Wouter Koolmees

Illustratie Anne Caesar van Wieren

Interview

‘Het is psychisch zwaar. Je denkt: bedrijven gaan failliet, mensen verliezen hun baan’

Het jaar van Wouter Koolmees Ongekende economische noodsteun tuigde Wouter Koolmees dit jaar op, voor werkenden en bedrijven. In twaalf telefoongesprekken hoorde NRC waar de minister van Sociale Zaken mee worstelde. „Het gaat al weken over wanneer ik wat had moeten zeggen.”

In maart is hij gestopt met het roken van tien pakjes per week. Niet meer roken, dat heeft hij nooit langer dan zes maanden volgehouden, maar dit coronajaar lukt het Wouter Koolmees (43) wel. „Ik zag in maart beelden van mensen aan beademingsapparaten en dacht: die longen zijn toch wel belangrijk. Op een zaterdagavond om tien uur ben ik gewoon gestopt. Wat helpt, is jezelf een beetje voor de gek houden: ik ben niet gestopt, ik rook gewoon even niet.”

Het is een bijzonder moment om te stoppen met roken: half maart gaat Nederland in lockdown en Koolmees (D66) speelt als minister van Sociale Zaken een grote rol in het optuigen van de ongekende economische noodsteun. In de maanden maart, april, mei krijgen uiteindelijk 3 miljoen werkenden inkomenssteun en 140.000 bedrijven loonsubsidie. Een spoedklus.

Koolmees stemt half april in met een reeks telefonische gesprekken met NRC over de dilemma’s bij economische noodsteun. De gesprekken, uiteindelijk twaalf van ongeveer drie kwartier, zijn bedoeld om later terug te blikken op de crisis en de uitzonderlijke steun. In de zomer heeft Koolmees het te druk: hij onderhandelt dan intensief met bonden en bedrijven over de uitwerking van het pensioenakkoord.

Wat hij niet wil, wordt snel duidelijk: over anderen in het kabinet praten. Eind april loopt de spanning er op. Anonieme politici van de coalitie uiten in kranten kritiek op Mark Rutte (VVD) en Hugo de Jonge (CDA); premier en minister zouden te weinig aandacht hebben voor de economie en te veel voor bestrijding van het virus. „Er wordt gespind bij de wilde beesten af. Ik vind het niet integer om over anderen te praten”, zegt hij begin mei aan de telefoon.

Lees ook: Het jaar van Christine Lagarde

In de herfst loopt de spanning opnieuw op. Tijdens een eenmalig fysiek gesprek op zijn kamer in het ministerie van Sociale Zaken zegt Koolmees blij te zijn met zijn besluit om niet over anderen te praten. Er lekt dan al een maand onvrede uit het kabinet. Volgens die berichten is er ruzie over de vraag of er harder moet worden ingegrepen. En er is kritiek op De Jonge, op het falende testbeleid bijvoorbeeld.

„Iedereen in het kabinet kijkt nu naar elkaar: wie is er aan het lekken?” Het leidt af van het oplossen van de crisis, zegt Koolmees. „Er komt een politieke schijnwerper op elk overleg. Dat leidt tot verstarring: niet open durven denken en praten. Omdat continu het gevoel is: wat ik zeg, komt het in een krant terecht. Dat voelt onveilig.”

Koolmees zweert zelf niet anoniem te lekken. Hij doet in november op zijn werkkamer alsof hij tussen zijn vingers spuugt. „Ik heb mensen om me heen verboden hier aan mee te werken.” Alleen tegen partijgenoten en vertrouwelingen lucht hij weleens zijn hart: die eikel zus of zo. „Ik ben geen heilige, ik zal heus weleens mijn mond voorbij gepraat hebben. Maar ik probeer nooit iemand in een kwaad daglicht te stellen.”

Maar zijn partij D66 doet toch ook mee aan het politieke spel, dus ook aan het lekken? „In dit geval weet ik dat niet. Ik veroordeel dit niet: elke politieke partij moet het spel spelen om zijn punten binnen te halen. Maar ik merk dat ik meer toegevoegde waarde heb, als ik het niet doe, als er vertrouwen is. Bovendien word ik er zenuwachtig van.”

