Opinie

Vertrouwen is nu moeilijker op te brengen

Toespraak premier

Commentaar

Nederland heeft collectief gefaald – een andere boodschap is niet te halen uit de nieuwe, strenge lockdownmaatregelen die om middernacht ingingen. Scholen dicht, de kinderopvang ook. Niet-essentiële winkels dicht, de kapper. Theaters, musea en zwembaden, alles is weer dicht. Alles om, zo zei premier Mark Rutte maandagavond, contacten zo veel mogelijk te beperken.

In maart appelleerde de premier aan solidariteit: de maatregelen die toen werden genomen, zouden alleen effect hebben als iedereen zou meehelpen. „We moeten dit echt met 17 miljoen mensen doen”, zei hij.

Terecht erkende de premier nu dat niemand „perfect” is en zich „honderd procent altijd en overal aan de regels” hield. Terecht erkende hij ook dat „ongelooflijk” veel mensen dat wél steeds proberen. Niet iedereen sloeg immers maandagmiddag aan het hamsteren of stond dit weekend in de vertrekhal van Schiphol.

Lees ook: Kabinet bleef lang hopen dat het tij nog zou keren

Maar van een land dat half maart, toen hij zijn eerste toespraak hield, uit zichzelf al grotendeels tot stilstand was gekomen, waar het overgrote deel zich al massaal had geschikt naar de maatregelen, en waar men bang was voor het virus, is Nederland nu een land geworden waar 17 miljoen experts discussiëren over nut en noodzaak van die regels en het wel of niet kunnen handhaven.

Het verschil werd tijdens de toespraak pijnlijk duidelijk. Rutte was ernstig, toonde empathie, riep op tot veerkracht en volhouden. Maar waar in maart het nog een eenvoudige opgave leek om het virus te verslaan, maakte nu een kleine groep demonstranten voor het Torentje luidruchtig kenbaar zich niet neer te leggen bij wat er komen ging.

De toespraak van de premier zou altijd kritischer worden bekeken. Negen maanden na de eerste ‘intelligente’ lockdown is het vertrouwen waarom hij toen vroeg moeilijker op te brengen. Wrevel ligt op de loer. Hoewel de vrolijke beelden van de 90-jarige Britse die als eerste werd gevaccineerd, monter stemmen, lijkt het einde van de pandemie nog niet in zicht.

Dat Rutte tijdens de toespraak niet de hand in eigen boezem stak, is daarom te betreuren. Niet alleen de burger faalde, ook het kabinet. Eerdere persconferenties en maatregelen lieten ruimte voor twijfel en daarmee eigen interpretaties. Drie weken geleden kwam het reproductiegetal R al boven de 1. Wat volgde, was ruzie onder ministers over gezondheid versus economie. De gedeeltelijke lockdown had nauwelijks effect, en toch gunde het kabinet zichzelf bedenktijd. Tot een in allerijl belegd overleg dit weekend.

En toen was er eigenlijk geen keuze meer: het virus verspreidt zich ditmaal over het héle land. De druk op de ziekenhuizen neemt toe, ook omdat er in tegenstelling tot de eerste lockdown terecht voor wordt gekozen andere zorg niet uit te stellen. Het was mooi dat de premier, met een kleine buiging naar voren, het verplegend personeel bedankte.

Dat Rutte geen licht bracht in deze al donkere dagen, is eveneens jammer. Kerst gaat door, ja, maar daarna? De premier had het over een lockdown „in ieder geval” vijf weken. En hoe komen we daar weer uit? Is er een ster aan de hemel?