand toen ik aankwam. De eerste week heb ik me van alles afgesloten en wist ik niet hoe ik verder moest”, vertelt Tichanovskaja in een apart kamertje. De glazen wand biedt een indrukwekkend uitzicht over de Litouwse hoofdstad: het centrum met zijn middeleeuwse straatjes, kerken en de beroemde Gediminas-heuvel. Ertussen stroomt de Neris, die ontspringt bij de Wit-Russische hoofdstad Minsk, nog geen tweehonderd kilometer oostelijker. „Algauw kwamen mensen naar me toe en er vormde zich als vanzelf een team”.

Dat team bestaat uit tientallen gevluchte Wit-Russen en huist nu in dit riante kantoor, aangeboden door een lokale zakenman. Hier werken zij aan hun politieke strategieën en campagnes op sociale media. In een studio nemen ze de videoboodschappen op waarmee Tichanovskaja haar landgenoten moreel ondersteunt. Terug kan ze niet meer: in oktober zette het regime haar op de nationale opsporingslijst.

Mensen worden mishandeld en gemarteld en jullie staan er naar te kijken

Svetlana Tichanovskaja oppositieleider

Ruim drie maanden na haar vlucht voelt de ‘Wit-Russische Jeanne d’Arc’ zich thuis in de Baltische stad. Al maakt ze zich grote zorgen over haar man. Blogger en oppositie-activist en presidentskandidaat Sergej Tichanovski werd in mei opgepakt, samen met andere uitdagers van het regime. Na zijn arrestatie besloot Tichanovskaja, een politiek onervaren lerares Engels, zich „in een opwelling” te kandideren voor de verkiezingen van augustus. Ze won overtuigend, maar Loekasjenko liet zich niet verjagen.

In de zes maanden dat haar man in eenzame opsluiting zit, mocht ze hem één keer spreken. Voor de kinderen is het moeilijk. Haar zoon van tien volgt het nieuws via sociale media, vertelt ze. „Maar mijn dochter van vijf denkt dat haar vader op zakenreis is en dat wij niet naar Minsk kunnen vanwege het coronavirus.”

‘Brussel, wees luider!’

Ze is de Litouwers dankbaar voor hun hulp, maar is gefrustreerd over de reactie van Brussel op de gebeurtenissen in haar land. „Ik ben Europese landen natuurlijk dankbaar dat zij aan de kant van het volk zijn gaan staan en Loekasjenko niet als winnaar hebben erkend”, zegt ze met een diepe zucht. De kantoorhond, een Yorkshire terriër in een blauw vestje, scharrelt over de vloerbedekking. „Maar het gaat allemaal zo langzaam. Voor elke beslissing moet iedereen bij elkaar komen, eindeloos worden vergaderd.”

De EU kwam weliswaar met vermaningen, resoluties en steunbetuigingen – deze week ontving de Wit-Russische oppositie de prestigieuze Sacharovprijs van het Europees parlement. Maar harde maatregelen bleven lange tijd uit. Toen er in oktober eindelijk een sanctielijst kwam, krabden veel Wit-Russen zich achter de oren, vertelt Tichanovskaja. „Die was zo kort! En de tweede lijst was maar ietsjes langer. Mensen worden geslagen, mishandeld, gemarteld en jullie staan er naar te kijken. Wees sneller, wees luider!”

Met die boodschap reist de oppositieleider door Europa. Onlangs sprak ze in Den Haag met premier Rutte over de situatie. „Het hoéft niet eens in EU-verband. Een sanctielijst, een boycot, maatregelen kun je ook op nationaal niveau instellen. Dat heb ik jullie premier ook gevraagd.”

In het pand is het een komen en gaan van dissidenten. Veel gevluchte Wit-Russische sporters die op de bovenste etage solidariteitsacties organiseren, maar ook de operazangeres Margarita Levtsjoek komt er graag. De dertigjarige sopraan is een ster in eigen land en net als veel bekende Wit-Russen kwam ze dit jaar voor de keus te staan: vasthouden aan een positie binnen het systeem, of haar stem laten horen.

Ze koos voor het laatste. Uit protest tegen het regime zei ze haar zangcarrière aan het Bolshoj Teater van Minsk op en sloot zich aan bij de oppositie. „Bij ons is het als in de Sovjet-Unie: mensen met een mening worden niet gewaardeerd”, vertelt ze telefonisch vanuit haar woning in Vilnius, die ze vanwege een corona-infectie niet kan verlaten. „Het bestuur van het theater maakte mij het leven onmogelijk. Toen heb ik gezegd dat ik pas terug wilde komen wanneer Loekasjenko is opgestapt”.

De beslissing had grote consequenties. Van de stress verloor Levtsjoek haar zangstem, die ze pas weer terug kreeg door tijdens de demonstraties protestliederen te zingen. „Toen de politie bij mijn ouders aan de deur kwam, was ik toevallig hier in Vilnius voor optredens.” Nu kan ze niet meer terug. „Zodra ik de grens oversteek, beland ik in de gevangenis.”

Lees ook ‘De soundtrack van een Wit-Russische protestzomer

Dertig kilometer van de grens

Niet ver van het oppositiebolwerk houdt Linas Linkevicius kantoor aan het centrale Lukiskeplein. De Litouwse minister van Buitenlandse Zaken bewondert Wit-Russen als Levtsjoek om hun moed en doorzettingsvermogen. In oktober maakten verkiezingen een einde aan zijn achtjarige ministerschap, en dus is hij op deze novemberdag bezig zijn werk af te ronden.