Verzet van de drie W’s

In oktober verschijnen verhalen dat ‘de drie W’s’ – Wouter Koolmees en zijn economische collega’s Wopke Hoekstra en Eric Wiebes – zich verzetten tegen de strenge maatregelen die De Jonge en Rutte willen. Op 28 oktober vertelt Koolmees voor het eerst dat hij al langer vindt dat er te veel naar de medische kant van de crisis werd gekeken. Over de harde medische grens is geen tegenstelling in het kabinet, zegt hij. „Iedereen wil voorkomen dat de spoedeisende hulp sluit.”

De tegenstelling zit één laag dieper. „Wat verwacht je van het sluiten van de scholen voor de bestrijding van het virus, terwijl je weet dat het de leerachterstanden van kwetsbare kinderen gigantisch vergroot? Hoeveel bezette ziekenhuisbedden scheelt dat, en hoe weeg je dat? Je moet het remmen van het virus afwegen tegen psychologische problemen, huiselijk geweld, leerachterstanden, faillissementen, ontslagen.”

Het kabinet komt in oktober weer elke zondag bijeen in het Catshuis. Hoekstra, Koolmees en Wiebes zijn daar anders dan in het voorjaar bij. „Dat doen we omdat we proberen bij onze besluiten over de virusaanpak eerder óók al die andere afwegingen te betrekken: maatschappelijk, sociaal en economisch. In het voorjaar wilden we dat ook.” Als inval-vicepremier besluit Koolmees tot halverwege mei elke zondag in het Catshuis ook mee over de virusbestrijding. „Maar ik vond het lastig voor elkaar te krijgen. Ook omdat de informatie over de schade van de ingrepen hooguit kwalitatief beschikbaar was.”

Lees ook dit verhaal over de drie W’s: De drie gezichten van het crisisbeleid

De discussie gaat volgens Koolmees niet over gezondheid versus economie, maar over hoe zwaar de ingrepen moeten zijn bij welk besmettingsniveau. „In de Ministerraad heeft wel altijd een spanning gespeeld daarover. Soms heb je het gevoel dat jouw gewicht te weinig wordt erkend. En dan denk je: rot op. Dat geldt voor iedereen denk ik.”

Later wordt via een lek bekend dat Hoekstra, Koolmees en Wiebes op zondag 25 oktober met een stuk zijn gekomen dat een strengere lockdown „desastreus” zou zijn voor de economie.

Op 9 november zegt Koolmees, na weer allerlei nieuws over ruzies in het kabinet: „De spanning stijgt in de samenleving en dat vertaalt zich in het kabinet. De horecaondernemer die moet sluiten en zegt dat iedereen die overlijdt oud is. De mensen in de zorg die vragen: doe meer, onze IC’s liggen vol. Je ziet het botsen.” Volgens Koolmees is het logisch dat die geluiden in het kabinet belanden. „Eric, Wopke en ik spreken met ondernemers en vakbonden, Hugo met mensen in de zorg. Samen maken we een afweging. Ik neem het naar buiten toe altijd op voor Hugo en Mark. Het testen is niet goed gegaan, nee. Maar ik geef het je te doen: met al die GGD’s, geen labcapaciteit. Dat is duwen, duwen, duwen. Veel plezier ermee.”

Uiteindelijk is de lockdown er afgelopen maandag toch gekomen. Desastreus wil Koolmees die nu niet noemen. „Wel een klap. Maar noodzakelijk, ook om de economie aan de gang te krijgen,” zegt hij op 16 december. „Als het virus sterk om zich heen grijpt, en de IC’s vol dreigen te lopen, vindt iedereen dat je wat moet doen. Het was nooit witte jassen versus economen.”

Onterechte steun

Het liefst praat Koolmees over de steunpakketten. Hij kent de details, en legt graag uit. Waarom er geen snelle oplossing is. Dat maatwerk niet mogelijk is: bijna een derde van alle bedrijven krijgt in de eerste maanden subsidie. „Laten we het even afpellen”, is zijn favoriete reactie op kritiek die volgens hem niet klopt.

Hij waarschuwt in de Tweede Kamer direct voor geld dat onterecht wordt uitgekeerd. Hij dekt zich in. Hij breidt de steun uit, maar legt de verantwoordelijkheid bij de Kamer. Die wil het, ondanks zijn waarschuwing. Zo mogen op verzoek van de Kamer ook dochterbedrijven van een winstgevend concern de NOW-loonsubsidie aanvragen. Een risico, zegt Koolmees.

