Diederik Gommers

Foto Merlijn Doomernik

Diederik Gommers: ‘Als ik jongeren kan bereiken via Famke Louise, dan doe ik dat’

De verhalen van 2020 Intensivist Diederik Gommers werd in 2020 een Bekende Nederlander en een publiekslieveling. Mensen wilden hém horen over het virus. „Vlak voor de zomer zeiden mijn vrienden: Diederik, nu ben je te vaak op tv.”

RTL Boulevard heeft gebeld – een roddelrubriek op tv. Diederik Gommers lacht verlegen. Hij is niet op de uitnodiging ingegaan. Maar het zegt veel: het hoofd van de intensive care van het Erasmus MC is op zijn 56ste een Bekende Nederlander geworden. Zeker sinds hij eind september begrip toonde voor de 21-jarige influencer Famke Louise in de talkshow van Eva Jinek. Succesvol in de beeldcultuur van Instagram (een miljoen volgers) en YouTube (365.000 abonnees), maar niet erg welbespraakt, las de jonge zangeres in de studio van een briefje op dat het maar eens afgelopen moest zijn met de beperkende maatregelen die het coronavirus moeten indammen.

Gommers ging er op in. Hij deed live wat niemand kennelijk verwacht had van een hoogleraar intensive care – hij nam haar serieus. Een week later opende hij een eigen Instagram-account, waarop hij – met hulp van zijn nieuwe kennis Famke Louise – binnen een paar weken 380.000 volgers had. Daar waarschuwt hij jonge mensen voor het gevaar van corona. En daar zie je hem een beetje als privépersoon: met zijn hockeystick, in de tuin werken, bij de kapper en op een zeilbootje.

Waarom? „Simpel: ik heb maar één doel en dat is het coronavirus bestrijden. Ik wil de sceptici meekrijgen. Als je in gesprek blijft, kun je het uitleggen. Als ik jongeren kan bereiken via haar en via Instagram, dan doe ik dat. Een programma als Jinek is leuk, maar daar bereik je alleen weldenkende vijftigplussers.”

En hij had ook met Famke Louise te doen, tijdens de uitzending. „Vooral erná, toen ze werd afgemaakt op sociale media. Ik heb kinderen van die leeftijd. Het ene moment zetten ze zich tegen je af en zeggen ze dat je er níks van begrijpt, het andere moment hebben ze je keihard nodig.” Voor de uitzending had hij overigens nog nooit van Famke Louise gehoord.

De ochtend ná de uitzending belde premier Mark Rutte hem op. „Met Mark!”, hoorde ik. Ik dacht even dat een hockeyvriend een grap met me uithaalde. Het klonk alsof we elkaar al lang kenden. Maar heel leuk en aardig van Rutte. Hij feliciteerde me met mijn optreden.”

Eind oktober is Famke Louise alweer gestopt als partner in zijn strijd, vertelt hij begin november. „Ze heeft ook een management, hè. Ze zei dat ze niet alleen met corona geassocieerd wil worden.”

Diederik Antonius Maria Paulus Johannes Gommers groeide op in het Brabantse Udenhout. Zijn drie broers studeerden economie. Zijn vader was zelfstandig ondernemer in meubelen, zijn moeder was huisvrouw. Ze zijn allebei tachtig plus en wonen nog thuis.

Gommers wilde volgens zijn ouders al arts worden vanaf zijn elfde. „Ze zeggen dat ik er vrij resoluut over was. Waarom weet ik niet goed. Maar op mijn tiende belandde ik in het ziekenhuis na een auto-ongeluk. Misschien dat dat de reden is.”

Hij ontvangt op zijn kantoor, naast de intensive care op de vierde verdieping van het kolossale Erasmus MC in Rotterdam. Witte jas en witte broek. Hij lacht steeds, een beetje verlegen. Het is een gezellig kantoor – van iemand die duidelijk niet geeft om uiterlijkheden. Zijn bureau ligt bezaaid met papieren, op het whiteboard aan de muur staan onnavolgbare schema’s geschreven in stift.

