As Tempelman: „Er is geen grotere uitdaging dan climate change.”

Foto Andreas Terlaak

Interview

‘Energie besparen is commercieel óók interessant’

As Tempelman | Topman Eneco

Je verkoopt stroom en gas, maar je klanten moeten dit minder gebruiken? Voor Eneco’s nieuwe topman As Tempelman is dit het pad naar de toekomst. „Het gaat niet snel genoeg met duurzame energie.”

Een manager van Shell met een „ware passie” voor duurzaamheid. Zo kondigde Eneco dit voorjaar zijn nieuwe topman As Tempelman (1970) aan. Zijn komst valt samen met een nieuwe episode voor het energiebedrijf, dat een jaar geleden door de Japanse bedrijven Mitsubishi en Chubu is overgenomen. Als Eneco één ding overduidelijk wil maken, dan is het dat duurzaamheid ook met Japanse eigenaren voorop staat.

„Het is cruciaal om de energietransitie te versnellen”, is dan ook het eerste wat Tempelman zegt tegen NRC, in het eerste interview dat de topman geeft sinds zijn aantreden in juli. Donderdag presenteerde Eneco zijn nieuwe strategie voor de komende vijf jaar. Dat heeft twee speerpunten: zorgen voor een lagere energierekening voor zijn klanten, én een lagere CO2-uitstoot door diezelfde klanten.

In 2017 en 2018 leidde juist de duurzame koers van Eneco tot een hoogopgelopen conflict tussen directie, aandeelhouders, ondernemingsraad en commissarissen. Het energiebedrijf, toen nog in handen van tientallen Nederlandse gemeenten, profileerde zich succesvol als de voorloper van de drie grote energieleveranciers – groener dan zijn concurrenten Vattenfall (Nuon) en Essent. Maar zouden de aandeelhouders een nieuwe eigenaar kiezen die deze koers zou blijven varen?

Veel zakelijke klanten kiezen voor grijze stroom. Wij zouden dat graag anders zien

Daarover wil As Tempelman tijdens het gesprek, in een hotel bij Schiphol, geen twijfel laten bestaan. „We willen van de missie van duurzame energie voor iedereen echt de realiteit maken. Het gaat niet snel genoeg, en Eneco wil die hoofdrol blijven spelen.”

Tempelman was tot de zomer verantwoordelijk voor de gasactiviteiten van Shell in het Midden-Oosten en Azië. Soms verraadt zijn woordkeus dat hij na een lang verblijf in het buitenland pas kort geleden naar Nederland terugkeerde.

Waarom werkt iemand met een ‘passie voor duurzaamheid’ zo lang bij Shell?

„Mijn carrière beweegt mee met de energietransitie. Eerst zat ik in de olie, toen in gas, en toen wilde ik naar duurzaamheid. Als je in Azië werkt, zie je de enorme groei van het energiegebruik, van de steden. Die metamorfose is gigantisch. Dan realiseer je je dat we het niet op de traditionele, fossiele manier kunnen blijven doen. Ik denk dat er geen grotere uitdaging voor de mensheid is dan climate change. We moeten echt met z’n allen aan de slag om van die energietransitie een succes te maken.

„Ik besloot: ik wil mijn tijd en energie in duurzaamheid steken. Shell heeft ook een duurzame tak, New Energies, daar had ik graag willen werken. Maar om terug te keren naar Nederland en dan te kunnen werken bij een bedrijf als Eneco, vond ik ook heel aantrekkelijk. Ik ben persoonlijk ook met duurzaamheid bezig. Ik rij elektrisch. En bij onze verhuizing gaan we panels op de garage leggen.”

22 procent van de elektriciteit die Eneco in 2019 leverde, was duurzaam geproduceerd. Is dat niet weinig voor een duurzaam energiebedrijf?

„De stroom die wij leveren aan consumenten, is 100 procent groen. Maar veel zakelijke klanten kiezen voor grijze stroom. Wij zouden het graag anders zien, daar werken we hard aan. Het geldt minder voor het midden- en kleinbedrijf – dat kiest meer zoals consumenten – maar vooral voor grotere bedrijven met een groot stroomverbruik, ook industriële klanten.

„Dat is een interessante groep: zij hebben allerlei mogelijkheden om te verduurzamen. Niet alleen door zonnepanelen op hun eigen dak, maar ook met windmolens en warmtelevering – en in de toekomst waterstof. Het zou wel helpen als de overheid daar meer financiële prikkels geeft: door het gebruik van ‘fossiel’ duurder te maken en groen juist te stimuleren.”

Past het niet bij Eneco om te zeggen: we verkopen over een paar jaar alleen nog groene stroom?

„Daar willen we uiteindelijk wel naar toe, maar we willen geen klanten uitsluiten. We willen hun bewustzijn over hun eigen footprint vergroten en onze klanten helpen hun duurzaamheidsdoelen te bereiken. Ik vind het zelf ontzettend leuk om met grote klanten die trajecten in te gaan.”

