Shell kan voor het klimaat niet nog meer doen, vindt Shell

Klimaatzaak Milieudefensie daagde Shell voor de rechter in een wereldwijd unieke zaak. Ze willen het concern houden aan het Klimaatakkoord van Parijs. Shell vindt dat „fundamenteel fout”.

In het Noord-Brabantse Moerdijk staan grote chemische fabrieken van Shell.
In het Noord-Brabantse Moerdijk staan grote chemische fabrieken van Shell. Foto ANP / Hollandse Hoogte

De wereld is onvoldoende op weg om de opwarming van de aarde te beperken. Kan dat Shell worden aangerekend? Om die kernvraag ging het de afgelopen weken in de unieke rechtszaak die Milieudefensie heeft aangespannen tegen het olie- en gasbedrijf.

Milieudefensie probeerde aan te tonen dat Shell als groot energieconcern minstens evenveel verantwoordelijkheid draagt voor gevaarlijke klimaatverandering als nationale staten. Shell, betoogde de milieuorganisatie, handelt daarom onrechtmatig als het wereldburgers niet tegen dat gevaar beschermt.

Donderdag was de laatste van vier zittingsdagen. Het was de enige dag waarop er af en toe vinnig werd gedebatteerd naar aanleiding van enkele vragen van de rechtbank. Het was al avond toen Milieudefensie zei af te zien van een slotpleidooi, want alles was eigenlijk wel gezegd. Ze vroegen of in plaats daarvan Anne Chatrou van de Vereniging Jongeren Milieu Actief een korte verklaring mocht voorlezen. „Soms lijkt het alsof mijn eigen verantwoordelijkheid gelijk is aan die van Shell”, zei Chatrou. „Shell stelt zelfs dat mijn verantwoordelijkheid groter is dan die van Shell.” Daarna besloten de advocaten van Shell er het zwijgen toe te doen.

Zo eindigde de eerste rechtszaak wereldwijd waarin van een olie- en gasbedrijf een strenger klimaatbeleid werd gevraagd. Milieudefensie eist dat Shell zijn CO2-uitstoot tot 2030 zodanig vermindert, dat het op koers ligt om de doelen uit het Klimaatakkoord van Parijs (2015) te halen. Greenpeace, vijf andere ngo’s en 17.000 Nederlandse burgers zijn mede-eisers in de zaak waarvan de dagvaarding in april 2019 werd ingediend. Ze eisen dat alles wat Shell doet en produceert, in 2030 tot 45 procent minder CO2-uitstoot leidt dan nu – of, als de rechter niet zo ver wil gaan, 25 of 35 procent minder. Want, zeggen de eisers: dat past bij het Parijsakkoord en voor de klimaatcrisis dringt de tijd.

De zaak is geïnspireerd door de Urgenda-zaak, waarin door duurzaamheidsorganisatie Urgenda van de Nederlandse staat CO2-reductie werd geëist. Advocaat Roger Cox, auteur van het boek Revolutie met recht (2011), is van beide zaken de initiatiefnemer. Urgenda won onverwachts in een vonnis dat vorig jaar ook standhield bij de Hoge Raad.

Nederlandse samenleving

Maar Shell is een bedrijf en geen land. Cox, die namens Milieudefensie cum suis de verdediging leidde, vond dat Shell toch een zeker zo grote verantwoordelijkheid draagt voor de uitstoot van broeikasgassen. Shell veroorzaakt „ongeveer 1,2 procent van de wereldwijde industriële broeikasgasemissies”, begon Cox op 1 december zijn pleidooi – en dat is meer dan de CO2-uitstoot „van de gehele Nederlandse samenleving”.

Volgens het Nederlands-Britse bedrijf is dat niet zo relevant. „Geen enkele private partij [kan] het energiesysteem eigenhandig veranderen, ook Shell niet”, zei Dennis Horeman, een van de drie advocaten van Zuidas-kantoor De Brauw Blackstone Westbroek die namens Shell het verweer voerden.