Gommers is sinds maart met grote regelmaat op de televisie te zien geweest. Hij spreekt dan rustig over ingewikkelde zaken: het beperkte aantal intensive care-bedden in Nederland, het personeel dat ervoor nodig is, de beademingsmachines, het belang van corona-bestrijding. Het heeft hem het afgelopen jaar enorme populariteit opgeleverd.

Maar Gommers komt opvallend bescheiden over. Hij ziet in de reacties op sociale media na zijn televisieoptredens een reden om te blijven aanschuiven in talkshows. „‘Ik voel me rustiger als ik hem hoor spreken’, schrijven mensen. Dat soort dingen. Er is veel angst voor het coronavirus. Dus ik ben wel blij als ik mensen geruststel. Dat is ook je taak als dokter. Mensen verwachten rust en kennis van je. En dat je, op grond van kennis, het niet mooier maakt dan het is.”

Begin september was hij op bezoek in Buren, waar hij als eerste een dichtbundel in ontvangst nam van bewoners die gedichten hadden geschreven in de corona-tijd. „Dat vind ik leuk, mensen die met zoiets bezig zijn. Maar ik werd steeds gefotografeerd en toen dacht ik wel: poeh!…” Hij lacht weer verlegen.

Er staat een nieuwe fles wijn op zijn bureau. Al maanden wordt hij overspoeld met cadeaus, vertelt hij, en bloemen, berichten, uitnodigingen, brieven. „Kijk daar, vijf schilderijen!” Ze staan tegen de muur opgesteld. Achter hem hangt een schilderij van hem en ziekenhuisdirecteur Ernst Kuipers, met ‘Bedankt’. Hij kreeg zelfs per post een zilveren pillendoosje. Uit het hele land komen e-mails van ouderen, die vervolgens verbaasd zijn als hij niet snel antwoordt. „Dan schrijven ze: ‘U heeft nog niet gereageerd’. Dat vind ík ook erg! Ik heb van mijn ouders geleerd dat ik altijd moet antwoorden.”

Zijn ouders volgen zijn optredens. „Als mijn vader belt, zegt hij: ‘Je zult het wel druk hebben, jongen’.” Soms, zoals vlak voor de zomer, wordt het te veel. Dan zeggen zijn vrienden: ‘Diederik, nu ben je te vaak op tv.’ Of zijn jongste zoon zegt: ‘Pap, nu weer gewoon de afwasmachine inruimen hoor.’ „Daar luister ik wel naar. Maar televisieprogramma’s bellen me elke dag. Veruit de meeste verzoeken sla ik af.”

Die plotse heldenstatus is dus een beetje ongemakkelijk, vindt Gommers. „Het gáát niet om mij. Ik was gewoon toevallig de voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care toen de coronacrisis uitbrak.”

Televisieprogramma’s bellen me elke dag. Veruit de meeste verzoeken sla ik af

De coronacrisis begon voor Gommers op zaterdag 7 maart. „Ik werd die avond gebeld door mijn collega-intensivist Jozef Kesecioglu van het UMCU, die net een Italiaanse collega-intensivist had gesproken. We hebben lang gepraat. Ik sliep er slecht van. De volgende ochtend ben ik een brief gaan schrijven aan de zeshonderd intensivisten in het land.”

Dit schreef hij:

Bericht van de voorzitter, zondag 8 maart. Collega’s, het is nog stilte voor de storm en wij nuchtere Nederlanders bagatelliseren graag en denken dat het allemaal wel mee zal vallen. Ik wil graag een oproep doen dat iedereen ervoor zorgt dat de intensive care van elk ziekenhuis er klaar voor is. [...] De collega’s uit Italië zijn ten einde raad en doen een dringende oproep om je goed voor te bereiden want de aanslag op IC-capaciteit is groot (10 procent van de gevallen). Dus als je een voorspelling zou mogen doen dan hebben we mogelijk volgend weekend 800-1.200 coronapatiënten en dus is er een behoefte aan 80 tot 120 IC bedden. En het weekend erop is dat dan weer verdubbeld (160 tot 240 IC bedden). Dit kan lokaal verspreid zijn en dus is het belangrijk dat we elkaar gaan helpen!!!!