Eneco wil een beleid voeren dat past bij het Klimaatakkoord van Parijs. Kan dat hand in hand gaan met klanten die de transitie niet willen maken?

„Dat wij zelf de klimaatdoelen halen, staat buiten kijf. In 2013 hebben we ons gebonden aan One Planet-doelen, een initiatief dat we samen met het Wereldnatuurfonds en [adviesbureau voor energiebesparing] Ecofys hebben ontwikkeld. We willen zo dicht mogelijk bij het anderhalvegraadscenario zitten, en daarover rapporteren we ook ieder jaar.”

Eneco wil zijn produktievermogen uit wind en zon verdubbelen tot 2025. Kan dat niet sneller? Van de huidige 1.300 MW naar 2.600 MW is het streven. Dan zijn twee windparken op zee erbij toch al voldoende?

„Ik denk dat dit een heel mooi tempo is. 61 procent van onze stroomproductie is duurzaam [in heel Nederland 18 procent]. Dit is wat haalbaar is. En met die 61 procent zitten we al bijna aan het streven van het klimaatakkoord. Dat bepaalt dat over tien jaar 70 procent van de stroom duurzaam is.

„Kijk naar het grote windpark Hollandse Kust Noord, waarvan we met Shell de tender hebben gewonnen. Dat park moet in 2023 worden opgeleverd. Dat is 700 MW, maar het is voor 20 procent van Eneco. Dat telt dus maar voor een vijfde mee voor onze doelstelling. Dus die verdubbeling is echt meer dan twee windparken erbij.”

Onderzoeksbureau Afry wees er begin dit jaar op dat de businesscase voor nieuwe windparken onder druk staat, doordat de stroomprijs heel laag wordt als het hard waait.

„Dat klopt. Hollandse Kust Noord kent wat dat betreft de nodige uitdagingen, ook omdat het zonder subsidie moet renderen. De risico’s beperken we door langetermijncontracten af te sluiten met zakelijke klanten. Zo krijgen we zekerheid over de afname van de elektriciteit. Klanten en assets [parken] met elkaar verbinden is een belangrijk streven voor Eneco.”

Anderzijds kunnen volgens directielid Ben Voorhorst van Tennet de elektriciteitsprijzen omhoogschieten bij weinig wind. Al over vijf jaar zouden tekorten kunnen ontstaan, zegt de beheerder van het hoogspanningsnet. Deelt u die angst?

„Angst is nooit wijs, en ook niet goed voor business. We moeten ook bij opwekking van stroom rekening blijven houden met verschillende weerscenario’s. In een situatie waarin het allemaal tegenvalt, moeten we genoeg flexibiliteit hebben.

„Ik denk wel dat het alle hens aan dek is voor de balans tussen vraag en aanbod van stroom. De netwerkcapaciteit zal die pieken en dalen aan moeten kunnen, en ik maak me zorgen of het netwerk zich even snel kan ontwikkelen. Daarom is het ook belangrijk dat de afname van elektriciteit flexibeler wordt.”

Welke rol speelt Mitsubishi in de verduurzaming?

„Mitsubishi kan ons geografische bereik vergroten, want het concern opereert over de hele wereld. We gaan als Eneco niet in windparken in Amerika of Japan investeren, maar we hebben wel een belangrijke positie binnen de Europese windsector. Wij kunnen Mitsubishi onze expertise ter beschikking stellen als het elders in de wereld in windparken investeert.”

Eneco bouwde met Mitsubishi in 2018 een ‘megabatterij’ in Noord-Duitsland. Batterijen geven flexibiliteit, maar Eneco gaat er niet mee door. Waarom niet?

„Eneco is innovatief, we proberen dingen. Maar we zien geen businesscase om in batterijen uit te breiden. We kunnen flexibiliteit beter op een andere manier invullen.

„We hebben bijvoorbeeld al meer dan 10.000 slimme boilers geleverd aan consumenten. Die kunnen we op het juiste moment aan- en uitzetten. Een slimme boiler weet dat je altijd om zeven uur doucht en begint dan pas om vijf uur op te warmen. Dat bespaart energie. Maar in de toekomst zouden we ook kunnen zeggen: we hebben een overschot aan elektriciteit, we kunnen het water in jouw boiler nú tegen die lage stroomprijs verwarmen.”

Energiebesparing is een speerpunt van Eneco. Tegelijkertijd noemt het minder energiegebruik een ‘zakelijk risico’, want dan loopt de omzet terug. Hoe rijmt u dat?

„Ons businessmodel is niet dat we zoveel mogelijk van ons eigen product in de markt willen zetten. We willen geen verspilling. Als ik het aantrekkelijk voor je kan maken om minder te verbruiken, dan blijf je ook bij me. En dat is voor ons ook commercieel interessant. 20 procent van de huishoudens wisselt ieder jaar van energieleverancier. Dat kost veel geld. Het is veel duurder om nieuwe klanten te binden dan oude klanten vast te houden.”