Recensie

Recensie

Verontrustende indringers in de succesverhalen van toen

Tentoonstelling Met haar schilderijenserie ‘Monument der Regentessen’ plaatst Natasja Kensmil kanttekeningen bij de rol van vrouwen in de zeventiende eeuw. Vaak berustte hun rijkdom op kolonialisme.

‘The white elephant’, Natasja Kensmil, 2019. (Collectie Amsterdam Museum)
‘The white elephant’, Natasja Kensmil, 2019. (Collectie Amsterdam Museum)

De hologige regentessen op de schilderijen van Natasja Kensmil vertellen een heel ander verhaal over de zeventiende eeuw, voorheen bekend als de ‘Gouden Eeuw’, dan hun zelfvoldane tegenhangers op de historische groepsportretten in de Amsterdamse Hermitage. Ze zijn weliswaar met dik olieverf geschilderd, maar door de witte bovenlaag lijken ze haast transparant, en daarmee spookachtig.

Kensmil heeft de regentessen alle vertrouwde attributen van welvaart en aanzien meegegeven: juwelen, molensteenkragen, gewaden. Maar tussen de weelderig geschilderde succesverhalen van toen zijn ze toch verontrustende indringers. En dat is nou net de bedoeling.

Groepsportretten van de 17e Eeuw, Natasja Kensmil. (Collectie Amsterdam Museum)

Nieuwe blik op koloniale erfenis

Het Amsterdam Museum heeft deze grote zaal, zijn dependance in de Hermitage, opnieuw ingericht om tijdelijk plaats te bieden aan Kensmils serie Monument der Regentessen, bestaande uit een negenluik en vijf schilderijen. Dit is de tweede ‘tijdelijke aanvulling’ van deze zaal die voorheen heette Hollanders in de Gouden Eeuw. De eerste was het project Hollandse Meesters Her-Zien van theatermaker Jörgen Tjon A Fong. Dat waren dertien portretten van bekende gekleurde Nederlanders, die poseren als historische figuren van kleur die in de 17de en 18de eeuw in Nederland leefden.

Met haar reeks plaatst Natasja Kensmil kritische kanttekeningen bij zowel de rol van vrouwen in de samenleving van toen als bij het kolonialisme dat de bron was van hun rijkdom. Twee schilderijen in de reeks verwijzen naar de koloniale erfenis en proberen daar een nieuwe blik op te geven. Het schip de Witte Olifant fungeert als symbool van de scheepvaart en handel in de koloniale tijd, maar de gebruikelijke bravoure van zo’n maritiem tafereel is ver te zoeken: het krijtwitte schip zweeft onwezenlijk tussen water en lucht. Het andere is een verbeelding van het Amazoneregenwoud dat nu ten dienste staat van onze welvaart zoals de overzeese gebieden toen.

Lees ook: Wolvecampprijs toegekend aan Natasja Kensmil

Archetypes

Het sterkste deel van het project zijn de regentessen. De meesten zijn ‘archetypes’ die Kensmil heeft samengesteld uit verschillende vrouwen uit die tijd. Twee zijn echter portretten van vrouwen die werkelijk hebben bestaan. Maria Munter (1637-1688) was getrouwd met bewindhebber Isaac Jan Nijs (1625-1690) van de West-Indische Compagnie. Zelf was ze regentes van het Burgerweeshuis, waarin nu het Amsterdam Museum huist. De ander is Eva Ment (1606-1652), echtgenote van de nu omstreden Jan Pieterszoon Coen (1587-1629).

The monument of regents, Natasja Kensmil, 2019. 9x 100x80cm. (Collectie Amsterdam Museum)

Hun spookachtige voorkomen vindt Kensmil zelf niet griezelig, zegt ze: „Ik zie het meer als schoonheid en vergankelijkheid ineen.”

Tijdens de nieuwe wekelijkse talkshow AM Live van het museum liet ze een foto zien van haar atelier, waar op tafel een boek van de Belgische expressionist James Ensor lag. De verwantschap met zijn lugubere personages is evident.

In de zeventiende eeuw was het laten schilderen van je portret een bevestiging van je maatschappelijke status. Als vrouwen hadden de regentessen geen formele macht, maar wel invloed, bijvoorbeeld doordat ze getrouwd waren met rijke en machtige mannen.

Het Amsterdam Museum heeft met steun van het Mondriaan Fonds Kensmils negenluik aangekocht. Zo krijgen de regentessen na eeuwen toch nog de plek die hen toekomt.