Recensie

Recensie Beeldende kunst

Aquarelkunst weert zich krachtig tegen het ‘Janneke Brinkman’-vooroordeel

Hollandse Aquarellistenkring Een onlangs verschenen jubileumboek en een tentoonstelling in het Museum Henriette Polak in Zutphen tonen aan dat de aquarel zijn tijd nog niet heeft gehad.

Kierend licht (2017), Marjoke Staal. Te zien in Magie van Licht in Museum Henriette Polak.
Kierend licht (2017), Marjoke Staal. Te zien in Magie van Licht in Museum Henriette Polak.

In de twintigste-eeuwse schilderkunst was figuratief versus abstract de belangrijkste tegenstelling. Maar op het schoolplein van de kunst rond 1700 was het elk speelkwartier opnieuw: de poussinisten tegen de rubenisten. De Poussin-fanclub vond de lijn, oftewel het tekenen, het belangrijkste element van het schilderen. De discipelen van Rubens vonden dat de schilderkunst in de eerste plaats om kleur moest draaien. Om de vlek in plaats van de omtrek.

Drie eeuwen later is de schilderkunst overwegend rubenistisch geworden. Er zijn wel tekenachtig werkende schilders, maar de toets maakt de dienst uit. Tekenen gebeurt tegenwoordig meer in... nou ja, in tekeningen. En dan is er nog een leuk compromis: de aquarel. Aan aquarelleren komt verf te pas en een penseel, maar het speelt zich af op papier. Het is schilderachtig tekenen, tekenen in kleur. Een goede aquarellist is zowel tekenaar als schilder en zet die twee talenten samen aan het werk op stevig aquarelpapier.

Noord Frankrijk (1996), Fred Fritschy. Te zien in Magie van Licht in Museum Henriette Polak.
Pontiac Yard (2017), Araun Gordijn. Te zien in Magie van Licht in Museum Henriette Polak.
Lees ook: Aquarelleren is leren het resultaat voor lief te nemen

Toch lijkt de aquarel voornamelijk populair onder amateurkunstenaars. Misschien komt dat doordat je met waterverf ook zónder veel talent snel een artistiek ogend resultaat kunt bereiken. Je kunt de verf met water over het blad laten vloeien, zodat er aantrekkelijke, zachte overgangen ontstaan. Met zo’n effect kun je een tekortschietend tekenaandeel een beetje verbloemen, terwijl je met een paar lijnen soms een ontsporende vlek nog kunt stutten. Een aquarel kan van twee kanten slecht zijn. En omdat er veel slechte aquarellen zijn, heeft de aquarel onder professionals een beroerde reputatie. Sipke Huismans, voorzitter van de Hollandse Aquarellistenkring, noemt het „een krachtig vooroordeel (...) dat de aquarel zijn tijd heeft gehad en iets is voor dames uit de betere kringen (het Janneke Brinkman-effect)”.

Gang in Dordrecht (2017), Wendelien Schönfeld. Te zien in Magie van Licht in Museum Henriette Polak.

Aquarellistenkring

Voor het onlangs verschenen jubileumboek Waterverf hebben Huismans en conservator Lian Jeurissen van het Museum Henriette Polak in Zutphen zich in de geschiedenis van de Aquarellistenkring verdiept. Die werd in 1945 door de schilder Kees Verwey opgericht om „de belangstelling in de waterverfkunst op te wekken”. Een van de leden van het eerste uur voegde daar terugkijkend aan toe dat de vereniging ook wel was bedoeld om „gezamenlijk een tegenwicht te vormen tegen de oprukkende abstractie”. Het ledenaantal was beperkt tot 25 en dat waren aanvankelijk alleen moderne figuratieven uit de kringen van de Amsterdamse Rijksakademie.

Vijfenzeventig jaar later is de Aquarellistenkring een groter en gemêleerder gezelschap. De kring telt 59 leden, die momenteel allemaal met één werk vertegenwoordigd zijn in een zaal van het Zutphense museum – eigenlijk een te kleine ruimte, maar daar hebben de inrichters dapper mee gewoekerd. De tentoonstelling gaat pas 19 januari weer open, maar nu al is er het boek. Dat geeft ook eigenlijk een beter beeld: van alle kunstenaars zijn twee tot vier afbeeldingen opgenomen. „Marlene Dumas en de Noordelijke Aquarellisten maken geen deel uit van de Hollandse Aquarellistenkring”, schrijft Huismans in zijn inleiding, „dus ik kan niet beweren dat de kring het héle Nederlandse professionele waterverfbestand vertegenwoordigt, maar toch wel een groot en heel divers deel ervan.”

Zonder titel, Rob Otte. Te zien in Magie van Licht in Museum Henriette Polak.

De figuratie is nog steeds overheersend, maar veelsoortiger dan in het begin: van fotorealistische landschappen met Amerikaanse oldtimers van Araun Gordijn tot collage-achtige stripverhalen van Toine Moerbeek, en van de sterk vereenvoudigde luchten van Barbara ten Holt tot de precieze stillevens met uitgespaard wit van Jaap Nieuwenhuis.

Anders dan vroeger hangen er ook volledig abstracte voorstellingen tussen. En dat sommige leden een gewassen inkttekening hebben ingeleverd, daar heeft het bestuur niet kinderachtig over gedaan. Inkt is ook een soort waterverf. Arnold Niessen maakte een grijze wolk van verdunde sumi-inkt, die als een zachte spons boven een streep zwart landschap hangt. De inktvlek zit vol water. Nog even en de bui barst los.

In verband met de strijd in de kunst rond 1700 is trouwens een grote aquarel van Rudolf Valster interessant, die een altaarstuk van Rubens tot voornamelijk kleurvlekken heeft teruggebracht. Het is een Rubens-compositie door je oogharen gezien, Rubens zonder lijnen, de overtreffende trap van rubenisme. Veel schilderachtiger kun je een schilderij in een tekening niet maken.

Al met al lijkt er tegenwoordig in de Hollandse Aquarellistenkring een prettige open sfeer te hangen. Nu alleen nog wat jongere leden erbij en dan kan de vereniging nog vele jaren mee. Bestaan die eigenlijk, jonge aquarellisten? Anders is het te hopen dat het jubileumboek veel jonge kunstenaars onder ogen komt, want Waterverf maakt enthousiast voor het medium.

Ballonnen (1980), Jaap Ploos van Amstel. Te zien in Magie van Licht in Museum Henriette Polak.
Twee kilo Agria (2019),Jaap Nieuwenhuis. Foto Aalt van de Glind.