En zo riep hij, eerst wekelijks maar al snel elke dag, zijn collega’s in het land op om corona serieus te nemen.

Bericht van de voorzitter, zondag 15 maart. Collega’s, er is inmiddels van alles in werking gezet. Ik heb nu dagelijks contact met de leden van het OMT.

Gommers achteraf: „Ik was die zondag de hele ochtend op het Catshuis geweest. Er was echt spanning, echt een crisisgevoel.”

Het OMT (Outbreak Management Team) bestond en bestaat hoofdzakelijk uit microbiologen, infectiebestrijders en virologen, vertelt Gommers. „Ik was een buitenbeentje. Ik heb het kabinet wel van veel actuele informatie kunnen voorzien vanuit de ziekenhuizen en dat werd gewaardeerd.”

De positie van de ziekenhuizen was sterker dan die van de verpleeghuizen, vertelt hij ook. „Want wij ziekenhuizen kregen allemaal per definitie met Covid-19 te maken. Wij vingen de ziekste patiënten op. Dus wij móesten beschermingsmaterialen hebben voor ons personeel. Dat was duidelijk. Bij verpleeghuizen was het afwachten welke wel en welke niet een Covid-patiënt zouden krijgen. Maar dat ze dicht moesten, omdát daar allemaal kwetsbare mensen wonen, dat was wel meteen duidelijk.”

Het tekort aan mondkapjes, dat in het begin van de eerste golf bijna alle zorginstellingen parten speelde, was in het Erasmus MC geen punt. „We hadden toevallig net veel mondkapjes ingekocht, omdat we die altijd uit Engeland haalden en anticipeerden op de Brexit.”

Maar de ziekenhuizen hadden zorgen genoeg.

Diederik Gommers Foto Merlijn Doomernik

Bericht van de voorzitter, dinsdag 17 maart. Collega’s, we hebben vannacht problemen ervaren met het overplaatsen van coronapatiënten.

Er waren toen nog ziekenhuizen die coronapatiënten van buiten hun regio weigerden omdat al hun bedden vol lagen. Maar al snel werden complete operatieschema’s geschrapt en patiënten afgebeld. Onder druk van Gommers en Kuipers in Rotterdam, maakten ziekenhuizen in hoog tempo ruimte voor de coronapatiënt.

Op 18 maart schoof Gommers voor het eerst aan bij de technische briefing in de Tweede Kamer. „Dat was de dag dat [PvdA-fractieleider] Lodewijk Asscher vroeg: ‘En als we nou drieduizend IC-bedden nodig hebben, meneer Gommers?’ Ik antwoordde: ‘Dan denk ik dat we het niet meer aankunnen.’ Er volgde een ijzingwekkende stilte in de Kamer. Maar zo was het wel.”

Een dag later waarschuwde hij opnieuw zijn IC-collega’s in het land. „Collega’s, er is een scheve verdeling van Covid-patiënten over de intensive cares. Ze liggen vooral in Brabant. We verwachten volgende week 500 tot 1.000 patiënten.”

De druk werd steeds groter. Op vrijdag 20 maart klonk lichte paniek door in zijn bericht. „Ik ben gisteren in Bernhoven [Uden] geweest… schaal op en train het personeel!

Vijf dagen later, na een crisisweekend waarin Brabantse ziekenhuizen vele honderden patiënten naar andere regio’s moesten vervoeren, volgde dit:

Bericht van de voorzitter, woensdag 25 maart. Collega’s, we hebben vandaag gesproken over beademing van meer mensen via één machine [...] En: opschalen! Het wordt steeds drukker.

