Nu en straks

in het nieuwe straks vragen we ons niet meer af
of we naar de begrafenis gaan van een oudtante
laten we vriendschappen minder snel verwateren
lachen we om het aftandse ongemak van feestdagen

het oude liedje van ik weet mij geen houding te geven
hoe kun jij je jaloezie toch zo goed verbloemen
kom op samen overschreeuwen we
de onzekerheid van nauwe familiebanden
niet langer vanachter een camera

in het nieuwe straks wil mijn huid nog steeds
dicht tegen jouw huid aan zoals we dat
in het nieuwe nu al twee jaar deden
nooit te bang op onze bek te gaan
opnieuw te beginnen en weer op te staan

Tsead Bruinja, Dichter des Vaderlands