Op 9 november begint hij er weer over: „Nu is de kritiek in de Kamer voortdurend: er valt een groep mensen of ondernemers buiten de steun. Over een halfjaar gaat het alleen nog maar over wie onterecht steun kreeg. En mijn mensen en die bij het UWV zijn moe. Zij zitten zich ook al negen maanden thuis rot te werken, en krijgen straks die verwijten over zich heen.”

Koolmees gaat elke dag naar zijn lege ministerie. Hij kan nu wel bijna elke avond thuis eten

In de loop van het jaar gaat Koolmees er slechter uitzien. „Ik heb vlekken in mijn gezicht van de stress. Een soort uitslag, ook op mijn handen”, zegt hij in november. „Het is psychisch wel zwaar. Omdat je continu denkt: bedrijven gaan failliet, mensen verliezen hun baan. Ik zie dat ik niet voor iedereen wat kan doen. Een ondernemer die in februari begonnen is, komt niet in aanmerking. Dan denk ik: shit.” Wat meespeelt, zegt Koolmees: hij onderhandelt het hele jaar ook over het pensioenakkoord, vaak ’s avonds. „Dat is best veel.”

Koolmees gaat elke dag naar zijn vrijwel lege ministerie om te werken. Voor zijn vriendin zijn de lockdownmaanden zwaar, zegt Koolmees: ze werkt thuis en zorgt voor het thuisonderwijs aan hun kinderen van 6 en 8. Voordeel van de crisis is wel: hij eet ’s avonds vaker thuis. „Ik at voor corona eigenlijk nooit mee, omdat er altijd overleg is.” Nu gaat Koolmees na het eten weer bellen of videovergaderen.

Oog voor ondernemers

Koolmees is minister van Sociale Zaken, maar ook een econoom die oog heeft voor de belangen van ondernemers. In april is er verontwaardiging als KLM miljoenen aan loonsubsidie krijgt en toch flexwerkers ontslaat. „Bedrijven als KLM moeten kunnen reageren op totaal andere omstandigheden. Ik haal eten bij een Spaans restaurant in mijn straat. Die man zegt: ik verleng mijn tijdelijke contracten niet, want ik weet niet of ik over zes maanden een bedrijf heb. Dat kan ik hem niet kwalijk nemen. Dat is zuur voor al die flexwerkers, juist zij zijn kwetsbaar. Heel erg, maar ik kan het niet tegenhouden.”

Nog meer weerstand levert zijn plan op om de ontslagboete te schrappen. Op 8 mei zegt Koolmees bij talkshow Op1 dat de boete verdwijnt die bedrijven krijgen als ze loonsubsidie krijgen én mensen ontslaan. Hij wil die boete schrappen als het tweede steunpakket ingaat in juni. Linkse oppositiepartijen en vakbonden reageren woedend. PvdA-leider Lodewijk Asscher zegt in de Volkskrant het tweede pakket niet te steunen als de boete verdwijnt.

Koolmees onderschat het verzet. Hij heeft een andere zorg: dat de ontslagboete bedrijven weerhoudt opnieuw steun te vragen. Met als gevolg: faillissementen en ontslagen. „Voor hotels, horeca, disco’s is het perspectief heel grimmig”, zegt hij begin mei. „Ik denk dat heel veel bedrijven zich in juni afvragen: ga ik de NOW 2.0 aanvragen of trek ik de stekker uit mijn bedrijf.”

Op 20 mei presenteren Hoekstra, Koolmees en Wiebes een pakket zónder boete, maar ook zónder steun van de bonden. Een week later weet Koolmees toch hun zegen te krijgen: bedrijven krijgen een boete als ze meer dan twintig mensen ontslaan zonder instemming van de bonden. De boete gaat voor het gros van de gesubsidieerde bedrijven niet gelden: die hebben minder dan twintig mensen in dienst.

Koolmees reageert eind mei getergd op de vraag of de heisa te voorkomen was geweest. Hij overlegt elke week met vakbonden en bedrijven over de noodsteun. FNV-voorzitter Han Busker neemt Koolmees kwalijk dat hij zijn plan nauwelijks heeft besproken.