Als minister en voormalig ambassadeur in Wit-Rusland kent Linkevicius het buurland goed. Begin dit jaar was hij nog in Minsk en putte uit dat bezoek zelfs hoop op meer samenwerking met de regering. „Maar de verkiezingen bleken een test. In ruil voor de macht bleek Loekasjenko bereid alles op te geven”, zegt hij somber vanachter zijn donkerblauwe mondkapje. Toen het regime oppositieleiders en demonstranten begon te vervolgen, aarzelde hij geen moment en zette de deur wagenwijd open voor Wit-Russen. Hij was het die in augustus Tichanovskaja’s vlucht op Twitter bekend maakte.

„We zitten hier dertig kilometer van de grens, drie uur rijden van Minsk. Die nabijheid is een belangrijke factor in de vriendschap tussen onze volkeren. Maar ook de gedeelde historie en de opstand van 1863 spelen een belangrijke rol.” Hij doelt op de januari-opstand van 1863, toen een groep revolutionairen in Vilnius in opstand kwam tegen de Russische overheersing. Die had een eind gemaakt aan het Pools-Litouwse Gemenebest, waar ook een deel van het huidige Wit-Rusland toe behoorde.

Onder de revolutionairen was de jonge Wit-Russische schrijver, journalist en advocaat Konstanty Kalinovski (Litouws: Kalinauskas). Hij werd opgepakt door de troepen van de tsaar en geëxecuteerd op het plein voor de deur van het ministerie. Pas in 2017 werden zijn beenderen teruggevonden op de Gediminas-heuvel. Vorig jaar werden Kalinovski en zijn medestanders geëerd met een staatsbegrafenis. De bijeenkomst staat de minister nog levendig voor de geest. „Er waren honderden Wit-Russen op af gekomen. De officiële delegatie uit Minsk stuitte hier op een zee van rood-witte vlaggen, precies die vlaggen die daar niet welkom zijn. Het was echt een mobiliserende gebeurtenis.”

Ook Linkevicius, die Tichanovskaja op enkele van haar Europese reizen vergezelde, is teleurgesteld over de afwachtende houding van de EU. Er werd weliswaar een derde sanctiepakket aangekondigd in Brussel, maar dat is volgens hem nog lang niet genoeg. „We moeten het leiderschap geen enkele illusie geven dat het zich uit deze situatie kan redden. De winter komt eraan, de demonstranten zijn moe, de slechtste uitkomst is dat het hierbij blijft, dat kan Europa zich niet veroorloven. De internationale gemeenschap blijft druk uitoefenen, maar deze sancties halen niets uit. Het duurt te lang, het is te weinig en het komt steevast te laat”, moppert hij hoofdschuddend.

De Wit-Russische oppositieleider Svetlana Tichanovskaja (tweede van links) met andere oppositieleden woensdag in Brussel, waar ze de Sacharovprijs ontvingen. Foto Stephanie LeCocq/EPA

Universiteit-in-ballingschap

Litouwen biedt honderden jonge Wit-Russen een veilige haven. Professionals als operazangeres Levtsjoek, kinderen van vroegere dissidenten, en studenten die het verstikkende Wit-Russische onderwijsklimaat ontvluchten. Die laatste groep is te vinden aan de European Humanities University (EHU). De progressieve universiteit-in-ballingschap huist in een oud Augustijnenklooster aan de Saviciaus gatse.

De voetstappen van Maksimas Milta (29) klinken hol in de vanwege corona verlaten universiteitsgangen. Aan de muren hangen spotprenten tegen het regime in Minsk. De studenten studeren op afstand, iets wat sommigen al gewend waren omdat ze vakken volgden vanuit Minsk. „Wit-Rusland stond bekend als het meest sovjet van alle sovjetlanden. De indoctrinatie in het onderwijs was gigantisch, vooral in de geesteswetenschappen”, vertelt Milta, woordvoerder van de EHU. Om die Sovjetideologie af te schudden, richtten progressieve academici na de onafhankelijkheid de EHU op.

Maar vanaf Loekasjenko’s aantreden in 1994 werden instellingen opnieuw aan de ketting gelegd. Toen academici zich tegen zijn autocratische regime verzetten, begon hij de onderwijssector op te schonen. „Hij vond dat de universiteit pro westerse elites opleidde en dat er teveel buitenlandse docenten werkten”, vertelt Milta. In 2004 werd de universiteit gesloten. Een aanbod van het stadsbestuur van Vilnius om zich daar te vestigen, greep het bestuur met beide handen aan. Sindsdien ontvangt de universiteit financiële steun van de Litouwse en andere Europese regeringen en van de EU.

Vijftien jaar later is de instelling populairder dan ooit onder Wit-Russische studenten. „We zijn er trots op dat de meeste studenten zeggen terug te willen naar Wit-Rusland”, zegt Milta. Actief burgerschap wordt aangemoedigd. „Of het nu gaat om mensenrechten, gender-vraagstukken of economie, er is geen Wit-Russische non-profit organisatie waar onze alumni niet te vinden zijn.” Minsk zit er niet op te wachten: al tientallen studenten, docenten en alumni van de EHU werden gearresteerd. In oktober opende Tichanovskaja het academisch jaar. Die maand werd besloten dat studenten die van Wit-Russische universiteiten zijn gegooid, hun studie mogen voortzetten aan de EHU.

Ondanks de repressie betreurt Milta dat de buitenwereld zo’n eenzijdig beeld heeft van zijn land. „We delen zo’n lange grens met de EU, maar tellen eigenlijk niet mee. Men kent ons alleen als ‘laatste dictatuur van Europa’. En dat terwijl Wit-Russen ontzettend graag contacten met de buitenwereld willen leggen. De vraag is wat we kunnen doen om die contacten te versterken zonder dat Loekasjenko daarvan profiteert.”