Tijdens de vier zittingsdagen zetten beide partijen die argumenten op meerdere manieren kracht bij. Milieudefensie sprak uitgebreid over de beperkte klimaatdoelen van Shell en over zijn lobbymacht over staten en consumenten – tot aan de samenwerking die Shell vijftig jaar lang had met Lego „om het bedrijf bij jonge kinderen te promoten”.

De advocaten van Shell brachten daar tegenin dat juist staten het klimaatbeleid vormgeven, niet private partijen. En Royal Dutch Shell, dat hier officieel in de beklaagdenbank zat, zou volgens hen ook niet verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor de emissies van alle ongeveer 1.100 vennootschappen wereldwijd die onder deze houdstermaatschappij vallen.

Het energiebedrijf probeerde de rechtbank ervan te overtuigen dat het al veel doet voor het klimaat. „Het belang van het aanpakken van klimaatverandering staat buiten kijf”, was de zin waarmee Shell de eerste dag opende. Kijk alleen al in Nederland, zei Shell. We planten bomen met Staatsbosbeheer, we willen waterstoffabrieken bouwen. Het kan voor de energietransitie zelfs averechts werken als Shell aan banden zou worden gelegd, zei Shell. Concurrenten „die mogelijk geen vooruitstrevende plannen voor de energietransitie hebben zoals Shell” springen dan in het gat.

De partijen benaderden elkaar met dédain. Milieudefensie besprak „de welhaast onaantastbare positie waarin [Shell] zich waant”. Shell beschuldigde de milieuorganisatie van „insinuaties”, het verdraaien van bronnen en „stemmingmakerij”.

Eenmaal leek Cox emotioneel te worden. Als politici en de rechtbank niet ingrijpen tegen het „geweld van private mondiaal opererende economische grootmachten”, zei de raadsman aan het eind van zijn slotpleidooi, wie beschermt dan de burger, het milieu, de armen, en – hij slikte iets weg – „de toekomstige generaties die een aarde van ons zullen erven die ernstig beschadigd en in groot verval is achterlaten?” De emotie viel dood in een door corona vrijwel lege zaal.

Benzine en aardgas

Het in 2015 gesloten Klimaatakkoord van Parijs speelde tijdens de zittingen een sleutelrol. Shell voert naar eigen zeggen een klimaatbeleid dat past bij het strengste doel van het Parijsakkoord: het beperken van de opwarming van de aarde tot anderhalve graad Celsius. Maar die bewering is de afgelopen tijd door meerdere organisaties in twijfel getrokken, omdat Shell zich niet ten doel stelt om met zijn totale bedrijfsvoering minder CO2 uit te stoten. Shell wil dat zijn producten in 2050 veel minder vervuilend zijn dan de benzine en het aardgas van nu. Maar, zeggen critici, wat helpt dat als Shell veel méér van die producten verkoopt?

Shell werkte lang samen met Lego „om het bedrijf bij jonge kinderen te promoten”

En 2050 is ook nog eens ver weg: de komende jaren neemt de uitstoot van Shell naar verwachting nog toe. Volgens het energiebedrijf is dat verdedigbaar: „De upstream [olie- en gaswinning, red.] van vandaag is de groeimotor waar de cash uitkomt voor de transitie op termijn.”

De eisers vinden dat Shell simpelweg nú moet minderen. Want door het Parijsakkoord (en het eerdere VN-klimaatverdrag uit 1992) is een „universeel gedragen en geaccepteerde veiligheidsnorm” ontstaan – een type redenering dat in de Urgenda-zaak doorslaggevend bleek.

