Recensie

Recensie Muziek

Mahlers ‘Negende’ is veel meer dan een tranendal over de dood

Het Meesterwerk Het kunstaanbod is schraal in coronatijd. Waarvan kun je, ook nu, nog wel genieten? NRC-recensenten gidsen je langs werken die afleiding bieden: tijdloos en coronaproof. Aflevering 11: de Negende symfonie van Gustav Mahler.

Een ongedateerde foto van de jonge Oosterijkse componist Gustav Mahler (1860-1911).
Een ongedateerde foto van de jonge Oosterijkse componist Gustav Mahler (1860-1911).

De Negende symfonie van Gustav Mahler is de laatste die hij voltooide. De symfonie is lang – bijna anderhalf uur – en het orkest is groot. Toch is dit een van Mahlers meest intieme werken: lyrisch en persoonlijk. Voor veel Mahler-fans is de Negende het onbetwiste hoogtepunt van zijn oeuvre.

Twee langzame delen van ieder zo’n half uur omsluiten twee kortere en snellere middendelen. Het eerste ‘Andante comodo’ is volgens componist Alban Berg het „meest glorieuze ding dat Mahler heeft geschreven.” Biograaf Jens Malte Fischer vindt juist het afsluitende ‘Adagio’ het beste dat Mahler in huis heeft. „Wie dit ‘Adagio’ hoort en niet ten diepste geroerd is, hoeft zich verder niet meer om Mahler te bekommeren.” Gelukkig hoeven we helemaal niet te kiezen: de twee hoekdelen zijn elkaars spiegelbeeld.

Heel lang is de Negende symfonie gezien als een werk dat volledig in het teken zou staan van de dood. In de zomer van 1907 was Mahler zijn dochtertje Maria verloren. Bij hem zelf was hartfalen geconstateerd. Daarna zou hij tot zijn dood in 1911 alleen nog muziek hebben geschreven over zijn naderende einde. De premières van zijn laatste twee werken, Das Lied von der Erde en de Negende symfonie, vonden postuum plaats.

Mahlers biograaf, Henry Louis de la Grange, heeft meer gedaan dan wie dan ook om dat idee te ontkrachten. Das Lied von der Erde staat in het teken van de dood, dat is evident. Maar de boodschap van de daarop volgende Negende symfonie is complexer. In de zomer van 1909, toen hij werkte aan de Negende, was Mahler voorzichtig nieuwe levensmoed aan het verzamelen – wankelend, aarzelend, tastend. De shock van het verlies zat diep. Doem en onheil zijn onmiskenbaar aanwezig in de muziek. Maar Mahler zoekt in de Negende symfonie ook naar nieuwe wegen.

Hij is niet meer de componist, die al die eerdere symfonieën schreef. Verdwenen zijn de verwijzingen naar romantische volkspoëzie, naar Goethe en Nietzsche. Probeerde hij in eerdere symfonieën nog zijn wereldbeeld en filosofie tot klinken te brengen; in de Negende symfonie moet Mahler zich zonder die hulpmiddelen staande zien te houden. Hij staat er inmiddels alleen voor.

Toch is wereld volgens Mahler niet alleen een tranendal. ‘Andante comodo’ luidt het opschrift boven het eerste deel: in een behaaglijk wandeltempo. Dat is niet alléén ironie en sarcasme. Daaruit spreekt ook weemoedige, oprechte liefde voor het leven.

Uiteindelijk zou bij Mahler een bacteriële infectie worden geconstateerd in februari 1911, die een voortijdig einde maakte aan zijn leven. In de zomer van 1908, toen hij zijn Negende symfonie schreef, had hij daar nog geen weet van. De Negende is niet alleen een symfonie van de dood, maar ook van het leven. Mahler stond tegen het einde van zijn leven „oog in oog met het niets”. Hij moest weer „als een beginner leren staan en lopen”, schreef hij in een brief aan zijn protegé Bruno Walter. Dat horen we in zijn grote Negende.