Rechtbank legt Rolexbende, ondanks voldoende bewijs, lagere straffen op dan geëist

Jeugdcriminaliteit Het ging in totaal om 14 straatroven of pogingen daartoe waarbij de verdachten zich volgens de rechtbank gedroegen als „hongerige geldwolven” die „niet stilstonden bij de impact” van het geweld voor de slachtoffers.

Rechtbanktekening van de Rolexbende. Vlnr: Mourad B., Mounir C., Oussama A. en Imram el K.
Rechtbanktekening van de Rolexbende. Vlnr: Mourad B., Mounir C., Oussama A. en Imram el K. Aloys Oosterwijk/ANP

De rechtbank heeft tegen vier verdachte leden van de zogeheten Rolexbende lagere straffen opgelegd dan de eis van het Openbaar Ministerie. Dit terwijl de rechtbank in het overgrote deel van de gewelddadige straatroven bewezen acht dat de verdachten daarbij betrokken zijn geweest.

Het ging in totaal om 14 straatroven of pogingen daartoe waarbij de verdachten zich volgens de rechtbank gedroegen als „hongerige geldwolven” die „niet stilstonden bij de impact” van het geweld voor de slachtoffers.

In slechts één geval is een geheel onvoorwaardelijke celstraf opgelegd van vijf jaar, onder andere voor de beroving van ondernemer René van Dam, die bewusteloos werd geslagen en ernstig letsel aan gezicht en kaak opliep. Het OM meende dat in die zaak bewezen is dat drie van de vier verdachten zich schuldig hebben gemaakt aan poging tot doodslag. De rechtbank volgde die eis niet.

Tegen de 25-jarige Mounir C., die de klap aan Van Dam uitdeelde, eiste het OM zes jaar plus tbs. Hoewel de rechtbank vaststelde dat hij een strafblad heeft met daarop winkeldiefstal en mishandeling, achtte de rechtbank niet bewezen dat sprake was van een bewuste poging tot doodslag. Mede daarom kwam de rechtbank uit op vijf jaar celstraf, een jaar lager dan de eis.

Niet naar Pieter Baan Centrum

De rechtbank heeft de eis om in zijn geval tbs op te leggen afgewezen. Dit is opvallend omdat de rechtbank in de vonnissen van de andere drie verdachten vooral de nadruk legde op behandeling en het voorkomen van recidive. In het geval van Mounir C. oordeelde de rechtbank dat dit niet mogelijk is omdat het niet is gelukt een mogelijke persoonlijkheidsstoornis vast te stellen. De verdachte heeft geweigerd mee te werken aan een onderzoek bij het Pieter Baan Centrum.

De tweede verdachte, de 29-jarige Mourad B., is door de rechtbank veroordeeld tot vier jaar cel waarvan 1 jaar voorwaardelijk. Ook tegen hem was zes jaar onvoorwaardelijke celstraf geëist. Omdat ook in zijn geval het gevaar op recidive hoog is, werd tbs afgewezen. In plaats daarvan legt de rechtbank strenge voorwaarden op die de verdachte moeten helpen bij het opbouwen van een normaal leven. Volgens de rechtbank is de verdachte zwak begaafd maar staat hij gezien zijn reclasseringsrapporten wel open voor behandeling. Daarom volgt de rechtbank het advies van de deskundigen bij het oordeel.

Twijfel over spijtbetuiging

De rechtbank veroordeelde de 21-jarige Oussama A., tegen wie het OM zeven jaar celstraf eiste, tot 40 maanden celstraf waarvan de helft voorwaardelijk. Hoewel er wordt getwijfeld aan de oprechtheid van zijn spijtbetuiging en hij geen totale openheid van zaken heeft gegeven, wil de rechtbank dat Oussama A. niet te lang in de gevangenis verblijft omdat zijn behandeling op dit moment succesvol verloopt. De rechtbank vindt in dit geval het voorkomen van recidive dan ook zeker zo belangrijk als de vergelding voor het leed van slachtoffers.

Lees ook:‘Leip hè, het was mijn vijfde watcha in tien dagen, broer’

In het geval van de minderjarige verdachte heeft de rechtbank afgezien van het verzoek om volwassen strafrecht toe te passen. Ondanks de eis van zes jaar cel hoeft de verdachte hoeft niet meer terug naar zijn cel maar krijgt hij met harde eisen en randvoorwaarden omgeven programma voor gedragsbeïnvloeding opgelegd.