Reportage

Terreurproces Parijs: ‘Eerst de slachtoffers, dan pas de feiten’

Proces aanslagen Frankrijk Het proces over de aanslagen in Frankrijk, onder meer op Charlie Hebdo, plaatst de slachtoffers centraal. „Het is heel belangrijk dat niemand vergeten wordt”, zegt Carole Damiani van slachtofferhulp.

Rechtbanktekeningen van het terrorismeproces over de aanslagen van begin 2015 in Frankrijk.
Rechtbanktekeningen van het terrorismeproces over de aanslagen van begin 2015 in Frankrijk. Foto Benoit Peyrucq/AFP

Wie dezer dagen een terrorismeproces bijwoont in Parijs kan er niet naast kijken: de in blauwe hesjes gehulde medewerkers van Paris Aide aux Victimes (PAV). De organisatie staat in voor psychologische, juridische en materiële hulp aan de slachtoffers, nabestaanden en getuigen – onder meer van de aanslagen op Charlie Hebdo en een koosjere supermarkt in Parijs, in januari 2015, en op de Thalys, in augustus van dat jaar. Achter de schermen is de rol van PAV nog veel groter. Dat deze processen een soort publieke therapiesessie zijn geworden, is deels aan hen te danken.

„Dit proces, over de aanslagen van januari 2015, is anders dan andere door de plaats die de slachtoffers hebben gekregen. Er is beslist om eerst de slachtoffers aan het woord te laten en dan pas het onderzoek van de feiten, in plaats van andersom. Dat is het resultaat geweest van een enquête die wij voorafgaand hebben gedaan”, zegt directrice Carole Damiani van PAV in haar kantoor in Parijs.

Het viel op hoeveel tijd de overlevenden, nabestaanden en getuigen hebben gekregen om hun verhaal te vertellen. Hoe belangrijk is dit geweest voor de nabestaanden en overlevenden?

Lees ook dit verhaal over persvrijheid in Frankrijk: Vijf jaar na ‘Charlie Hebdo’ groeit druk op Franse pers

„Ik zeg altijd: van een proces geneest niemand. Maar het kan heel belangrijk zijn voor de verwerking. Dit proces was tegelijk heel intiem en heel publiek. Dat heeft ertoe geleid dat veel mensen dingen hebben kunnen zeggen die al lang op hun lever lagen.

„Neem de mensen van Charlie Hebdo die hebben getuigd hoe zij zich in de steek gelaten voelden. Dan weet je dat die boodschap niet bedoeld was voor de rechters maar voor hun collega-journalisten die achter hen in de zaal zaten. In de zaak van de joodse supermarkt zijn sommigen tot held uitgeroepen, terwijl andere betrokkenen dat niet zo hebben ervaren.”

De ene aanslag blijkt de andere niet. Voor het proces van de Thalys-aanslag, in augustus 2015, was er veel minder aandacht.

„Om die reden hebben wij erop aangedrongen dat men het consequent zou hebben over de aanslagen van januari 2015 en niet over ‘het Charlie Hebdo-proces’. Het is heel belangrijk dat niemand vergeten wordt. Dat is slechts ten dele gelukt. De familie van de jogger bijvoorbeeld, voelt zich erg in de steek gelaten.” [Bedoeld wordt Romain D. die op de avond van de aanslag op Charlie Hebdo tijdens het joggen werd neergeschoten met een wapen dat later is teruggevonden bij een van de daders.]

„En voor het proces over de moord op Aurélie Châtelain [doodgeschoten op 19 april 2015 in Villejuif] was er helemaal geen belangstelling. Wat de Thalys-aanslag betreft: dat proces had moeten volgen op het proces over de aanslagen van januari. Maar door de pandemie hebben de twee gelijktijdig plaatsgevonden, waardoor de Thalys-aanslag een beetje vergeten is. Men heeft het daarbij ook altijd over de ‘mislukte’ aanslag. Voor de betrokkenen is dat ondraaglijk. Alsof er doden moeten vallen vooraleer een aanslag ‘gelukt’ is.”

U doet dit werk al dertig jaar. Wat is er in die tijd veranderd qua opvang van de slachtoffers?

