Opinie

Al die stralende conservatoren op rijksmuseum.nl: zo moet het

Column Amsterdam

Auke Kok

De eerstvolgende keer dat ik langs het Rijks fiets, zal ik afstappen en omhoog kijken. Ergens rechts bovenaan de gevel moet het staan: ‘v.d.Meer v. Delft’. Bijna weggestopt in het hoekje van de uitbundig geornamenteerde façade aan de Stadhouderskade. ‘v.d.Meer v. Delft’ is de wat kromme aanduiding van Johannes Vermeer, die toen het Rijksmuseum werd gebouwd lang niet zo beroemd was als nu. Dat weet ik dan weer dankzij Pieter Roelofs, hoofd Schilder- en Beeldhouwkunst van het Rijks. Of liever: dankzij een filmpje op rijksmuseum.nl dat daar onlangs op is gezet als jongste bijdrage aan de serie Stories.

Ik houd daar erg van, van zulke filmpjes. Wat heet, het mogen van mij zelfs films zijn zolang ze hun net-niet professionele karakter maar behouden. Je stelt je van zo’n Pieter Roelofs voor dat hij op verzoek van de regisseur even zijn rommelige, tot de nok toe met kunsthistorische parafernalia gevulde werkkamer heeft verlaten om ietwat stijfjes in de tuin van het museum wat over laatbloeier Vermeer te orakelen.

Precies goed wat mij betreft. Een troost nu het Rijks op slot zit.

Na vijf seconden leverde ik al mijn kritisch vermogen in en er maakte zich een geweldige honger van mij meester naar duizend details

Als je het contact met je publiek in stand wilt houden in tijden van corona doe het dan zo. Of nee, doe het altíjd zo, ook zonder pandemie. Dus niet met een of andere acteur die je met z’n toneelschooldictie langs de ambachtelijke werdegang van onze artistieke grootheden leidt. (Zulke stemmen hoor je al tijdens de audiotour van het Rijks in kort bestek drie open deuren tegelijk intrappen – saai en oppervlakkig.) En zet ook geen gladde presentatoren van het type Humberto Tan voor de camera, geen soepele tred met namaakglimlachjes alstublieft, nee, wij willen Femke Diercks. Haar enthousiasme voor de toepassing van bloemen in de kunst is dermate aandoenlijk – en dus geloofwaardig – dat ik voortaan beter op de kelkjes en stelen ga letten dan ik anders zou hebben gedaan.

Dat krijg je ervan als je het hoofd Toegepaste Kunst erover laat vertellen, niet een ingehuurde beroepsspreker.

Wat ik zonder mijn huis te hoeven verlaten allemaal leerde over heksen, over boosaardig kijkende tempelwachters in Aziatische kunst en over de symboliek in tuinen: te veel om op te noemen. Zoals dat gaat is het vooral het vuur dat beklijft. Al die stralende conservatoren op rijksmuseum.nl, die kinderlijke blijdschap van de verantwoordelijken, wandelend door hun snoepwinkel: ik heb alle Stories bekeken en wil er nog veel meer.

Zoals Friso Lammertse zijn liefde voor de koe in de kunsten belijdt: na vijf seconden leverde ik al mijn kritisch vermogen in en er maakte zich een geweldige honger van mij meester naar duizend details over koeien ‘door de eeuwen heen’. Gewoon omdat Lammertse die koeien wel kan zoenen. Zó verlekkerd over koeienwimpers praten, dat lukt een acteur niet.

Kortom, alle conservatoren en chefs van het Rijks: aan de slag, filmpjes maken. Lekker onhandig met die handen wapperen boven kreukpakken, dan komen we de winter wel door.

Auke Kok is schrijver en journalist.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.