Politici zijn eensgezind, maar hoe slim is een hoger minimumloon?

Minimumloon Jarenlang was de hoogte van het minimumloon geen onderwerp. Nu willen haast alle politieke partijen een verhoging. Over de gevolgen bestaat discussie.

Illustratie Stella Smienk

Voor alles wat geen uitgave in de categorie huur, eten of zorgverzekering is, moet Angela Tinnemans een beroep doen op haar vakantiegeld. Tinnemans (44) werkt 32 tot 36 uur per week voor een groot callcenter in Maastricht en verdient daar het minimumloon: 9,70 euro per uur. „Kleren, cadeaus, eens met de trein ergens heen gaan, dat vang ik allemaal op met mijn vakantiegeld.”

Rondkomen lukt, en toch maakt haar inkomen Tinnemans regelmatig onrustig. Ze heeft een chronische aandoening en is „als de dood” voor onverwachte zorgkosten die buiten haar verzekering vallen. „Ik heb een tijdje in een apotheek gewerkt en weet wat voor kosten zorg en ouder worden met zich meebrengen.”

Nu wil ze er geen „deprimerend” verhaal van maken, zegt Tinnemans. „Ik heb geleerd slim met geld om te gaan. Boodschappen doe ik bij de Aldi, ik heb geen dure hobby’s. Ik wandel graag.” En als kennissen of vrienden iets geven, is ze daar altijd dankbaar voor, zegt ze. „Zodat mensen weten dat bij jou alle beetjes helpen.”

Maar ze weet ook dat veel collega’s in het callcenter de situatie anders ervaren. Zij zijn bijvoorbeeld bang niet genoeg uren te kunnen maken om rond te komen, of beginnen vanwege hun lage inkomen nog geen gezin.

Als mijn koelkast kapot zou gaan, zou ik de kringloop afstruinen. Of hopen dat ik van bekenden een tweedehands exemplaar aangeboden krijg

Ook Tinnemans doet concessies, bijvoorbeeld in haar woonsituatie. Ze woont in een kamer van circa 15 vierkante meter. Dat is haar woonkamer, keuken, slaapkamer en – sinds de coronacrisis – werkkamer. Badkamer en tuin deelt ze met huisgenoten. „Dat is een bewuste keuze geweest.” Een eigen huis vindt ze nog te duur. „Maar als ik meer zou verdienen, zou ik daar wel naar op zoek gaan.”

Planbureau positiever

Jarenlang was er amper discussie over de hoogte van het minimumloon, nu willen bijna alle politieke partijen een verhoging, tot de VVD aan toe.

De partijen voelden zich gesteund doordat het Centraal Planbureau (CPB) afgelopen voorjaar positiever werd over de effecten van verhoging van het minimumloon. Het planbureau verwacht dat er bij een kleine verhoging, met 5 procent, geen werkgelegenheid verloren gaat. Tot die tijd dacht het CPB dat dit 27.000 banen zou kosten, 0,3 procent van het totaal. In deze berekeningen is ervan uitgegaan dat de bijstandsuitkering, die normaal meestijgt met het minimumloon, gelijk blijft.

Lees ook: Kapitalisme wordt wat socialer in verkiezingsprogramma’s grote partijen

Afgelopen vrijdag kwam het CPB met een nieuwe studie, waaruit nóg een belangrijk economisch effect blijkt: verhoging van het minimumloon veroorzaakt een veel bredere loonstijging. Ook hogere salarissen stijgen mee, omdat bedrijven de relatieve loonverschillen in stand willen houden. Van een verhoging met 10 procent profiteren mensen met een loon tot 40 procent boven het minimumloon, schreef het planbureau.

Voor ruim 490.000 banen – een op de zeventien – krijgen Nederlandse werknemers het minimumloon. Dat bedraagt 9,70 euro per uur, bij een werkweek van 40 uur. Als je mensen meerekent die hooguit 10 procent meer verdienen, gaat het zelfs om ongeveer een op de acht banen: bijna 1,1 miljoen.

Vooral in uitzendbranche, horeca, cultuur, landbouw en ‘overige dienstverlening’, waar ook callcenters onder vallen, werken veel mensen die het minimumloon verdienen. In zeker driekwart van de gevallen hebben zij een tijdelijk of flexibel contract. Het gaat vaak om jongeren onder de 30 jaar. Ook arbeidsmigranten maken een fors deel uit van de groep mensen die het minimumloon verdient; met name Poolse arbeidsmigranten werken relatief vaak voor dat loon.

Stomme pech

„Iemand die het minimumloon verdient, moet drie dingen goed kunnen”, zegt Arjan Vliegenthart, directeur van het Nibud, dat adviseert over de financiën van huishoudens. „Je moet goed kunnen budgetteren. Je moet alles aanvragen waar je recht op hebt. En je mag geen stomme pech hebben.”

Dat herkent Tinnemans: „Als mijn koelkast kapot zou gaan, zou ik de kringloop afstruinen. Of hopen dat ik van bekenden een tweedehands exemplaar aangeboden krijg. Moet ik nú een nieuwe koelkast kopen, dan ben ik wel door mijn buffer heen.”