„Ik had deze reactie niet verwacht. Vakbonden zien ook dat bedrijven door hun reserves heen raken. Ik wilde duidelijk maken dat het in sommige sectoren niet meer wordt zoals het was.” Ja, zegt Koolmees, achteraf had hij het uitgebreider moeten bespreken. Maar dat het zo’n groot punt is geworden, heeft volgens hem ook te maken met „het fors overtrokken frame” dat ervan gemaakt is. „Een subsidie op het ontslaan van mensen, vogelvrije werknemers. Dat is inhoudelijk echt koekoek. Bedrijven krijgen minder dan 100 procent subsidie, maar betalen wel 100 procent terug als ze mensen ontslaan. Het enige wat verdwijnt, is de éxtra boete, van 50 procent van het loon. Er is ook nog gewoon ontslagbescherming. Het gaat al weken over wanneer ik wat had moeten zeggen. Maar ik heb niemand afstand horen nemen van het feit dat bedrijven zich moeten kunnen aanpassen, om nog een deel van de banen te behouden. Asscher niet, de bonden niet. Het dreigement van Asscher vond ik daarom nogal bizar. Ik loop hier al 10 jaar rond, ik weet: dit is het politieke spel.”

Kwetsbare groepen

De NOW-loonsubsidie helpt mensen met een vaste baan. Voor zzp’ers is er de TOZO-uitkering. Maar een groep kwetsbaren valt buiten de boot: een derde van de flexwerkers heeft geen recht op WW of bijstand. De Kamer wil dat Koolmees een vangnet bedenkt. Hij komt er niet uit. De groep is te divers, zegt hij. Er zitten studenten in, uitzendkrachten die onregelmatig werken, herintreders.

Waar Koolmees zwaar aan tilt, is of de steun rechtvaardig is. „Er zijn mensen die ik wil steunen. Een gescheiden herintreedster, die 30.000 euro heeft overgehouden aan de verkoop van het oude huis en nu ontslagen is. De gemeente zegt: eerst uw vermogen opeten voor u bijstand krijgt. Als je dat wilt regelen, moet je de vermogenstoets schrappen. Maar dan krijgen ook mensen bijstand die er geen recht op hebben. De vrouw van de tandarts en de zakenbankier.” Uiteindelijk komt er op verzoek van de Kamer een eenmalige uitkering van 1.650 euro voor die diverse groep. Koolmees schrijft aan de Kamer: „Aan de regeling kleven risico’s van willekeur en oneigenlijk gebruik.”

Het probleem bij de flexwerkers is: hoe bereik je deze groep? We zien ze niet bij het UWV of de sociale diensten

Wouter Koolmees minister van Sociale Zaken

Waarom doet Koolmees moeilijk over geld voor deze flexwerkers, vragen Asscher en Busker in mei. Bij steun aan bedrijven lijkt Koolmees meer risico op misbruik te accepteren. „Nee, nee, nee, dit vind ik echt een kromme vergelijking. We steunen bedrijven om de lónen door te betalen, om banen te behouden. Die groep flexwerkers is gewoon moeilijk te bereiken.”

In de Kamer klinkt dan ook brede kritiek op de versobering van de steun aan zzp’ers. Bij de TOZO-uitkering gaat vanaf juni een ‘partnertoets’ gelden. Als het inkomen van de partner te hoog is, geen uitkering. Koolmees houdt vast aan zijn plan. Hij vindt het onrechtvaardig zzp’ers nog langer coulanter te behandelen dan jonggehandicapten en mensen in de bijstand.

Heeft Koolmees, als hij het jaar overziet, genoeg voor kwetsbare groepen gedaan? „Qua effect misschien niet, want veel mensen hebben hun baan verloren, qua intenties wel,” zegt hij in december. „Het probleem bij de flexwerkers is: hoe bereik je deze groep? We zien ze niet bij het UWV of de sociale diensten.” Hij schat dat het om 50.000 tot 100.000 mensen gaat. „We proberen die te bereiken door gemeenten geld en ruimte te geven, voor inkomenssteun, scholing en hulp bij het vinden van werk. Maar waar de echte pijn zit, onttrekt zich aan ieders waarneming.”

Maakbaar virus

Na de zomer krijgt het virusbeleid van het kabinet steeds meer kritiek: volgens sommigen is het te hard, anderen vinden het juist te slap. Koolmees denkt dat de virusbestrijding minder maakbaar is dan critici denken. Neem het Red Team dat pleit voor eerder ingrijpen: „Zij zeggen: als we de R op 0,7 brengen, dan is het virus binnen een maand weg. Ja, dahaaag. Dat is nog nergens gelukt, volgens mij. Het betekent dat u écht thuis moet blijven, dat u niet naar de dokter gaat, geen boodschappen haalt. Dat wordt er niet bij verteld”, zegt hij in het najaar.