Bericht van de voorzitter, donderdag 26 maart. Er is nu enorme druk op de capaciteit. Houd svp 2 tot 3 bedden vrij voor CTC-patiënten (operatie na hartaanval). Dank en sterkte.

Bericht van de voorzitter, zaterdag 28 maart. De afdelingen raken vol! Help elkaar!! En houd nu svp via de stichting Nice drie keer per dag bij hoeveel ic-bedden bezet zijn door covid-patiënten.

Dat was het laatste bericht van Gommers dat duidde op paniek. Er lagen op het hoogtepunt van de eerste golf 1.318 coronapatiënten op de intensive cares, en nog eens ongeveer 2.660 op de gewone afdelingen van ziekenhuizen. Op 8 april begon dat aantal te dalen, voornamelijk door de landelijke lockdown waarin bijna niemand nog de straat op ging. Het aantal besmettingen kelderde.

Lees ook dit artikel Wie krijgt er nog hulp als de ziekenhuizen vol zijn?

Maar er was nóg een oorzaak voor die daling. Huisartsen waren eind maart begonnen iedereen boven de zeventig thuis op te bellen. De huisarts vroeg: „Hoe gaat het met u? Als u onverhoopt Covid-19 krijgt en zo ziek wordt dat u opgenomen moet worden in het ziekenhuis of zelfs op de intensive care, wílt u dat dan ook?” Sommige ouderen voelden zich overvallen door de vraag, anderen vonden het juist prettig. Velen wílden helemaal niet meer naar een IC. Gemiddeld zijn zeventigplussers minder sterk dan jongeren en dus minder bestand tegen een ziekenhuisopname, laat staan een verblijf op de intensive care. De spieren raken ernstig verslapt, soms ontstaan doorligwonden en vaak krijgt de oudere patiënt een delier. Voor elke dag op de IC geldt een herstelperiode van een week.

Gommers zegt daar nu over: „Dat praten met oudere patiënten vooraf had altijd al moeten gebeuren, maar nu gebeurde het echt, onder druk van de omstandigheden. Dat heeft ons op de IC’s een hoop werk gescheeld. We hadden misschien te weinig IC-bedden gehad als alle zeventigplus-coronapatiënten ook waren gekomen. Je zag ook dat gedurende de crisis de gemiddelde leeftijd van de Covid-patiënten die we opnamen op de IC steeds iets lager werd. Eerst nog wel tachtigplussers, later niet meer.”

Als er echt te weinig bedden waren geweest, dan waren de ziekenhuizen in de gevreesde ‘oorlogstriage’ beland. „Dan gaat het niet meer om het individu. Dan ben je als regering het hele land overeind aan het houden. Do the most for the most.” Zo ver is het net niet gekomen.

Als we iets hebben geleerd van Covid-19, dan is dat het belang van menselijkheid

Intussen, half april, gingen Gommers en Kuipers vooruitkijken. Hoe gingen ze in hemelsnaam alle gewone patiënten – met kanker of hart-, nier- of longproblemen – weer behandelen náást de coronapatiënten die in een tweede golf zeker zouden terugkeren? Eind april publiceerden ze een analyse over het capaciteitstekort in de toekomst, bij ontbreken van een vaccin. „We rekenden uit dat er zonder vaccin ongeveer 37.000 Covid-IC-patiënten zouden komen in de komende drie jaar. Omdat de verblijfsduur op de intensive care van coronapatiënten wel korter werd, zouden we in een tweede golf zeshonderd extra IC-bedden nodig hebben.”

Die bedden zijn er niet op tijd gekomen, want de tweede golf kwam al pal na de zomer. Gommers: „Het kost veel tijd om extra verpleegkundigen op te leiden. En we hebben er als maatschappij voor gekozen in de zomer op vakantie te gaan naar het buitenland. Daardoor is het virus snel weer opgelaaid. In de tweede golf zijn ook veel meer verpleegkundigen besmet dan tijdens de eerste golf, omdat de verspreiding nu in het hele land gebeurt. Dus álle ziekenhuizen kampen met te weinig personeel om de tweede golf coronapatiënten op te vangen én de gewone patiënten te behandelen.”

