Voor EU is tijd rijp om Big Tech aan te pakken

Big Tech De Europese Commissie wil met nieuwe wetgeving grote techbedrijven beter gaan reguleren. Zo’n offensieve aanpak lijkt nodig: hoge boetes hadden tot nu toe weinig effect.

De dagen van het internet als Wilde Westen zijn voorbij. Met een ambitieus pakket aan nieuwe wetgeving wil de Europese Commissie de strijd aanbinden met ‘Big Tech’ en de digitale wereld beter gaan reguleren. De voorstellen, die deze dinsdag gepresenteerd worden, moeten de techsector op allerlei manieren gaan insnoeren. De precieze details zijn nog onbekend, maar de afgelopen weken werden de contouren al goed zichtbaar. Ze gaan onder andere over datagebruik, digitale marktmacht, algoritmes en illegaal materiaal.

Naar de plannen wordt al meer dan een jaar uitgekeken als de belangrijkste Brusselse wetgeving in tijden. De roep om een fermere aanpak van grote techbedrijven als Google, Facebook en Amazon groeide de afgelopen jaren snel – niet alleen in Europa, maar ook in de Verenigde Staten. Toch komen de voorstellen nu op een interessant moment: vorige week startte de Amerikaanse overheid een rechtszaak tegen Facebook, die in een uiterst geval tot een verplichte opsplitsing kan leiden.

De tijd voor het aanpakken van Big Tech lijkt rijp. Tegelijk wordt het voor de Commissie balanceren tussen strengere marktregels en de open Europese economie, en tussen overheidsregulering en het ‘vrije’ internet.

Fundamenten van de rechtsstaat

De plannen van de Commissie vallen uiteen in twee poten, waarvan één zich richt op ‘digitale diensten’ en de andere op ‘digitale markten’. De eerste bevat nieuwe regels die internetbedrijven een grotere verantwoordelijkheid geven voor de inhoud die op hun platform verschijnt. Bijvoorbeeld illegaal materiaal als kinderporno op Facebook, of de verkoop van namaakproducten op Amazon.

Tot nu toe bestaan er alleen vrijwillige gedragscodes, waarin aangesloten techbedrijven beloven illegaal materiaal binnen een bepaalde termijn te verwijderen. Maar in Brussel groeide de afgelopen jaren het besef dat vrijblijvendheid bij zulke machtige spelers niet werkt. „Zelfregulering, daar is de rek wel uit”, zegt een EU-ambtenaar. „Dit raakt aan fundamenten van de rechtsstaat – het verbod op bedreigingen of terroristische propaganda. Dan moet je niet meer alleen vriendelijk vragen of bedrijven zich aan de regels willen houden.”

Het belangrijkste doel, zei Eurocommissaris Margrethe Vestager (medediging) onlangs in een gesprek met Europese kranten, is dat „de regels waarmee we in de offline wereld leven, ook online leidend moeten worden”. Dus komen er verplichtingen voor actief reguleren van wat er wordt geplaatst, die bovendien strenger zijn voor de ‘grote’ spelers – platforms die meer dan 45 miljoen gebruikers in Europa hebben. De boetes kunnen volgens gelekte documenten oplopen tot 6 procent van de omzet van een bedrijf. Tegelijk komt er ook een verplichting openheid van zaken te geven over wat om welke reden verwijderd wordt. Brussel is erop beducht het verwijt te krijgen censuur in de hand te werken. Om te voorkomen dat platforms uit angst voor boetes op grote schaal automatisch materiaal gaan verwijderen, zal er veel nadruk worden gelegd op verplichte transparantie.

De tweede poot van de wetgeving is misschien nog wel ingrijpender en richt zich op de bijna absolute marktmacht van techbedrijven. De afgelopen jaren voerde Vestager een aantal geruchtmakende mededingingszaken tegen Google, Microsoft en recent Amazon, om de oneerlijke manier waarop ze hun eigen diensten voortrekken. Boetes liepen in de miljarden.

Maar ook hier groeide het besef dat een offensievere aanpak nodig is. De mededingingszaken slepen zich jaren voort, waarna de monopolievorming eigenlijk al voltooid is. De hoge boetes hebben op bedrijven van dit formaat nauwelijks effect. „We hebben steeds gedrag uit het verleden beboet”, erkende Vestager onlangs. „Wat we te weinig deden, was onderzoeken hoe we de schade op de markt kunnen voorkomen of ongedaan kunnen maken.”

Lees ook: Aanpakken Big Tech is lastige klus voor Brussel

Moet Facebook opsplitsen?

Dus wil Brussel toe naar ‘ex ante’-regels, waaraan een specifieke groep grote bedrijven moet voldoen om toegang te houden tot de Europese markt. Bijvoorbeeld een verbod je eigen diensten voorrang te geven, of een verplichting gebruikers zeggenschap over hun eigen data te geven.

In haar aanklacht hield de Amerikaanse overheid vorige week openlijk de mogelijkheid open Facebook te dwingen tot opsplitsing. In Brussel klinkt over die ‘nucleaire optie’ vooral terughoudendheid. „Het lukt bijna nooit dat rond te krijgen”, aldus Vestager onlangs. „En je loopt het risico dat een nieuw monopolie ontstaat, dus je kunt het beter met duidelijke regels voorkomen en dempen.”

Dat ook de Amerikaanse overheid Big Tech inmiddels vol in het vizier heeft, kan Brussel helpen bij zijn ambitieuze plannen. Dat neemt niet weg dat de Europese wetsvoorstellen ook voor spanning in de Atlantische verhoudingen kunnen zorgen. Een ongemakkelijke waarheid is voor de EU dat de grote bedrijven die ze met een hardere aanpak wil raken, vrijwel uitsluitend Amerikaans zijn. De suggestie van protectionisme ligt dan snel op de loer.

Na de presentatie van de plannen dinsdag is het laatste woord er nog niet over gezegd. De komende tijd volgen eerst onderhandelingen met het Europees Parlement en alle lidstaten. Overal in Europa is brede steun voor een fermere aanpak, maar over hoe ferm die aanpak moet zijn, verschillen de meningen nog. Vanuit de techwereld zal de lobby de komende tijd bovendien worden opgevoerd. Voordat nieuwe regels daadwerkelijk van kracht worden, zijn we jaren verder.