De Kamer is verbijsterd over late vaccinatie in Nederland

Vaccinatie IT-systemen die niet klaar zijn, personeelsgebrek – dat het prikken langzamer op gang komt dan elders in de EU, roept in Den Haag veel boosheid op.

Het Verenigd Koninkrijk vaccineert al ruim een week de bevolking tegen het coronavirus. De Britten gebruiken ook het Pfizer-vaccin dat samen met het Duitse BioNTech is ontwikkeld.
Het Verenigd Koninkrijk vaccineert al ruim een week de bevolking tegen het coronavirus. De Britten gebruiken ook het Pfizer-vaccin dat samen met het Duitse BioNTech is ontwikkeld. Foto Oli Scarff/AFP

„We zorgen ervoor dat we er klaar voor zijn zodra er groen licht komt.” Dat zei minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) begin december nog over de aanstaande vaccinatie – een uitspraak die PVV-leider Geert Wilders hem donderdag in de Tweede Kamer onder de neus wreef. Want dat groene licht voor het vaccin komt mogelijk maandag al, terwijl de minister nu zegt dat Nederland pas op 8 januari de eerste prik zet, en pas tien dagen later op grotere schaal begint. „Wat een amateurisme, wat een blamage”, zei Wilders.

Dat er donderdagavond laat nog een debat kwam, was niet voorzien. Het werd op de valreep ingelast, nadat de Kamer met stijgende verbazing kennisnam van de jongste vaccinatieperikelen. Afgelopen dinsdagavond nog had De Jonge de Kamer verzekerd dat de boel op orde was en dat hij komende maandag met een vaccinatieplan zou komen. Maar toen twitterde de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, donderdag dat er vanaf 27 december gevaccineerd zal worden in de EU. Ze sprak trots van de ‘EU Vaccination Days’. Ook België en Duitsland maakten bekend vlak na de Kerst de eerste prikken te zetten. In Duitsland waren eind vorige maand al de eerste grote vaccinatielocaties ingericht.

Maar Nederland is zover nog niet. De Jonge schreef donderdag aan de Kamer dat Nederland langer nodig heeft omdat nog aan „een aantal zorgvuldigheidseisen” moet worden voldaan. Zo komt de Gezondheidsraad na de snel verwachte goedkeuring van het Pfizer-vaccin door het Europees Geneesmiddelenbureau ook nog met een advies. Het RIVM werkt nog aan een medische richtlijn en een ict-systeem. En de GGD nog aan ‘belscripts’ voor callcenters. Ook moeten de systemen van de GGD daarna nog een keer worden getest. Daarom is beginnen in januari volgens de minister „het snelst mogelijke” tijdschema.

Veel partijen in de Kamer konden het niet geloven. Waren dit niet allemaal zaken die Nederland al lang op orde had kunnen hebben? Het leidde tot een van de meest stekelige coronadebatten tot nu toe, waarbij een kritische Kamer De Jonge op de laatste avond voor het kerstreces op de pijnbank legde en de minister zich zichtbaar zenuwachtig en geïrriteerd door het spervuur aan vragen heen sloeg.

SP-leider Lilian Marijnissen zei sterk de indruk te krijgen dat „de voorbereidingen weer op het laatste moment moeten gebeuren”. PvdA-leider Lodewijk Asscher en andere politici verwezen naar de vele andere Europese landen die al wel beginnen. „Betekent het dat de landen die het sneller doen het minder zorgvuldig doen dan wij? Of zijn we laat begonnen?” Ook coalitiepartijen waren kritisch op De Jonge. „Het goede nieuws van de vaccinatie dreigt te worden overschaduwd door de vraag of we er in Nederland klaar voor zijn”, zei D66-fractievoorzitter Rob Jetten.

‘Symbolische start’

De Jonge was in zijn beantwoording kritisch richting Commissievoorzitter Von der Leyen. Volgens hem zijn er meer EU-landen die eigenlijk niet kunnen beginnen op de door haar aangekondigde Europese vaccinatiedagen, maar zich nu toch genoodzaakt voelen om een „symbolische start” te maken.