„Wij zijn vooral veel pro-actiever. Wanneer er nu een aanslag plaatsvindt, geeft het parket ons meteen de lijst van alle slachtoffers, die wij allemaal benaderen. In totaal hebben wij 1.548 mensen die betrokken waren bij de aanslagen in november 2015 [zes aanslagen, onder andere op concertzaal Bataclan] zeker één keer gesproken. Er zijn er veel meer natuurlijk. Sommige mensen hebben geen zin, of het is nog te vroeg. Soms komen mensen pas veel later bij ons aankloppen. Om een voorbeeld te geven: in oktober 2016, een jaar na de aanslagen van november 2015 zijn er honderd mensen gekomen die wij nog niet eerder hadden gesproken. Wij zien pieken telkens wanneer er een verjaardag of een herdenking zit aan te komen. Of natuurlijk een rechtszaak.”

Rechtbanktekeningen van het terrorismeproces over de aanslagen van begin 2015 in Frankrijk. Foto Benoit Peyrucq/AFP

Als toeschouwer kreeg je tijdens dit proces een heel intiem beeld van de levens van slachtoffers en nabestaanden, en hoe ingrijpend die vaak zijn veranderd.

„Wat vaak buiten beeld blijft, is het effect op de omgeving van de slachtoffers. Zoals de jongeman die gewond is geraakt en die het heeft uitgemaakt met zijn vriendin; hij wilde niet dat zij haar leven zou vergallen door bij hem te blijven. Hij is opnieuw bij zijn ouders ingetrokken en zijn moeder heeft haar baan opgezegd om voor hem te zorgen.

„Een ander voorbeeld: een koppel dat samen in de Bataclan was. Zij hadden twee kleine kinderen. Zij konden niet ophouden met te praten over wat er was gebeurd, en zij deden dat aan tafel in het bijzijn van de kinderen. Die kinderen hebben wij moeten opvangen. Wij zien enorm veel scheidingen bij overlevenden. Zij kunnen niet meer naar een concert, of zich in een menigte begeven. Vaak isoleren zij zich. Voor een partner is dat niet makkelijk om mee te leven. Je ziet ook dat mensen toenadering zoeken tot lotgenoten. Zij creëren een nieuwe familie van slachtoffers, zij vieren oud en nieuw met andere slachtoffers. Dat kan goed zijn vanwege het wederzijds begrip, maar het kan ook leiden tot een vorm van opsluiting. Dat je je alleen nog goed kan voelen met andere slachtoffers.”

Lees ook deze reportage over het proces, met de gijzelneming in een joodse supermarkt. Het proces over de aanslagen in Frankrijk van januari 2015 gaat over terreur én antisemitisme

Volgend najaar komt het proces over de veel grotere aanslagen van november eraan. Bent u klaar voor die uitdaging?

„Het grote verschil is dat de slachtoffers van november 2015 heel goed georganiseerd zijn. Er zijn twee verenigingen van slachtoffers waarmee wij actief samenwerken. Eén van de zaken die daar al uit voortgekomen is dat er een webradio komt voor mensen die het proces niet kunnen of willen bijwonen. Dat is heel goed maar het stelt ons ook voor de vraag: hoe bereiken wij straks die mensen die stilletjes achter hun webradio zitten dood te gaan?”

‘Trauma speelt op als beelden op tv voorbijkomen’

Post-traumatische stress, constante angsten, depressies, een schuldgevoel over het overleven van de aanslagen: in het proces spraken psychologen over de „immense” impact van de gebeurtenissen van januari 2015 op slachtoffers en hun familieleden en nabestaanden.

Een muurschildering ter nagedachtenis aan Ahmed Merabet. Foto Yoan Valat/EPA

Dergelijke klachten kwamen bijvoorbeeld naar voren in de verklaringen van kantoormedewerkers uit hetzelfde gebouw als de Charlie Hebdo-redactie, die de broers Kouachi tegen het lijf liepen. Sommigen zijn nu arbeidsongeschikt.

Agenten die in actie kwamen bij het tijdschrift of bij de gijzeling in de supermarkt enkele dagen later, ervaren nog altijd een gevoel van tekortkoming.

