Reportage

Op het plein waar de Arabische Lente begon, is de revolutie al vergeten

Tunesië Tien jaar na de wanhoopsdaad waarmee fruitventer Mohammed Bouazizi er het protest in gang zette dat uitmondde in de zogenoemde ‘Arabische Lente’, is er in het Tunesische Sidi Bouzid weinig verbeterd.
Een monument op een naar hem vernoemd plein in het Tunesische stadje Sidi Bouzid herinnert aan de fruitverkoper Mohammed Bouazizi, wiens wanhoopsdaad uitmondde in de Arabische Lente.
Een monument op een naar hem vernoemd plein in het Tunesische stadje Sidi Bouzid herinnert aan de fruitverkoper Mohammed Bouazizi, wiens wanhoopsdaad uitmondde in de Arabische Lente. Foto Fethi Belaid/AFP

Op het trottoir voor het gemeentehuis van het stoffige Tunesische provincieplaatsje Sidi Bouzid herinnert niets meer aan de wanhoopsdaad van fruitverkoper Mohammed Bouazizi. Deze donderdag precies tien jaar geleden overgoot hij zich met thinner en stak zichzelf in brand uit protest tegen de inbeslagname, die ochtend, van zijn fruitkarretje omdat hij geen vergunning kreeg om zijn waar in het centrum te venten. Zonder het te bevroeden ontketende hij hiermee een revolutionaire episode in grote delen van het Midden-Oosten die al gauw het etiket Arabische Lente kreeg opgeplakt. Zelf maakte Bouazizi dit niet meer mee: hij bezweek een paar weken later aan zijn verwondingen.

De dag na Bouazizi’s daad, op 18 december, verzamelden zich honderden woedende inwoners om te demonstreren. Ze waren de onderdrukking en de sociale ongelijkheid onder het autocratische Tunesische bewind beu. En ditmaal lieten ze zich niet weerhouden door de vaak gewelddadige politie.

Onder de betogers was de nu 36-jarige Marwen Gharbi, die toen net als veel leeftijdsgenoten al jaren zonder werk zat. „Het ging ons niet alleen om Bouazizi”, vertelt hij, gezeten op de rand van een fontein die het niet doet. „Het ging ons om sociale rechtvaardigheid en om waardigheid.”

Waardigheid

Waardigheid (karama in het Arabisch) is een woord dat velen in Sidi Bouzid in de mond nemen als ze spreken over wat hen dreef tijdens de gebeurtenissen van toen. De inwoners van het stadje op ruim 250 kilometer van de hoofdstad Tunis voelden zich misdeeld en vergeten door het regime van president Ben Ali. Vier weken later was Ben Ali gevlucht, nadat er vanuit Sidi Bouzid een massale protestbeweging over het land was gespoeld, en zette Tunesië zijn eerste aarzelende schreden op het pad naar democratie.

„Ik ben er heel trots op dat ik heb meegedaan met de protesten, ook al is er de laatste tien jaar eigenlijk niets veranderd”, zegt Gharbi zelfverzekerd. „De echte revolutionair zal nooit spijt hebben, zelfs niet als de situatie is verslechterd.” Triest genoeg voor hem en de meeste andere inwoners van Sidi Bouzid is er in sociaal-economisch opzicht inderdaad bar weinig verbeterd, ook al is Tunesië het enige land dat aan de Arabische Lente een functionerende democratie heeft overgehouden. Gharbi heeft nog altijd geen vast werk en verdient niet genoeg om te kunnen trouwen.

Lees ook: Tien jaar Arabische Lente: de armoede van het protest

Ook de 25-jarige Nousha, die haar achternaam niet wil geven, is niet gelukkig met de omstandigheden. Ze heeft farmacie gestudeerd maar kan geen baan vinden en werkt nu bij gebrek aan beter in een klein kledingwinkeltje. „Mijn vader is overleden, hier verdien ik een beetje en help ik mijn moeder wat”, zegt ze, terwijl ze haar zwarte mondkapje rechttrekt. „Maar als ik de mogelijkheid had, zou ik emigreren. Er is hier ook helemaal niets te doen, zelfs geen bioscopen, dat is ook een probleem.” En de revolutie? Veel mensen zijn die volgens haar alweer vergeten.

Foto Fethi Belaid/AFP

Veldslagen

Nog treuriger is de toestand in de nabijgelegen arme wijk Hai Noor, waar zich in de smalle straatjes in december 2010 elke nacht weer hele veldslagen tussen jongeren en de politie afspeelden. „Ik was er vanaf het begin bij”, vertelt de 33-jarige Hazem Nciri, die is opgeleid als informaticus, maar er de afgelopen tien jaar nooit in is geslaagd een baan te vinden. „Ik verwachtte dat door de revolutie werkgelegenheid voor jongeren zou ontstaan en dat het geweld van de politie zou ophouden. Nu heb ik de hoop verloren en aan protesten doe ik niet meer mee.”

De wijk maakt een verlaten indruk. „Iedereen is geëmigreerd naar het buitenland, of dood of in de gevangenis”, zegt Nciri verbitterd. Sommige jongeren uit de wijk voegden zich bij Islamitische Staat en kwamen om in Syrië, Irak of Libië. Anderen deden een vluchtpoging naar Europa en verdronken in de Middellandse Zee.

Beantwoordden de jaren na de revolutie niet aan de economische verwachtingen, ook met de vrijheid viel het niet altijd mee. „Mijn jongere broer werd onlangs om vijf uur ’s ochtends door de politie van zijn bed gelicht nadat hij aan een protest had deelgenomen”, klaagt Nciri. „Hij wordt nog steeds vastgehouden, zonder dat er ook maar enig bewijs tegen hem is.”

Ook Gharbi, gezeten naast het wat armetierige monument voor fruitventer Bouazizi, ondervond dat de vrije meningsuiting in Tunesië niet altijd even ver strekt. Nadat hij in 2018 op Facebook kritiek had geuit op de president en het politieke systeem met een politiestaat had vergeleken, werd hij gearresteerd. Dat kwam hem tot zijn verontwaardiging op een strafblad te staan. Daarop besloot hij zich aan te melden voor een baan in Qatar. Het contract was al getekend. „Maar vijf dagen voor ik zou gaan, kreeg ik te horen dat de Tunesische autoriteiten me geen toestemming gaven het land te verlaten omdat ik een veiligheidsrisico zou vormen.”

Bouderbala Nsiri, voorzitter van de lokale afdeling van de Tunesische Liga voor de Rechten van de Mens (LTDH), nuanceert de kritiek: „Op politiek gebied is de revolutie volgens mij aardig geslaagd. Er zijn instituties die redelijk werken, vrije verkiezingen, een relatief vrije pers, geen martelingen en politieke gevangenen meer. Maar op het niveau van de sociale en economische ontwikkeling is de revolutie niet gelukt.”

Hij erkent dat dit bij velen tot frustraties leidt. Maar Nsiri denkt niet dat er een nieuwe protestgolf komt die de democratie kan wegvagen. „De democratie is onomkeerbaar, er zijn genoeg Tunesiërs en organisaties die deze willen bewaken. Bovendien herhaalt de geschiedenis zichzelf niet.”

Met medewerking van Faïrouz ben Salah.
Lees ook dit interview met Rached Ghannouchi, leider van Tunesië’s grootste islamitische partij, die geldt als wegbereider van de democratie in zijn land