„Dat gesprek hebben we ook gevoerd: of er een meerwaarde zit in een symbolische start”, zei de minister. „Maar dan zou je omwille van de symboliek, omwille van mevrouw Von der Leyen, gaan afwijken van je strategie en je zorgvuldige stappen. Is dat het waard?” Volgens De Jonge hadden alle ‘uitvoerende partijen’, zoals het RIVM en de GGD, in gesprekken tegen hem gezegd: doe het niet. „Ik ben daar eigenlijk door overtuigd geraakt.”

Tegen middernacht nam de irritatie toe in de Kamer, omdat de antwoorden van de minister kribbiger werden en hij ook vaker voorstelde om later in een brief nog op verschillende kwesties terug te komen, vooral met betrekking tot de IT-systemen. „Er sluipt een zeker arrogantie in de beantwoording”, constateerde Asscher, mogelijk het gevolg van de al „superzware week” van de minister. De Jonge bestreed dat, maar constateerde op zijn beurt dat er in de Kamer veel „interesse voor IT-systemen” is en dat hij de technische aspecten daarvan graag op ander moment zou uitleggen. „Dat is flauw”, zei Asscher. „Het gaat niet om interesse in IT-systemen. De vraag is: waarom gaat Nederland later vaccineren dan onze buren?”

‘Fijnmazig’

De communicatie van De Jonge zorgt al weken voor verwarring. Zo zei hij eind november in een interview met NRC dat het „vooralsnog” niet nodig was om grote locaties als sporthallen te regelen. Hij ging er toen nog vanuit dat de eerste prikken in verpleeghuizen en door huisartsen zouden worden gezet. Nederland zou gebruik kunnen maken van het „fijnmazige” netwerk dat ook voor de griepvaccinatie wordt gebruikt.

Lees ook dit interview met Hugo de Jonge: ‘we hebben de hele crisis moeten improviseren’

Toen het RIVM vervolgens constateerde dat het Pfizer-vaccin zich vanwege de ijskoude bewaartemperatuur beter leende voor massale inenting op grotere locaties moest het opeens toch radicaal anders. Zorgverleners zouden toch eerst worden ingeënt, op grotere locaties. Daarvoor was de GGD, die dacht pas volgend jaar augustus in beeld te komen voor de massale inenting van de bevolking, plots aan zet. Die bleek nog op zoek te moeten naar locaties en voldoende personeel om al in januari te kunnen inenten. „Er is te weinig regie, te weinig sturing, te veel wordt overgelaten aan het veld”, klaagde Kamerlid Frank Wassenberg van de Partij voor de Dieren donderdag.

Overvallen

De Jonge had begin december zijn ‘vaccinatiepartners’ ook al overvallen met de mededeling – in een persbericht – dat het vaccineren „in de week van 4 januari” zou beginnen. De verpleeghuissector en huisartsen zeiden niet op de hoogte te zijn en plaatsten vraagtekens bij de planning. In de weken die volgden moest De Jonge een paar keer op de startdatum terugkomen. Dit wordt nu officieel 8 januari, maar het massaler inenten van zorgverleners komt pas echt op gang vanaf 18 januari, als 25 centrale GGD-locaties door het hele land operationeel zijn.

Kritische Kamerleden zien dat De Jonge’s ministerie bij het vaccinatietraject dezelfde fouten maakt als eerder in de crisis, toen er te weinig centrale regie was bij bijvoorbeeld het testbeleid. Ook nu lijkt zijn ministerie te vertrouwen op de bestaande structuren en de vertrouwde uitvoeringsorganisaties als de GGD. GroenLinks-leider Jesse Klaver riep De Jonge op „die fijnmazige structuur” los te laten. „Kies voor grootschalig vaccineren.”

Dat De Jonge zelf benadrukte dat „een week eerder of later” niet uitmaakt bij vaccinatie, viel bij veel Kamerleden verkeerd. „Zorgverleners zijn de uitputting nabij”, zei Lilian Marijnissen (SP). „We hebben eigenlijk maar één oproep aan minister De Jonge: dit mag niet misgaan.”

Correctie (18-12-2020): In een eerdere versie werd de afkorting EMA vertaald naar ‘Europees Medicijnagentschap’. Dit is aangepast naar Europees Geneesmiddelenbureau.