Er zijn wel verschillende potjes waar mensen met een laag inkomen een beroep op kunnen doen, ook in zulke pechsituaties. Maar dan moet je die wel weten te vinden. En als je één fout maakt bij de aanvraag, riskeer je soms hoge naheffingen. Het is vreemd dat het zo werkt, zegt Vliegenthart. Je vraagt mensen met soms beperkte handelingsmogelijkheden om complexe bureaucratische handelingen te verrichten. „De politieke vraag is of je het wel zo geregeld wilt hebben aan de onderkant van de arbeidsmarkt.”

Vorig jaar begon vakbond FNV begon een campagne voor een hoger minimumloon. Nu gaan ook politieke partijen erin mee. Vier jaar geleden stond dit onderwerp in vrijwel geen enkel partijprogramma, nu pleiten ook CDA, D66 en de VVD voor een hoger minimumloon. GroenLinks, SP en PvdA willen zelfs een zeer forse verhoging, naar 14 euro per uur.

De discussie speelt ook buiten Nederland. Duitsland, Spanje en het Verenigd Koninkrijk hebben recent een nieuw of hoger minimumloon ingevoerd. En zeven Amerikaanse staten hebben de afgelopen jaren een – soms forse – verhoging doorgevoerd, daartoe aangezet door de progressieve beweging ‘Fight for $15’. Zij willen uiteindelijk dat het nationale minimumloon wordt verdubbeld van 7,25 dollar (ruim 6 euro) naar 15 dollar (12,50 euro) per uur.

Hoog prijskaartje

Wat heeft die veranderingen in gang gezet? De politiek is het bedrijfsleven gaan verwijten dat werknemers de afgelopen jaren te weinig hebben geprofiteerd van de economische groei. En het minimumloon steeg de laatste decennia veel langzamer dan de gemiddelde lonen, waardoor de inkomensverschillen in Nederland toenamen.

Tegelijk is onder economen meer discussie ontstaan over hoe slim een verhoging van het minimumloon is. Dertig jaar geleden waren ze eensgezind: er gaan onvermijdelijk banen verloren. Want een baas die zijn werknemer 10 euro per uur waard vindt, en tóch 14 euro per uur moet betalen, zal diegene ontslaan. Of de overheid moet bijspringen met loonkostensubsidies, zoals dat nu gebeurt voor mensen met een arbeidshandicap.

Maar de laatste tien jaar kwamen er steeds meer studies, onder meer uit de VS en Duitsland, die lieten zien dat een verhoging in de praktijk amper effect heeft. Sommige economen vinden nu dat je een minimumloonsverhoging probleemloos kunt doorvoeren. Anderen zijn daar niet van overtuigd, omdat er óók nog steeds studies verschijnen die wel een groot baanverlies laten zien.

Lees ook deze column van Marike Stellinga: Begin met een hoger minimumloon

Het CPB zette al deze onderzoeken op een rijtje, en concludeerde dit voorjaar dat bij verhoging van het minimumloon minder banen verloren gaan dan eerder werd gedacht. Voorstanders waren daar blij mee. Maar het CPB schreef ook: hoe forser de verhoging, hoe groter het werkgelegenheidsverlies. Een verhoging met 40 procent, zoals FNV en linkse partijen voorstellen, kost volgens het CPB toch nog bijna 180.000 banen, 2 procent van de werkgelegenheid.

Als de politiek de bijstands- en AOW-uitkeringen even hard laten meestijgen, wat de FNV en linkse partijen óók willen, is de schade volgens het planbureau nog groter. Want wie een ruimere uitkering krijgt, voelt minder noodzaak te gaan werken. Zo zou een verhoging met 40 procent zelfs 310.000 banen kosten, 3,5 procent van de werkgelegenheid.

Kwetsbare groepen

Pierre Koning, hoogleraar arbeidsmarkt en sociale zekerheid aan de Vrije Universiteit Amsterdam, is daarom verbaasd hoe snel de politieke consensus is omgeslagen. „Een paar jaar geleden werd hooguit over een paar procentjes gepraat, nu gaat het over flinke aanpassingen.” Hij zou het erg onverstandig vinden het minimumloon in een keer van 10 naar 14 euro te brengen.

Vooral kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt, met een laag opleidingsniveau, worden daar het slachtoffer van, vreest Koning. Hij ziet nu al mensen die jarenlang in de bijstand zitten omdat ze niet productief genoeg zijn: werkgevers vinden hen geen 9,70 euro per uur waard. Bij een minimumloon van 14 euro wordt die groep alleen maar groter.

Bovendien ziet de hoogleraar „geen brede consensus” in de economische literatuur over de conclusie die het CPB trekt: dat er een kleiner baanverlies is dan werd gedacht. Ofwel: het baanverlies kan veel groter zijn dan het planbureau nu berekent.

Een nieuw kabinet dat de ongelijkheid wil aanpakken, kan beter de inkomstenbelasting voor lage inkomens omlaag brengen, denkt Koning. En als het minimumloon toch flink verhoogd wordt? „Dan kan het weleens een heel hoog prijskaartje hebben.”