Lees ook het interview met onderzoeker Klimaatzaken Laura Burgers: ‘Klimaat is steeds meer mensenrechtenzaak’

Ook Shell moet zich aan die norm houden, vervolgde Milieudefensie. Want niet-statelijke partijen, waaronder „de private sector” worden in het Akkoord expliciet aangesproken: hun inspanningen worden „verwelkomd”. In 2018 schreef het VN-Milieuprogramma zelfs dat hun bijdrage „cruciaal” is. Maar dat Shell zich daarom aan die norm moet houden, „miskent zowel de aard als de reikwijdte” van het Parijs-akkoord, zegt Shell. Het energiebedrijf deed er nog een schepje bovenop: het betoogde dat de eis van Milieudefensie onuitvoerbaar, onredelijk en zinloos is. Onuitvoerbaar omdat Shell in meer dan zeventig landen actief is, die allemaal een eigen klimaatbeleid voeren. Onredelijk, omdat die zeventig landen zo verschillend zijn, dat fossiele brandstoffen burgers niet aan dezelfde gevaren blootstellen. Als Shell in ontwikkelingslanden aardgas verkoopt om op te koken, in plaats van hout, dan is „de wereld daarmee niet slechter af”, redeneert Shell.

Nog het vaakst zei Shell dat elk ingrijpen tegen het bedrijf zinloos zou zijn. Het olie- en gasbedrijf beriep zich op een rapport van „professor Mulder”. Hoogleraar regulering van energiemarkten Machiel Mulder van de Rijksuniversiteit Groningen deed met financiële steun van Shell onderzoek naar die vraag. Zijn vakgroep concludeerde: als Shell minder olie of gas gaat verkopen, zal de energiemarkt geen krimp geven. Tijdens de eerste Golfoorlog in Irak en Koeweit, bijvoorbeeld, voerden andere landen hun productie op. Milieudefensie bracht daarop een wetenschappelijke repliek in van de Amerikaanse klimaatbeleidonderzoeker Peter Erickson („zonder financiële steun van Milieudefensie”) die Mulders conclusies „misleidend” noemt – volgens hem kloppen de economische aannames van Mulder niet en gaat de CO2-uitstoot wel degelijk omlaag. Het leidde tot geharrewar: op de valreep bracht Shell een verweer van Mulder in.

Kantelpunt

De rechters kwamen donderdag terug op de maatschappelijke vraag die achter alle juridische argumenten schuilgaat. Mag van Shell dezelfde inspanning verwacht worden om klimaatverandering te bestrijden als van staten? Cox had in zijn pleidooien uitgebreid uiteengezet hoe belangrijk snelle klimaatactie is voor de wereld. Het wereldklimaat kan zelfs op een „kantelpunt” komen, zei hij – iets wat Shell met close reading van Cox’ bronnen bestreed. En als er in de komende decennia te veel CO2 wordt uitgestoten, moet de volgende generatie al die CO2 weer uit de atmosfeer halen, iets wat haast onmogelijk is.

Lees ook: Klimaat én corona is een gevaarlijke combinatie voor Shell

Daar wilde de rechtbank meer van weten. Hoe zit het nou met die kantelpunten? En die technologie om CO2 uit de atmosfeer te halen, is die er echt pas na 2050? Daarop reageerde Shells advocaat Horeman verontwaardigd. „U maakt nu dezelfde fout als Milieudefensie.” Volgens hem vergeleek de rechter de investeringen van Shell met hoe de wereld er nu voorstaat. „Dat is fundamenteel fout.”

Zijn boosheid benadrukte waar de hele verdediging over was gegaan. Volgens Milieudefensie is Shell een cruciale partij in de klimaatcrisis, die in de afgelopen decennia klimaatactie tegenwerkte, maar een „vliegwieleffect” kan creëren als het bedrijf grote veranderingen inzet.

Maar volgens Shell is Shell de wereld niet. Het is een bedrijf. Het verkoopt energie, waaronder uit olie en gas, die mensen nodig hebben. Shell wil hen „helpen” te minderen, maar uiteindelijk is dat aan de consument en de overheid. „De politiek en de kiezer bepalen uiteindelijk hun eigen standpunten.” Op 26 mei wordt duidelijk of de rechtbank dat ook zo ziet.