Ook de drie zussen en de partner van agent Ahmed Merabet, doodgeschoten buiten Charlie Hebdo, getuigden. Hun familie is „gebroken”. De moord werd gefilmd, zodat te zien is hoe Merabet probeerde dader Chérif Kouachi te kalmeren: „C’est bon, chef”, waren zijn laatste woorden. Zijn geliefden zagen dat op het nieuws, zonder te weten dat het om hem ging. De beelden zijn nog altijd „onmenselijk pijnlijk”, volgens oudste zus Nabiha, en elk jaar wordt ze er opnieuw mee geconfronteerd in de media. Eén zus kan het woord ‘chef’ niet meer horen.

Lisa Dupuy

‘Twee jaar lang nachtmerries dat ik toch werd gedood’

Van Charlie Hebdo sprak onder anderen Sigolène Vinson. De juridisch redacteur werd gespaard tijdens de aanval.

„De aanslag zit in mij, alsof die in mijn huid gekerfd is”, vertelde zij aan de rechtbank. „Al snel ben ik Parijs ontvlucht. Ik heb mijn vrienden en het leven daar achter me gelaten.”

Juridisch redacteur Sigolène Vinson. Foto Ian Langsdon/EPA

Vinson werd geplaagd door herbelevingen. Ze vertelde over de nachtmerrie die ze „twee jaar lang” had, waarin ze werd opgezocht door Hayat Boumeddiene (de weduwe van Amedy Coulibaly, verdachte bij verstek) „om me met een kruisboog in het voorhoofd te schieten.”

⁃Ook minder prominente slachtoffers deden hun verhaal. Zoals Romain D., de jogger die op 7 januari in Fontenay-aux-Roses werd beschoten. „Het is moeilijk leven” met het feit dat na vijf jaar nog zo weinig duidelijk is over het geweld waarvan hij slachtoffer werd. „Het maakt mij ongelukkig hier te komen spreken, maar ik heb geen keus”, stelde hij. „Ik ben alleen in dit verhaal.”

⁃Michel Catalano, die op 9 januari werd gegijzeld in zijn drukkerij bij Dammartin-en-Goële door de broers Kouachi, sprak na het pleidooi van zijn advocaat geroerd met de media: „Ik dacht dat ik goed voorbereid was, kalm. Maar ik heb alles herbeleefd, dat is zwaar.”

Lisa Dupuy

‘Charlie Hebdo werd aan zijn lot overgelaten’

Ook journalist Fabrice Nicolino beleefde een lange nasleep van de aanslagen: hij raakte zwaargewond, had meerdere operaties en verhuisde. „Op sommige dagen kon ik het niet verdragen mijn huis uit te gaan.”

Journalist Fabrice Nicolino (in het midden, met de blauwe trui). Foto Francois Guillot/EPA

Bij die persoonlijke gevolgen stond Nicolino amper stil. Wel verklaarde hij over de impact van de terreur op Charlie Hebdo: gedetailleerd beschreef hij de strenge bewaking waarachter de redactie nu zit, op een geheim adres. „Alsof we belegerd zijn. En niemand boeit dat iets”, zei hij. Dat was het belangrijkste punt van zijn verklaring: Charlie Hebdo werd aan zijn lot overgelaten.

Vanuit de rechtbank richtte Nicolino zich tot de pers. Die had zich volgens hem in de afgelopen jaren niet om het tijdschrift bekommerd. Hij herinnerde de toehoorders eraan dat al voor de aanslag sommigen in het publieke debat het satirische blad islamofoob en racistisch noemden. Wat hem betreft legde het de voedingsbodem voor de aanslagen.

Nicolino sprak „beheerst” tijdens zijn getuigenis, volgens Franse media. Overduidelijk was dat volgens de journalist Charlie Hebdo in de steek is gelaten. „Mensen die niet lijken te begrijpen dat vrijheid niet bespreekbaar is, dat ze altijd moet worden verdedigd. Die mensen, ik kots ze uit. Waar zijn de beschermers van het vrije woord? Verontwaardiging is niet genoeg.”

Lisa Dupuy