Ook niet werkbaar is volgens Koolmees het opdelen van de samenleving in twee stromen, met een beschermd deel voor kwetsbaren en vrijheid voor niet-kwetsbaren. „Echt scheiden kan niet, denk ik. Mensen houden dat niet vol. Ze willen op bezoek bij oma of bij vrienden. Het afdwingen is politiek en maatschappelijk niet haalbaar. Zelf kiezen in welke stroom je je begeeft, klinkt heel liberaal, maar de consequentie kan zijn dat de IC’s wel volstromen.”

Ook aan de maakbaarheid van een testsamenleving twijfelt Koolmees. Testen is nuttig en behulpzaam, maar of het alles oplost? In mei zegt hij: „Kun je het virus überhaupt volgen? Dat hangt af van hoeveel mensen asymptomatisch zijn. Het is de kern van de strategie van veel landen, maar ik weet niet of het kan.” In oktober stelt hij die vraag opnieuw.

Een klacht waar Koolmees in elk telefoongesprek fel tegenin gaat: dat Rutte III een bedrijvenkabinet is. „Werknemers krijgen 100 procent van hun loon. Ondernemers teren in op hun reserves. Van de 120.000 bedrijven die in het begin loonsubsidie kregen, hebben 110.000 bedrijven minder dan 15 werknemers. We hebben het over mkb’ers met een hypotheek op hun huis voor de zaak.” Na de kritiek op de investeringsaftrek voor bedrijven, de omstreden BIK die het kabinet plots op Prinsjesdag presenteert, rekent Koolmees herhaaldelijk voor dat bedrijven „per saldo 2 miljard euro méér belasting betalen”.

Met morele oordelen over bedrijven heeft Koolmees weinig. In het voorjaar ontstaat discussie over Booking.com. Het bedrijf kreeg belastingvoordeel, maakte veel winst, kocht met schulden eigen aandelen op. En nu vraagt het loonsubsidie aan? „We hebben die fiscale faciliteiten gemaakt om bedrijven als Booking naar Nederland te halen. Als je dat achteraf niet goed vindt, moet je die wet aanpassen. Maar het is oneigenlijk om nu te zeggen: moreel mag je geen steun aanvragen die bedoeld is om de banen van de werknemers van Booking te behouden.”

Steun in de fik steken

Bij elke ronde noodsteun onderhandelt Koolmees met vakbonden en bedrijvenclubs én met oppositiepartijen PvdA, GroenLinks en SGP, waarmee Koolmees pensioenonderhandelingen voerde. „Dan weet ik dat het wel goed komt.” Bijna alle partijen stemmen voor de steunpakketten die dit jaar zeker 34 miljard euro kosten.

Het derde steunpakket van september is anders: het geldt voor negen maanden. „Politieke onrust is slecht voor het vertrouwen, de consumptie en de bedrijvigheid. Daarom trekken we de steun over de verkiezingen in maart heen. Het is belangrijk dat veel partijen zich eigenaar voelen. Vlak voor de verkiezingen is het makkelijk om de steun in de fik steken. Schande dat het kabinet kleine bedrijven failliet laat gaan! Nu staan we samen aan de lat.”

Vakbondsleider Han Busker en bedrijfsleven-voorman Hans de Boer laten zich niet uit elkaar spelen tijdens de crisis. Ze weten veel binnen te halen. „Dat hebben Han en Hans echt samen voor elkaar gekregen.” Koolmees vindt het mooi. „Als D66’er heb ik nooit gezegd dat ik tegen de polder was. Wel tegen deelbelangen die niet het algemeen belang vertegenwoordigen.”

Lees ook dit interview met Han Busker en Hans de Boer: ‘Wij begrijpen elkaar: ook als we er niet uitkomen’

Je kunt je afvragen of zzp’ers genoeg aan tafel zaten bij het optuigen van steun, erkent Koolmees in december. „Die clubs zijn versnipperd en zeer verschillend. De FNV heeft een zzp-afdeling, maar VNO-NCW óók.” Een klassiek grapje in Den Haag is: als bonden en bedrijven een deal sluiten, betaalt de belastingbetaler de rekening. „Dat is deels waar. Daar staat tegenover dat we door het voorkomen van polarisatie maatschappelijk veel winnen en geld verdienen.”

Koolmees rookt in december nog steeds niet. Nou ja, af en toe een sigaar.