Intensivisten, longartsen en internisten in de hele wereld hadden intussen wel veel opgestoken over de behandeling van Covid-19, waardoor veel patiënten korter in het ziekenhuis hoeven te blijven dan in de eerste golf.

Er zijn meer verpleegkundigen nodig. Volgens Gommers is beloning dus belangrijk. Op de korte én de lange termijn – om meer verpleegkundigen te werven. In augustus liet hij bij talkshow Op1 blijken hoezeer hij baalde van de Tweede Kamer, die telkens tegen loonsverhoging voor verpleegkundigen stemde en bij een laatste stemming zelfs wegliep om niet te hóéven stemmen: „Je verwacht van die verpleegkundigen dat ze straks weer leveren en iedere keer gebeurt dit. Vorige keer is er drie keer gestemd over salarisverhoging. Het kan zijn dat er geen geld is, maar zég dat dan. Verwacht van ons geen geweldige dingen en heldendaden als we hier niet eens over kunnen praten. [...] Ik kan er echt kwaad om worden. Er was gezegd: jongens, wat we meegemaakt hebben, dat moeten we nooit meer doen. We moeten structureel werken aan betere plannen. Daar hebben we nu tijd voor. Maar als er dan gesprekken zijn, geeft niemand thuis. Dan voelen we ons niet gehoord. Terwijl we er wel weer moeten zijn als de patiënten voor de deur staan. Natuurlijk gaan we hen behandelen, maar het voelt niet goed.”

Wat heeft 2020 Gommers geleerd? „Dat we in het begin van de crisis telkens te optimistisch waren. Dat ik telkens nét een week te laat ingreep. Maar vooral dat we in Nederland geen cultuur hebben voor een crisis. We polderen ons een ongeluk. De witte kolom [de artsen] is het niet gewend om orders te krijgen. Om iets uit te voeren dat is opgelegd. We overleggen alles – en daardoor duurde het opschalen soms lang. Je ziet het ook aan Rutte, de liberaal. Hij is ook het polderen gewend. Hij is niet autoritair.”

We hebben drie maanden gedaan over de vraag of het zín heeft om mondkapjes te dragen

En het wantrouwen dat in de loop van het jaar is ontstaan bij sommige burgers jegens het RIVM en het coronabeleid van de overheid? „De discussies binnen het Outbreak Management Team hebben plaats achter gesloten deuren. Daar is kritiek op, maar het heeft een reden: ze gaan alle kanten op en je moet in vrijheid kunnen spreken. Dat doen we in het ziekenhuis ook bij patiëntenbesprekingen. Als je dat allemaal openbaar zou maken, zouden mensen die er minder van weten de verkeerde conclusies kunnen trekken. We hebben bijvoorbeeld drie maanden gedaan over de vraag of het zín heeft om mondkapjes te dragen. Maar die beslotenheid heeft het wantrouwen in de samenleving misschien wel gevoed.”

Het belangrijkste is misschien nog wel dat de zorg meer buffers moet hebben in de toekomst, vindt Gommers. „Maar dat staat of valt met het aantal verpleegkundigen en daar bestonden al vóór corona ernstige tekorten. Het gevolg is dat we heel efficiënt werken met een minimaal aantal mensen. We moeten investeren in het aantrekkelijk maken van het werk, met minder administratielast en betere ict-systemen, zodat verpleegkundigen meer tijd krijgen om liefdevolle zorg te geven. Als we iets hebben geleerd van Covid-19, dan is dat het belang van menselijkheid. Het niet toelaten van familie van patiënten op de intensive care en het overplaatsen van patiënten over grote afstanden, dat was vreselijk.”