Necrologie

Leendert Couprie (1938-2020): soms een rare sijs, vooral een vakman

De laatste bladzijde In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Leendert Couprie (1938-2020) ontwikkelde het classificatiesysteem voor kunstwerken Iconclass.

Leendert Couprie deelde zijn kennis enthousiast met een groter publiek. Foto’s privécollectie en Wim Riemens
Leendert Couprie deelde zijn kennis enthousiast met een groter publiek. Foto’s privécollectie en Wim Riemens

‘Leendert was soms een rare sijs maar vooral een erudiete vakman”, zegt oud-collega Caroline Han van het Kunsthistorisch Instituut van de Universiteit Leiden. Iedereen die hem karakteriseert, voegt aan kwalificaties als blijmoedig, nieuwsgierig en bescheiden, ook de eigenschappen eigenzinnig en eigenwijs toe. Leendert Dirk Couprie overleed op 8 november 2020 in Leiden, iets meer dan drie weken voordat hij 82 jaar oud zou zijn geworden.

Couprie was een geleerde van de oude stempel, zoals je ze aan de universiteit niet meer ziet: een wetenschapper met een lichtelijk monomane fascinatie voor perspectivische constructies in renaissanceschilderijen, meer geïnteresseerd in het onderzoek zelf dan in de publicatie ervan. Tegelijkertijd deelde hij zijn kennis en ideeën enthousiast met een groter publiek: in de jaren zeventig en tachtig schreef hij vele journalistieke bijdragen, onder meer in NRC. Maar bovenal is Leendert Couprie bekend geworden als een van de ontwikkelaars van en jarenlange drijvende kracht achter Iconclass, een internationaal gereputeerd classificatiesysteem voor de thematiek van kunstwerken.

Nauwkeurige observatie en inventieve beeldbeschrijving zaten er bij Couprie al vroeg in. Hij werd geboren op 1 december 1938 in Den Haag, en de familieoverlevering wil dat hij tijdens de bezetting als vijfjarige in zijn eentje door het spergebied naar Scheveningen liep. De zee vond hij lijken op „een doos die open en dicht ging”. Evenals zijn broers Piet en Dirk doorliep Leendert het gymnasium in Den Haag, en net als zij studeerde hij in Leiden. De keuze voor kunstgeschiedenis verbaasde niemand gezien zijn onmiskenbare tekentalent.

Als vrijwilliger in het buurtwerk ontmoette Couprie zijn latere echtgenote Dirkje van Buuren, met wie hij twee dochters kreeg, Willemijn en Klaartje. Nadat Dirkje na een huwelijk van 35 jaar in 2000 overleed, was Couprie enkele jaren gehuwd met Désirée Stahlecker.

Na zijn afstuderen trad Couprie in dienst van de Leidse Universiteit, waaraan hij zijn hele werkzame leven verbonden zou blijven. Caroline Han, die twintig jaar lang resideerde in de werkkamer naast de zijne, memoreert de „vaak onbegrijpelijke colleges” van haar collega, maar benadrukt ook dat deze „altijd álles wist”. Hij was een beminnelijke collega, van wie je soms gek werd: „Met veel plezier vertelde hij voor de tiende keer oeverloos over zijn laatste vondsten in het perspectief bij Rafael of Piero della Francesca. Hij verzamelde afbeeldingen voor Iconclass in een grote gangkast die propvol zat met kalenders, glossy’s en troep, in kartonnen auberginedozen die hij zaterdags van de markt meesjouwde”.

Leendert Couprie in 1984.

Ook bij de krant kende men zijn eigenaardigheden. Couprie leverde zijn kopij altijd handgeschreven aan, en volgens broer Dirk was dit „elke keer weer een race tegen de klok. Hij begon de avond van tevoren en vaak genoeg schreef hij de hele nacht door. De volgende ochtend vertrok hij voor dag en dauw met de trein om bij de redactie zijn tekst in te leveren”.

De krantenstukken concentreren zich op de oude beeldende kunst en kenmerken zich door een vertellende toon waardoor de soms gepeperde meningen extra opvallen. In Hollands Maandblad publiceerde Couprie in 1977 een bespreking van de juist verschenen dikke catalogus van alle schilderijen van het Rijksmuseum. Typerend is de combinatie van lof voor de fraaie uitgave met een resolute afwijzing van het type publicatie, die hij een veredelde inventarislijst achtte.

In een tijd waarin nog maar weinigen zich realiseerden dat gedigitaliseerde databases en zoeksystemen dergelijke inventarisaties geheel zouden overnemen, wees Couprie op het belang van automatisering. Vooral de weinig doordachte systematiek en het gebrek aan consequentie in de thematische registers van het boek nam hij op de korrel. Juist die aspecten bepaalden zijn werk aan Iconclass (een samentrekking van ‘iconografische classificatie’), dat was opgezet door zijn leermeester, hoogleraar kunstgeschiedenis Henri van de Waal. Het zeer fijnmazige systeem verbindt cijfer- en lettercodes aan alle denkbare thema’s, en vormt nog altijd de wereldwijde standaard voor classificatie van visueel materiaal.

Een dergelijk project vereist een systematische geest, maar die van Couprie blijkt minder consequent te zijn geweest. Zijn dochters vertellen dat hij weliswaar bijna iedere tekening die hij zelf had gemaakt voorzag van een nummer dat hij in een schriftje bijhield. Bij 237 hield hij ermee op, omdat „zijn nieuwsgierigheid vermoedelijk weer door iets nieuws werd gewekt”.

Overigens „nummerde hij zo’n beetje alles: van Sinterklaassurprises en trein- en bustijden voor onze vakanties naar Frankrijk tot grote en kleine uitgaven voor het gezin”. Maar niet zelden raakte hij verstrikt in zijn eigen systeem en dan „begon hij steevast en vol goede moed van voren af aan”. De nalatenschap van Couprie bevatte dan ook een indrukwekkend aantal half gevulde notitieboekjes.